artikel

Alles onder controle?

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Het onder controle brengen en houden van persoonlijke beschermingsmiddelen en vooral het gebruik ervan is niet moeilijk – dat lijkt het alleen maar. Hierna beschrijven we in een stappenplan hoe we dat kunnen aanpakken. Dat doen we aan de hand van ‘de levensloop’ van een medewerker: we volgen het hele traject van indienst- tot uitdiensttreding.

 

Voor nieuwe medewerkers staat werkgevers het volgende te doen. Allereerst moeten ze de medewerker voorlichten over zijn werk, en dus ook over de bijbehorende veiligheids- en gezondheidsrisico’s. Dat kunnen ze doen aan de hand van de RI&E. In de voorlichtingsronde worden persoonlijke beschermingsmiddelen dan meegenomen.

 

Veel organisaties maken een onderscheid tussen individuele PBM’s en project-PBM’s. De eerste categorie persoonlijke beschermingsmiddelen bestaat meestal uit zaken voor dagelijks gebruik: werkkleding, veiligheidsschoenen, handschoenen, oordoppen en dergelijke. Het is logisch om die als regel aan medewerkers te verstrekken die ze nodig hebben. Daarbij moeten de werknemers ook een instructie krijgen, waarin ze op het nut, de noodzaak en de juiste gebruikswijze van de PBM’s worden gewezen.

 

Het valt aan te raden om werknemers te laten tekenen voor de ontvangst van de PBM’s en de gebruiksinstructie. Dateer deze lijst. Op die manier valt eenvoudig aan te tonen dat medewerkers hun spullen hebben gekregen en dat ze over het gebruik waren geinstrueerd.

 

Project-PBM’s zijn persoonlijke beschermingsmiddelen voor gebruik bij specifieke werkzaamheden. Denk aan valbeveiliging bij het werken op hoogte of adembescherming bij werkzaamheden waarbij stof of stoffen vrijkomen, het spuiten van bestrijdingsmiddelen of sloopwerkzaamheden. Andere voorbeelden zijn: gelaatsbescherming, zaagbroeken en -schoenen en ga zo maar door. Vaak gaat het om wat duurdere beschermingsmiddelen, waarvan het niet zinnig is om ze aan iedere medewerker in de organisatie te verstrekken.

 

Project-PBM’s worden verstrekt voor een specifieke klus. Voor de controle op het gebruik zijn dus andere maatregelen nodig (zie stap 3). Dat neemt niet weg dat werkgevers medewerkers moeten voorlichten over de risico’s en de benodigde persoonlijke beschermingsmiddelen. Hiervoor zijn verschillende momenten geschikt: de eerste keer dat een medewerker de project-PBM’s moet gebruiken of de indiensttreding. In beide gevallen is het raadzaam om vast te leggen dat de voorlichting is gegeven en de medewerker te laten tekenen voor instructie en ontvangst van de PBM’s.

 

Zoals alles, hebben ook PBM’s een beperkte levensduur. Daarnaast kunnen ze ook zoekraken of worden gestolen of vergeten. Daarom moeten werkgevers in vervanging en onderhoud kunnen voorzien.

 

Op het moment dat de werkgever een vervangend PBM verstrekt, hoeft in principe geen verslaglegging plaats te vinden. Immers: het gaat erom dat de medewerker over het noodzakelijke PBM beschikt, en dat is altijd het geval als u de zaken goed geregeld hebt.

 

Toch is er een goede reden om het verstrekken van vervangende PBM’s vast te leggen. Ten eerste zijn werkgevers niet op de wereld om tot in den treuren werknemers spullen te geven die ze vervolgens onzorgvuldig kunnen beheren, stukmaken of laten liggen. Registratie werpt tegen dergelijk gedrag een barriere op. In het kader van een sanctiebeleid is dat ook belangrijk. Daarnaast geeft registreren inzicht in het PBM-gebruik van de medewerkers. Soms zit er behoorlijk wat tijd tussen het verlies en het stukgaan van de PBM’s en de vervanging. Dat kan betekenen dat de medewerker een tijd zonder PBM’s heeft gewerkt en dat het toezicht op het gebruik faalt. Dat levert interessante vragen op. Waarom draagt de medewerker zijn PBM’s niet en waarom hebben de leidinggevenden dat getolereerd?

 

Zoals hiervoor al aangegeven, moet de werkgever toezicht houden. Dat toezicht heeft niet alleen een algemeen karakter, maar moet ook specifiek op arbeidsomstandigheden en veiligheid gericht zijn. Toezicht op het gebruik van PBM’s vormt daar een onderdeel van.

 

Het is aan te bevelen om leidinggevenden verantwoordelijk te maken voor het gebruik van PBM’s. Daarvoor moeten zij ook bevoegdheden krijgen om onjuist gedrag te corrigeren. Leidinggevenden zijn de vertegenwoordigers van de werkgever ter plaatse en helpen dus om de verantwoordelijkheid van de werkgever te dragen.

 

Veel organisaties laten het bij de verstrekking van PBM’s en het toezicht houden op de werkvloer.

 

Het is echter aan te raden om enkele keren per jaar medewerkers te vragen hun pakket PBM’s mee te nemen naar een werkoverleg. Daar kunnen dan ter plekke de staat, het beheer en het gebruik van de beschermingsmiddelen worden gecontroleerd. Defecte PBM’s moeten direct worden vervangen, tekorten moeten worden aangevuld. Dergelijke controlerondes vergen de nodige tijd en aandacht, maar blijken een goede uitwerking te hebben op de manier waarop werknemers met hun PBM’s omgaan.

 

Natuurlijk is het gebruik van PBM’s onderwerp van werkplekinspecties en bezoeken aan projecten. Gebruiken mensen de spullen en zo nee, waarom niet? Het is mogelijk dat werkgevers op grond daarvan de inkoop kunnen bijsturen en optimaliseren. Vaak gebruiken mensen PBM’s niet vanwege gebrekkig comfort of omdat ze zich niet lenen voor gebruik bij de gangbare werkmethoden en -technieken.

 

Sommige PBM’s vergen ook onderhoud, zoals oorkappen en persluchtapparatuur. Het onderhoud van deze PBM’s moet worden gebaseerd op periodieke inspecties die in overeenstemming zijn met de voorschriften van de fabrikant. Documenteer het onderhoud in de vorm van inspectielijsten, reparatiebonnen en dergelijke en archiveer die. Daarmee kan de werkgever aantonen dat hij in elk geval het noodzakelijke heeft gedaan om de persoonlijke beschermingsmiddelen veilig en in orde te houden.

 

Er bestaan ook PBM’s die reservedelen nodig hebben. Denk aan halfgelaatsmaskers met losse filters. Die filters moeten periodiek worden vervangen, of wanneer ze verzadigd zijn. Werkgevers moeten dergelijke reservedelen in voorraad hebben. Zonder bijvoorbeeld filters mogen de werknemers immers het werk niet uitvoeren.

 

In elke organisatie gaan mensen weg. Ze krijgen een andere baan, gaan met pensioen of vertrekken om een andere reden. Dat betekent dat werkgevers dan hun PBM’s kunnen terugvragen. Op basis van de registraties weten ze precies wat er terug moet komen en in welke staat de persoonlijke beschermingsmiddelen moeten verkeren. Op die manier kunnen werkgevers ook bepalen wat de medewerker eventueel mag houden en wat niet. Het innemen van PBM’s spaart geld uit en voorkomt dat spullen gaan zwerven.

 

Reageer op dit artikel