artikel

Tot zover de veranderde rollen. Hierna zetten we de belangrijkste wijzigingen op een rijtje.

 

Vrijwilligers hebben een nieuwe status gekregen. Werden zij in de oude Arbowet nog gezien als werknemers, volgens het kabinet Balkenende-Zalm kunnen vrijwilligers zich zonder ernstige consequenties aan hun ‘werk’ onttrekken. Er is immers geen sprake van een duurzame werkgever-werknemerrelatie. Voor vrijwilligers – en zelfstandigen zonder personeel – gelden daarom alleen wettelijke bepalingen voor ernstige risico’s. Zij hebben dus niet meer te maken met systeembepalingen als de RI&E, maar nog wel met concrete regels voor het gebruik van PBM’s, duikarbeid en met het asbestverbod.

 

Leerlingen en studenten vallen alleen nog onder de wet als zij werkzaamheden verrichten die vergelijkbaar zijn met normale arbeid.

 

Nieuw is de invoering van het begrip Psychosociale Arbeidsbelasting (PSA). Daaronder worden stressveroorzakende factoren verstaan als seksuele intimidatie, agressie & geweld, pesten & werkdruk. De meeste factoren stonden al in de oude wet. Alleen het begrip werkdruk is toegevoegd. Stress is gedefinieerd als een toestand die als negatief ervaren lichamelijke, psychische of sociale gevolgen heeft (art. 1 lid 2 onder f AW).De werkgever moet een beleid voeren voor het tegengaan of verminderen van P SA. Dat is een agendabepaling: hij moet de risico’s inventariseren, maatregelen vaststellen en over de uitvoering voorlichting geven. Een nadere uitleg van het begrip P SA is te vinden in de Memorie van Toelichting bij het wetsvoorstel.

 

Werkgevers moeten de Arbeidsinspectie een ongeval met dodelijke afloop, blijvend letsel of een ziekenhuisopname telefonisch melden. Schriftelijke melding is alleen noodzakelijk als de inspectie daarom vraagt. Bij de ziekenhuisopname is de tijdsduur van minder dan 24 uur vervallen. Voortaan moeten werkgevers dus elke ziekenhuisopname als gevolg van een ongeval melden, ook als die opname pas enkele dagen na het ongeval plaatsvindt. Let wel: dit geldt dus niet voor eenvoudige poliklinische behandelingen.

 

Arbeidsongevallen met een verzuim van meer dan drie dagen moeten worden geregistreerd (was twee dagen). Werkgevers moeten in dat register de aard van het ongeval en de datum opnemen. De wijze van registratie wordt verder aan de partijen overgelaten. Een ongeval met ernstige afloop hoeft niet meer aan de BHV of de Arbodienst te worden gemeld. Wel hebben deze partijen recht op inzage in de lijst van ongevallen.

 

De verplichting van de werknemers op grond van artikel 11 van de Arbowet is iets aangescherpt. De werknemer moet zich in doen en laten gedragen overeenkomstig zijn opleiding en de gegeven instructies en ook naar vermogen zorgen voor de veiligheid en gezondheid van anderen.

 

De minimumgrens voor het aanstellen van de preventiemedewerker is verhoogd van 15 naar 25 werknemers. Daaronder kan de werkgever deze taak zelf uitoefenen mits hij daartoe voldoende is toegerust. De toets van de RI&E is niet meer nodig voor bedrijven met minder dan 25 werknemers (was 10) mits gebruik wordt gemaakt van een door de cao-partners geaccordeerde en door een deskundige getoetste RI&E.

 

De norm dat een werkgever met minder dan vijftien werknemers de BHV-taken zelf mag uitvoeren is uit de wet verdwenen. Er moet immers altijd voor bedrijfshulpverlening worden gezorgd. Daarom moet de ‘kleine’ werkgever die de BHV-taak zelf ter hand neemt, voor een vervanger zorgen.

 

Nieuw is artikel 15a, Informatierechten deskundige werknemers en personen, BHV’ers en arbodiensten. Ten opzichte van de oude wet zijn een aantal informatieverplichtingen van de werkgever verdwenen. Daarvoor in de plaats zijn in dit artikel een aantal informatierechten van de werknemers gekomen. De genoemde deskundige werknemers moeten kennis kunnen nemen van de ongevalsrapportages en de lijst van arbeidsongevallen. Ook moeten zij desgevraagd inzage kunnen krijgen in een eis of een bevel tot stillegging van de Arbeidsinspectie. Naast enkele minder belangrijke informatierechten moet de werkgever ook inzage verschaffen in een boeteaanzegging en een boetebeschikking.

 

Met deze bepaling is de informatieverplichting van de werkgever verschoven van actief naar passief. Een uitzondering hierop vormt het nieuwe artikel 12 lid 2, waarin een actieve uitwisseling tussen werkgever en OR (of PVT) is neergelegd over de uitvoering van het arbeidsomstandighedenbeleid.

 

De verplichting tot de jaarlijkse schriftelijke voortgangsrapportage van het Plan van Aanpak wordt niet meer nodig geacht. Het arbeidsomstandighedenspreekuur is afgeschaft omdat het niet werkte. Daarvoor in de plaats is de bepaling gekomen dat de toegang van de werknemer tot een deskundige moet worden geregeld in de RI&E (art. 5, tweede lid). Merkwaardig genoeg geldt dit ook voor de toegang tot de preventiemedewerker, terwijl die nu juist de gemakkelijk toegankelijke vraagbaak zou moeten zijn voor iedereen op de werkvloer.

 

Ook het Arbobesluit is stevig gewijzigd. In dit kader schetsen we kort enkele hoofdlijnen.

 

Als gevolg van de implementatie van EU-regels zijn een of meerdere concrete doelvoorschriften opgenomen voor twintig onderwerpen: geluid, beeldschermwerk, trillingen, gevaarlijke stoffen, kankerverwekkende stoffen, vluchtige organische stoffen, ioniserende straling, aanwezigheid compressiekamer bij duik- en caissonarbeid, werken in liftschachten, valgevaar, explosiegevaar acuut gevaarlijke stoffen, brandgevaar acuut gevaarlijke stoffen, biologische agentia, verstikkingsgevaar, vergiftiging/ bedwelming acuut gevaarlijke stoffen, vervoer personen in werkbakken, elektromagnetische velden (toekomstige EG-regelgeving) en optische straling (toekomstige EG-regelgeving). Daarnaast zijn er concrete verbodsbepalingen voor asbest en loodwit.

 

Geschrapt zijn doelvoorschriften, zoals het minimumraamoppervlak in verband met toetreding van daglicht, de norm ‘1 bedrijfshulpverlener op 50 werknemers’ en de norm voor het aantal toiletten. Alle BHV-bepalingen zijn verdwenen. Aard, aantal en inzetbaarheid van de bedrijfshulpverlening moeten voortaan uit de RI&E blijken. Het nauwelijks relevante fosfor(lucifers)verbod is vervallen.

 

Verdwenen is ook de verplichte scheiding tussen rokers en niet-rokers. Deze bepaling staat overigens nog wel in de Tabakswet. Geschrapt zijn verder de bepalingen voor benzinestations. Deze risico’s – op het terrein van agressie en geweld – vallen onder PSA en de werkgever moet op dit punt een beleid voeren.

 

Het begrip hinder zoals was opgenomen in de definitie van het Arbobesluit in artikel 4.1 onder a is geschrapt. Prikkeling van huid of slijmvliezen wordt weer gedekt door het begrip gezondheid.

 

Vereenvoudigd zijn de bepalingen over toiletten: er moeten voldoende toiletten en wastafels zijn. De bepaling dat toiletten gescheiden moeten zijn naar seksen is wel gebleven. Overigens moeten werkplekken volgens ergonomische beginselen worden ingericht.

 

Het Bouwproces (hfdst. 2, afd. 5) is sterk vereenvoudigd en meer gestroomlijnd. Benadrukt wordt in de Nota van Toelichting dat het V&G-plan meer is dan alleen de optelsom van de afzonderlijke RI&E’s.

 

Hoofdstuk 4, ‘Gevaarlijke stoffen en biologische agentia’, is zeer ingrijpend gewijzigd. Zo bijvoorbeeld het grenswaardenstelsel: bepalende factor daarbij is de lucht die wordt ingeademd. Bij het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen is dat dus niet de omgevingslucht.

 

Op het eerste gezicht vallen de veranderingen wel mee. Wel is de medezeggenschap wat uitgehold doordat de informatieverplichtingen van de werkgever van actief naar passief zijn verschoven. Verder ontbreken op sommige plaatsen heldere doelvoorschriften, bijvoorbeeld voor maximale tilgewichten. Ook staan er geen verwijzingen naar de arbocatalogi in de wet. De arbocatalogi worden per branche het sluitstuk als het gaat om de middelen waarmee de wettelijk gestelde doelvoorschriften kunnen worden gerealiseerd. Het wachten is dan ook op de eerste geaccordeerde catalogus.

 

Reageer op dit artikel