artikel

Handleiding voor grootschalige aanschaf categorie III PBM’s

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Van der Wal’s methode kent een commerciele, technische en juridische beoordelingsfase, en een praktijkproef voor gebruik en onderhoud van de PBM’s. Het unieke aan zijn methode is de strikte scheidslijn tussen deze twee fasen. In de clausule van het bestek (de beschrijving van de eisen waaraan PBM’s moeten voldoen) is opgenomen dat de producten die doorgaan naar de praktijkproef, dit doen met ‘nul’ op de teller. Het oordeel van de gebruikers is vanaf dit moment doorslaggevend.

 

In de procedure die de Utrechtse arbocoordinator op zou zetten, was het extra belangrijk om het vertrouwen van het brandweerpersoneel terug te winnen. In 1993-1994 deed het Utrechtse brandweerkorps namelijk een praktijkproef voor de aanschaf van adembeschermingsapparatuur. Het personeel had toen de indruk zeggenschap te hebben over de uiteindelijke keuze, maar de leiding koos voor het goedkopere alternatief. ‘Dit liet de gehele gebruiksperiode een vervelende nasmaak na. Het apparaat was prima, maar de mensen zelf waren er niet van gecharmeerd omdat ze zich niet gehoord voelden. En zij moeten er tenslotte de brand mee in’, verhaalt Van der Wal.

 

Van der Wal schreef een bestek waarin hij de eisen aan de ademhalingsapparatuur scherp formuleerde. Hij bekeek bestekken van andere korpsen en haalde eruit wat hij kon gebruiken. Maar de stukken gingen bijna zonder uitzondering al richting een bepaald merk. ‘Als je een Mercedes wilt, dan kun je daar natuurlijk op aansturen: de auto mag alle kleuren hebben, moet vier wielen hebben en een ster op de motorkap’, schetst de arbocoordinator. Maar met een bestek dat al een bepaalde richting opwijst, knabbel je aan je eigen integriteit. En dat is niet handig als je de steun nodig hebt van alle betrokkenen. Van der Wal schreef daarom een merkloos bestek. Waar andere stukken bijvoorbeeld alleen maar reppen over ‘een afneembare ademautomaat’ schreef hij: ‘afneembare ademautomaat of, als alternatief, een frisseluchtklep’. Tijdens het schrijven van het bestek tot na de eerste beoordeling van de offertes is een radiostilte met de leveranciers essentieel. ‘Leveranciers zitten natuurlijk te springen om grote korpsen binnenboord te krijgen. Maar je wilt de offertebeoordeling zo zuiver mogelijk houden’, zegt Van der Wal. In het verleden was het volgens hem heel gebruikelijk dat leveranciers veel over de vloer kwamen. In deze aanbesteding was dat dus strikt verboden en dat werd intern ook erg op prijs gesteld. ‘Ik heb een keer een leverancier gevraagd van de parkeerplaats te vertrekken, om niet de indruk te wekken dat we niet integer zouden zijn.’

 

Na de offertebeoordeling gingen er twee leveranciers door naar de praktijkproef. Het veiligheidskundige belang van deze proef is volgens Van der Wal erg groot. De proef zorgt voor een weloverwogen keus en voldoende draagvlak bij de uiteindelijke gebruikers. Het brandweerpersoneel testte het gebruiksgemak en het onderhoud. Kun je er goed mee hardlopen? Kun je de druk van de luchtcilinder bij stoomvorming nog goed aflezen? Is het mogelijk het gelaatsstuk af te nemen na blootstelling aan hitte? Hoe is het gebruik in combinatie met andere PBM’s zoals gas- en chemiepak of valbeveiligingsharnas?

 

En hoe bevalt het onderhoud van dit type uitrusting bij andere korpsen?

 

‘Ik heb de praktijkproef zo goed mogelijk voorbereid. Maar je komt toch voor verrassingen te staan’, aldus Van der Wal. Vroeger werd adembeschermingsapparatuur op de rug gedragen, tegenwoordig op de heup om de rug te ontlasten. Dat blijkt consequenties te hebben voor de wisselwerking met bijvoorbeeld gas- en chemiepakken. Dat zit zo: de brandwacht ademt via een uitademventiel uit in het pak. Hiermee komt het in een lichte overdruk te staan ten opzichte van zijn omgeving. Op die manier kunnen gevaarlijke stoffen nooit naar binnen dringen. Om nou te voorkomen dat de brandweerman een Michelin-poppetje wordt, gaat hij geregeld door zijn knieen en knijpt hij met zijn armen lucht uit het pak via een ontluchtingsventiel. In de praktijkproef bleek dat de afsluitkraan van de luchtcilinder dan onder in de holte van het gas- en chemiepak drukt. Op deze manier kan er een gat in het pak ontstaan.

 

De huidige gas- en chemiepakken hebben weliswaar een Quasimodobobbel, bedoeld als ruimte voor de ademluchtapparatuur, maar die zit voor een heupgedragen toestel op de verkeerde plek. Dit gegeven moet gaan leiden tot een beter overleg met pakkenleveranciers. ‘Leveranciers van adembeschermingsapparatuur en pakkenleveranciers praten niet voldoende met elkaar’, weet Van der Wal. ‘Vanuit een PBM realiseer je door een praktijkproef nieuwe ontwikkelingen bij andere PBM’s.’

 

De adembeschermingsuitrusting die het Utrechtse korps nu draagt, heeft het korps zelf getest en goed bevonden. Maar de strikte scheiding van de praktijkproef is – in overleg met de Utrechtse brandweercommandant – weer enigszins genuanceerd in Van der Wal’s scriptie terechtgekomen. Want een te strikte scheiding maakt het mogelijk dat leveranciers de uitkomst manipuleren. ‘Er zijn eigenlijk maar drie grote leveranciers voor adembeschermingsuitrusting. En minimaal twee van die drie gaan door naar de praktijkproef. Een leverancier zou dan kunnen besluiten erg hoge bedragen te gaan vragen omdat hij weet dat hij toch wel in de praktijkproef terechtkomt. En als daarna alleen het oordeel van de gebruikers nog maar de doorslag geeft, dan gaat de procedure aan zijn eigen succes ten onder’, licht Van der Wal toe. Als in de toekomst blijkt dat de brandweer voor een ander product kiest dan dat de praktijkproef uitwijst, valt er wel wat uit te leggen. Communicatie is dan ook een sleutelwoord in de aanschafmethode. ‘Natuurlijk zullen ze het jammer vinden, maar als je van tevoren goed uitlegt dat hun stem belangrijk is, maar niet doorslaggevend, weten ze wat ze wel en niet kunnen verwachten.’

 

De echo’s van Van der Wal’s raadgevingen zijn zelfs tot in Schotland te horen. Vorig jaar stond de ‘Lothian & Borders Fire Brigade’ in Schotland ook voor de grootschalige aanschaf van adembeschermingsapparatuur. De leverancier die geleverd had bij de brandweer in Utrecht, verwees de Schotse brandweerkorpsen door naar Van der Wal. Na zijn uitleg heeft de Schotse brandweer zijn methode vertaald en ze gebruiken de procedure nu ook voor andere PBM’s en zelfs voor hydraulisch handgereedschap, tankautospuiten of ladderwagens.

 

Volgens Van der Wal kan zijn handleiding nuttig zijn bij elke PBM-aanschaf waar je Europees moet aanbesteden. Dat komt omdat hij de ervaringen bij het Utrechtse brandweerkorps heeft gegeneraliseerd. ‘Het is een stappenplan (zie kader). Zo moet je beginnen met het verkrijgen van de opdracht. Als jij vindt dat PBM’s vervangen moeten worden en de commandant vindt van niet, dan heb je toch een probleem’, illustreert Van der Wal deze essentiele stap.

 

Nederlandse brandweerkorpsen hebben de leermomenten uit Van der Wal’s scriptie met graagte tot zich genomen. ‘Uit de scriptie volgt de waarschuwing goed naar compatibiliteit te kijken. Als je een helm neemt van een merk en een gelaatsscherm van een ander, dan kunnen producenten naar elkaar verwijzen’, legt de arbocoordinator uit. Van der Wal adviseert dan ook om alle apparatuur bij een leverancier aan te schaffen: ‘Veel korpsen hadden zich het punt ‘productaansprakelijkheid’ nog nooit gerealiseerd.

 

De gemeentebrandweer Utrecht gebruikt de apparatuur inmiddels zo’n twee jaar. Van der Wal heeft met zijn methode veel sier gehaald bij het uitrukpersoneel. ‘Iedereen is zo blij als een kind met de nieuwe PBM’s’, weet hij. En dat maakt het uitrukken voor het redden van mens en dier een stuk aangenamer.

 

MEER INFORMATIE

 

Wat valt er allemaal onder een adembeschermingsuitrusting? Deze bestaat onder andere uit ademluchttoestellen, lichtgewicht ademluchtcilinders, gelaatsstukken met helmadapters, ademautomaten van het overdruktype, faciliteit voor testen en registreren van alle aspecten van voornoemde apparatuur (t.b.v. onderhoud), helmen met draagcomfort en mogelijkheid voor gelaatsstukadapters.

 

Categorie III PBM’s zijn middelen van een complex ontwerp die de gebruiker moeten beschermen tegen gevaren die dodelijk zijn of de gezondheid ernstig en onherstelbaar kunnen schaden en waarvan de gebruiker, naar de ontwerper aanneemt, de acute effecten niet tijdig kan onderkennen. Uit: Richtlijn PBM, betreffende ontwerp en constructie

 

De scriptie ‘Een goed gedragen PBM’ is te downloaden via http://www.brandweerkennisnet.nl/cms/show/id=530114/contentid=68690

 

Meer HVK-scripties zijn te bekijken via www.brandweerkennisnet.nl

 

STAPPEN PLAN

 

Van der Wal veralgemeniseerde de ervaringen van het Utrechtse brandweerkorps tot een stappenplan. De stappen zijn geschikt voor de grootschalige aanschaf van categorie III PBM’s. Voor een uitgebreide toelichting: http://www.brandweerkennisnet.nl/cms/ show/id=530114/contentid=68690

 

1. Opdracht verkrijgen

 

2. Omvang bepalen

 

Bepaal de omvang, definieer of andere korpsen mee moeten kunnen doen, en bekijk of je verplicht bent Europees aan te besteden.

 

3. Projectplan schrijven

 

Eventueel met hulp van Gemeentelijk Bureau Aanbestedingen.

 

4. Betrokkenen informeren

 

5. Jezelf informeren

 

Wat speelt er? Wat speelde er in het verleden?

 

6. Wetten, normen en richtlijnen

 

Zorg dat je boven de stof staat. Je kunt dan met je kennis afspraken forceren.

 

7. Voorbeeldbestekken

 

Vraag ze op, kijk ze na.

 

8. Bestekmaken

 

Commerciele, technische en juridische eisen en wensen. Formuleer zo min mogelijk eisen (de meest relevante zijn afgeleid van normen). Aan wensen ken je weegfactoren toe (hoog, midden of laag). Beargument eer deze.

 

9. Zwijgen Communiceer met betrokkenen. Maar juist NIET met apparatuuraanbieders tot na de eerste beoordelingsfase om integriteit te waarborgen.

 

10. Eerste offertebeoordeling

 

De berekening van de offertes vindt plaats met de weegfactoren.

 

11. Nul op de teller

 

12. Praktijkproef voorbereiden

 

13. Praktijkproef doen

 

Testen op gebruik, onderhoud en compatibiliteit (gebruik in combinatie met andere uitrusting en kleding). Gevarieerde test groep.

 

14. Eindberekening, besluit en aanschaf

 

15. Implementatie

 

16. Informatieuitwisseling na aanschaf

 

 

Reageer op dit artikel