artikel

Elektrische handgereedschappen

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Bij gebruik van elektrisch handgereedschap zijn de gevaren:

 

– In aanraking te komen met de stroom;

 

– Breken of versplinteren van de boor of slijpschijf;

 

– Wegslingeren van het te bewerken materiaal;

 

– Blootstaan aan te hoge geluidsniveau;

 

– grotere beschikbare kracht/vermogen trillingen.

 

In de praktijk blijkt dat bij ongevallen met elektriciteit meestal een van de volgende zaken een rol speelt:

 

– Ondeskundig gebruik;

 

– Een defect aan het gereedschap;

 

– De aarding is niet in orde;

 

– er is verkeerd gemonteerd;

 

– delen onder spanning zijn niet goed afgeschermd/gelsoleerd.

 

Bij stroomdoorgang hangen de ernst en de gevolgen af van:

 

– de spanning (bepaalt de stroomsterkte)

 

– de stroomsterkte (hoe hoger, hoe gevaarlijker)

 

– de duur van stroomdoorgang (hoe langer, hoe schadelijker)

 

– de route door het lichaam (wat er wordt getroffen)

 

– de lichamelijke conditie en weerstand van het slachtoffer

 

Voor iedereen geldt dat wisselstroom meer schade geeft dan gelijkstroom.

 

Gelijkstroom gaat een kant op door het lichaam, wisselstroom gaat eigenlijk heen en terug. Vandaar dat 50 V wisselspanning en 120V gelijkspanning veilig is voor mensen.

 

We kunnen van tevoren niet precies aangeven hoe groot de stroomsterkte zal zijn. Die hangt namelijk van twee zaken af:

 

– de gebruikte spanning

 

– de weerstand

 

Elektrische spanning in kantoren en huizen is meestal 220 volt. Bij bedrijven die (zware) machines gebruiken is het soms echter ook 380 volt en in hoogspanningsleidingen (en -kabels) en transformatorhuisjes kan het veel meer zijn. Ais er bij contact met 110 volt bijvoorbeeld een stroomsterke ontstaat van 15 milliampere, zal er onder dezelfde omstandigheden bij 220 volt een stroomsterkte zijn van 30 milliampere (2x zoveel spanning, 2x zoveel stroom) .

 

Een droog lichaam kan een grote weerstand hebben. Per mens verschilt dat nogal. Er zijn mensen die gemakkelijk zweten, anderen hebben bijna altijd klamme handen. Ook de huid kan verschillen: een dikke eeltlaag die droog is, kan de huidweerstand verhogen.

 

Verder kan de grootte van het aanrakingsoppervlak een rol spelen. Sij een groot contactoppervlak kan gemakkelijker opwarming en zweten optreden. Hierdoor neemt de weerstand af. Dan wordt de stroomsterkte groter en dus gevaarlijker. In aanraking komen met elektriciteit kan dus dodelijk zijn, maar ook vrij onschuldig. Een kleine stroomdoorgang kan een schokgevoel geven, maar verder geen of nauwelijks schade aanrichten. Ook bij sterkere stroomdoorgang is het goed mogelijk dat lichamelijke schade tijdelijk is en er geen blijvende gevolgen optreden. Een kleine onverwachte schok kan soms toch tot ernstig letsel leiden, afhankelijk van waar we mee bezig zijn. Ais we erg schrikken kunnen we van een ladder vallen.

 

Vreemd genoeg zijn in de meeste risico-inventarisaties en -evaluaties (RIE’s) de risico’s met het werken van handgereedschappen niet terug te vinden. Waarschijnlijk doordat tijdens de inventarisatie de gereedschappen niet gebruikt worden. Het is aan te bevelen om de risico’s met het gebruik van elektrische handgereedschappen in de RIE op te nemen.

 

– Zorg voor dubbel geisoleerde handgereedschappen, n iet te vergrendelen in de ‘aan’-stand .

 

– Lees zorgvuldig de voorschriften.

 

– Gebruik altijd de beveiligingen.

 

– Voorkom directe verwonding en ‘grip’ op haar, kleding, enzovoort.

 

– Gebruik de nodige persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM)

 

Elektrische stroom gaat gemakkelijk door metalen zoals koper, ijzer, zilver en ook door water. Deze materialen worden geleiders genoemd. Daar tegenover staan de niet-geleiders (isolatoren), zoals kunststof. Een isolator kan voorkomen dat de mens in contact komt met elektriciteit. Isolatie beschermt dus de mens. Naarmate de isolatie steviger en betrouwbaarder is, is een apparaat veiliger. Veilige elektrische handmachines zijn daarom dubbel geisoleerd. Dat is te herkennen aan een teken met twee vierkanten in elkaar.

 

De elektrische stroom zoekt de weg van de minste weerstand en gaat direct via de aardleiding naar de aarde. Omdat de weerstand dan gering is, wordt de elektrische stroom groot. Daardoor slaan de zekeringen of stoppen door, wordt de stroom uitgeschakeld en is het gevaar bezworen. Een zekering of stop zal bij een bepaalde stroomsterkte de spanningsaanvoer blokkeren. Dat kan doordat bij een bepaalde stroomsterkte een draadje dat de stroomtoevoer verzorgt, heet wordt en doorsmelt (smeltzekering).

 

Een aardlekschakelaar werkt volgens een ander principe. In feite wordt er gecontroleerd of alle elektrische stroom die uit de ene kant van de wandcontactdoos verdwijnt, aan de andere kant weer terugkomt. Is dat niet het geval, dan ‘Iekt’ er dus elektrische stroom weg naar de aarde (vandaar de naam).

 

Zelfs als er maar een heel klein stroompje weglekt, meestal 30 milliampere, wordt de stroomtoevoer geblokkeerd. Dat gaat heel snel, maar in die tijd kan er soms toch nog enige schade aan het lichaam ontstaan. De goede werking van de aardlekschakelaar moet met de testknop regelmatig (dagelijks) worden gecontroleerd. Wanneer de schakelaar niet goed werkt, moet hij direct worden vervangen. Met behulp van aarden, zekeringen en aardlekschakelingen kunnen de risico’s van elektriciteit sterk worden teruggedrongen.

 

Het is belangrijk dat we de afspraken in procedures vastleggen en dat ook nieuwe medewerkers daarvan op de hoogte zijn. Een van de afspraken is het keuren van het elektrische handgereedschappen. Dit moet regelmatig gebeuren, afhankelijk van hoe intensief we de handgereedschappen gebruiken. Van de keuring moet een registratie worden bijgehouden. Om borging te realiseren, moeten we erop toezien dat de werknemers ook echt op een veilige manier werken en dat ze de benodigde PBM’s gebruiken. Door middel van werkplekinspecties kunnen we nagaan of de werkvoorschriften ook nageleefd worden.

 

In de NEN – EN 50110 en de NEN 3140 zijn diverse voorschriften opgenomen.

 

Reageer op dit artikel