artikel

Hoge schacht, laag zwikgevaar?

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Jan Broeders, schoentechnicus bij TNO Industrie, meent dat een schoenmodel boven de enkel extra ondersteuning biedt en de kans op zwikken vermindert.

 

TNO Industrie, de keuringsinstantie voor voet- en beenbescherming in Nederland, heeft een proefopstelling staan waarmee de enkelstijfheid van de voet kan worden gemeten.

 

Testen in het laboratorium laten een verhoogde enkelstijfheid zien bij een schoen boven de enkel. ‘Maar dan moet je wel de veters goed aantrekken’, aldus Broeders.

 

Ook dr. Johan Molenbroek, UD fysieke ergonomie aan de TU Delft, meent dat hoge veiligheidsschoenen zonder meer beter tegen zwikken zijn dan lage. Hij redeneert vanuit de biomechanica. ‘De enkel is een scharnierpunt met spiertjes eromheen. Als je een beschermende, stevige laars om de enkel heen doet, dan helpt dat tegen zwikken.’

 

De verschillende partijen zijn het erover eens dat de hoogte van de schoen niet de enige zwikgevoelige parameter is.

 

‘Met een brede zool zwik je minder snel’, weet Molenbroek.

 

En de laars moet stevig genoeg zijn. ‘Een regenlaars helpt niet veel’, verduidelijkt Molenbroek lachend.

 

In arboland staat onderzoek naar de beste schoen voor zwikgevoelige plekken nog in de kinderschoenen. Maar Wilfried Verstraeten heeft het profiel voor de antizwikschoen al in de kast liggen. Verstraeten werkt als veiligheidskundige en arbeidshygienist bij PBMgroothandelaar Vandeputte Safety, en baseert zijn kennis op een rondgang langs de fabrikanten van veiligheidsschoenen.

 

Hij zette hun ervaringen en adviezen op een rij: de antizwikschoen is een gezwikte schoen (en geen gestrobelde). Hij heeft een brede leest, een hakkefront (en geen sleehak) en een hoogte van ongeveer acht inch. Zwikken is schoenmakersjargon voor een bepaald type schachtzoolverbinding:

 

het leer van de schacht wordt om de binnenzool heengetrokken en verlijmd tot een geheel. Dit geeft een stijvere schoen dan bij het zogeheten strobelen waarbij grof stikken volstaat om de schacht aan de zool te verbinden.

 

Verstraeten geeft aan dat juist over de hoogte de meningen verdeeld zijn. ‘Een bredere leest is belangrijker tegen zwikken dan de hoogte van de schoen’, weet Verstraeten uit ervaring.

 

Alle ervaringen en adviezen ten spijt, blijft er bij hem toch iets knagen: ‘We hebben niet kunnen bewijzen dat de goede keus is gemaakt. Iemand zou daarnaar een onderzoek moeten doen.’

 

In 1993 voerde NS Ergonomie, inmiddels verzelfstandigd tot Intergo, een onderzoek uit onder medewerkers van de spoorwegpolitie naar twee soorten schoenen in relatie tot zwikincidenten.

 

Een zeer hoge schoen (model legerschoen) kwam naast een zeer lage schoen (model moliere) te staan. De hoge schoen kreeg het rapportcijfer 9, de lage een 5. Maar Richard van der Weide, ergonoom en bewegingswetenschapper bij Intergo, relativeert de uitkomst van dit onderzoek. ‘De primaire reactie kan ik wel begrijpen, maar er is nooit aangetoond dat een hoge schoen ook beter helpt tegen zwikincidenten.’ Ook Van der Weide beroept zich hierbij op de literatuur over sportschoenen.

 

‘Uit sportliteratuur is bekend dat hoge basketbalschoenen geen enkele preventieve werking hebben tegen zwikken.’

 

Hij rechtvaardigt een extrapolatie naar veiligheidsschoeisel. ‘Bij basketbal komt de voet onverwacht neer op die van de medespeler. Dit kan vergeleken worden met rangeerders die – uit de trein springende – op een ongelijk oppervlak terechtkomen terwijl ze een vlak oppervlak verwachten.’

 

De adviezen van de diverse partijen lijken zich te richten op een ondersteunende schoen die stijf genoeg is om zwikken te voorkomen. Maar over het waarom van de preventieve werking van een stijve schoen verschillen de meningen. Henk Nieuwenhuijzen: ‘Verschillende studies betwijfelen of dit soort extern stabiliserende materialen in staat zijn om de grote krachten te weerstaan die vrijkomen bij een enkelverzwikking. De stugheid van een schoen zal daar ook weinig aan veranderen.’

 

Nieuwenhuijzen promoveerde op 20 april op een onderzoek naar de reflexen en bewegingen die ontstaan bij een dreigende enkelverzwikking. Hij voerde zijn onderzoek uit op de afdeling biofysica van de Katholieke Universiteit Nijmegen. ‘Uit mijn onderzoek blijkt dat de reactie op een dreigende enkelverzwikking voor een groot deel bestaat uit een balanscorrigerende respons. Hij verwacht dat stugge, nieuwe schoenen beter aansluiten en hierdoor een beter contact met de huid geven. ‘Veel onderzoekers denken dat dit contact met de huid een gunstige invloed heeft op het houdings- en bewegingsgevoel met een verbeterde stabiliteit en evenwicht tot gevolg’, aldus Nieuwenhuijzen.

 

Voor zwikgevoelige plekken raadt hij dan ook een goed aansluitende schoen aan.

 

Hij gaat nog verder: ‘Als iemand al eerder door zijn enkel is gegaan, zou ik bovendien voor een hoge schoen kiezen omdat daarbij het contact met de huid groter is. Bij iemand die nog niet eerder zijn enkel heeft verzwikt, en nog een intact houdings- en bewegingsgevoel heeft, zal een lage schoen waarschijnlijk volstaan.’

 

Van der Weide denkt dat een hoge schoen vooral bij de wat rustiger bewegingen bescherming kan bieden tegen verzwikkingen.

 

‘Als je in ballast loopt en dreigt te zwikken, dan krijg je bij een hogere schoen eerder een seintje:

 

he, pas op. De spier kan zich dan nog op tijd samentrekken om zwikken te voorkomen’, verduidelijkt Van der Weide. Bij de snellere bewegingen, zoals een sprong uit de trein, zou het lichaam niet op tijd zijn om te reageren.

 

Hoewel Van der Weide er geen problemen mee heeft als een gebruiker zich een laag model veiligheidsschoen wil aanmeten, adviseert hij toch liever een hoger model. ‘Hoge schoenen bieden sowieso een betere fysieke afscherming, bijvoorbeeld tegen omhoog springende steentjes’, verduidelijkt hij zijn advies. Daarnaast is hij van mening dat als het niet baat, dat het dan ook niet schaadt. Een stelling waar Broeders zich niet in kan vinden. ‘Iemand met transpirerende voeten in een werkomgeving zonder noodzaak voor hoge schoenen kan beter lage aantrekken.’

 

Er is een nieuwe norm op komst voor veiligheidsschoeisel. De normen NEN-EN 344 t/m 347 worden herzien en vervangen door een EN-ISO norm. Biedt de nieuwe norm voor veiligheidsschoeisel nog een leidraad voor zwikkende gebruikers?

 

Jos Putman, hogere veiligheidskundige en adviseur voor PBM-groothandelaar Intersafe Groeneveld, is sceptisch: ‘Normen zijn niet voldoende aangepast aan de praktijksituatie waarin de norm gebruikt zou kunnen worden. En arboprofessionals hebben vaak onvoldoende kennis en geven een subjectief advies’, aldus Putman. ‘Hoog of laag; het is afhankelijk van de risico’s op de werkplek. Vanuit veiligheidskundig oogpunt zou er een taakrisicobeoordeling plaats moeten vinden’, is zijn stellige mening. Maar tegelijkertijd weet hij dat de arbodeskundige zo’n taakrisicoanalyse niet altijd uitvoert vanwege gebrek aan tijd of kennis. Het is dan ook aan de gebruiker om tijdens het aanmeten van een veiligheidsschoen op beide benen te blijven staan. Wie de schoen goed past, trekke hem aan.

 

Reageer op dit artikel