artikel

Inflatie van CE-markering

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Het toelatingstraject van een PBM is relatief eenvoudig.

 

Het start in principe bij het samenstellen van een technisch fabricagedossier inclusief alle technische bewijzen dat het product in overeenstemming is met de geclaimde normeringen en prestatieniveaus. Een correcte gebruikersinstructie en markering behoren ook deel uit te maken van dit dossier. Vervolgens bieden producenten[1]  de categorie 2 en 3 PBM’s ter keuring aan bij een NB (de producent mag de keuring niet bij meerdere NB’s aanvragen). De notified body beoordeelt of het product voldoet aan de huidige normen en prestatieniveaus.

 

Daarnaast kijkt ze of alle overige administratieve gegevens beschikbaar zijn en op een correcte wijze zijn samengesteld. Als alles in orde is, bestaat formeel het vermoeden dat het product overeenkomt met de eisen uit de richtlijn. Het NB schrijft dan het EG-typekeuringscertificaat uit.

 

Voor de producent betekent dit dat hij gerechtigd is tot het voeren van het CE-conformiteitsteken (CEsymbool).

 

Daarnaast mag hij overige markeringen zoals pictogrammen, norm- en prestatieniveaus vermelden. Verder zal de producent een verklaring moeten opstellen waarin hij verklaart dat alle PBM’s die hij onder dezelfde productaanduiding levert, identiek zijn aan degene die hij ter keuring heeft aangeboden. Alleen dan mag het product op de Europese markt worden gebracht. Tot zover de theorie.

 

Niet alle producenten volgen het officiele toelatingstraject van een PBM. Veel PBM’s worden inmiddels gemaakt in lagelonenlanden en via importeurs op de markt gebracht. De producten zijn meestal niet in het productieland ontwikkeld en beproefd; ze zijn gemaakt op basis van de standmonsters en specificaties die de importeur heeft aangeleverd.

 

De geproduceerde artikelen zijn vaak een volledige kopie. Zelfs de voorbeeldmonsters, aangebrachte markeringen en het CE-conformiteitsteken zijnidentiek. Op zich is hiermee niets mis. Het wordt pas interessant als we gaan kijken hoe het product vervolgens op de Europese markt wordt gebracht.

 

Want ook voor deze producten geldt dat er, afhankelijk van de categorie, EG-typekeuring moet worden uitgevoerd door een NB. Naar ons weten gebeurt dat niet in alle gevallen. In veel van deze gevallen is de importeur onwetend. Hij veronderstelt dat zijn leverancier zelf voor de typekeuring heeft gezorgd, direct of indirect via eerdere leveringen aan derden. Het is echter ook mogelijk dat er opzet in het spel is. Een typekeuringstraject brengt tenslotte kosten met zich mee, kan enige tijd duren en er is zelfs een kans dat het product wordt afgekeurd. Bedrijfseconomisch geen aantrekkelijk vooruitzicht.

 

Aan deze praktijk kleven de volgende bezwaren:

 

1. Het product is niet gekeurd en kan een gevaar vormen voor de gebruiker ervan.

 

2. Ten opzichte van goedwillende producenten en importeurs is deze gang van zaken concurrentievervalsend doordat keurings- en certificatiekosten worden uitgespaard.

 

3. Afnemers worden misleid. Het CE-conformiteitsteken wordt ten onrechte gebruikt waardoor de zeggingskracht en intenties van dit teken worden ondermijnd.

 

Het is op dit moment vooral veel signalisatiekleding (categorie 2) die zonder daadwerkelijke typekeuring op de mark wordt gebracht, vaak door importeurs die zich zijdelings met beschermende kleding bezighouden. De belangrijkste afzetkanalen zijn discountwinkels en bouwmarkten. Ook veel werk- en veiligheidshandschoenen vinden zonder typekeuring hun weg naar de consument.

 

In de praktijk bestaat er nauwelijks toezicht op het op de markt brengen van persoonlijke beschermingsmiddelen.

 

In Nederland zou de Arbeidsinspectie of de Voedsel en Waren Autoriteit de aangewezen instantie kunnen zijn, maar deze organisaties treden in dit werkveld meestal reactief op. Zelfregulering van de markt is het credo. Het CE-conformiteitsteken is blijkbaar gevoelig voor inflatie. Het is niet voor de volle 100 procent betrouwbaar.

 

Staan de inkopers, importeurs en goedwillende producenten dan machteloos? Naar mijn overtuiging niet, maar het zal wel een kwestie van lange adem worden. Gelukkig is het conformiteitsteken niet de enige mogelijkheid om vast te stellen of het product aan de wettelijke eisen voldoet. Wat kunnen de belanghebbenden doen? Zij kunnen bijvoorbeeld:

 

– expliciet vragen om een kopie van het verstrekte EG-typekeuringscertificaat en zich ervan vergewissen dat op dit certificaat dezelfde identificatiegegevens staan als in het persoonlijke beschermingsmiddel en op de gebruikersinstructie;

 

– via een kanaal als internet achterhalen of de notified body die het betreffende certificaat zou hebben uitgeschreven, inderdaad bestaat inclusief de juiste vermelding van het NB-nummer.

 

Op die manier kunnen de belanghebbenden beter aantonen of het PBM daadwerkelijk is goedgekeurd en toegelaten op de Europese markt. Helaas gaan deze tips enkel op voor categorie 2 en 3 producten, maar deze vormen wel de groep persoonlijke beschermingsmiddelen met het grootste afbreukrisico.

 

En wellicht gaat hier een dermate positief effect vanuit dat categorie 1 producten mee profiteren.

 

DRIE CATEGORIEEN PBM’S

 

De categorie-indeling heeft betrekking op de eventuele gevolgen van de risico’s waartegen het PBM bescherming moet bieden. Risico’s die niet leiden tot (ernstig) letsel maar bijvoorbeeld alleen tot ongemak, vallen in categorie 1. Ze worden ook wel PBM’s van simple design genoemd. Regenkleding valt bijvoorbeeld in deze categorie. Het andere uiterste zijn categorie 3 PBM’s. De risico’s waartegen deze dienen te beschermen zijn zodanig dat er grote kans op (ernstig) letsel of gezondheidsschade bestaat als de persoonlijke beschermingsmiddelen niet goed werken. Voorbeelden van deze producten zijn brandweerkleding en chemicalienwerende kleding. Men noemt deze categorie ook wel van complex design. Veruit de grootste groep valt in categorie 2. Denk hierbij bijvoorbeeld aan signalisatiekleding.

 

 

Reageer op dit artikel