artikel

Kleven of schroeven?

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Het meest gangbare systeem, waartoe onder meer de Mansafe van de firma Latchways behoort, bestaat uit een rozet die wordt vastgeschroefd op de ondergrond. Bij een ander systeem, van de firma Kedge Safety Systems (verder Kedge), wordt de bitumenrozet op het dak verkleefd met behulp van een brander. Latchways wordt in Nederland geleverd door Eurosafe Solutions. Deze leverancier heeft bij de rechter geeist dat Kedge haar product van de markt neemt omdat dit niet zou voldoen aan de Richtlijn Persoonlijke Beschermingsmiddelen (89/686/EEG). En ook zou volgens testen die Latchways c.s. hebben uitgevoerd het product van Kedge, zeker bij hogere temperaturen, ook nog eens extra gevaarlijk zijn omdat hun anker dan afscheurt van de bevestiging. Deze testen werden uitgevoerd door een onafhankelijke testinstelling, een Engelse notified body.

 

Het product van Kedge is door henzelf nooit onafhankelijk getest bij hogere temperaturen. Maar Kedge beweert dat dit volgens EN 795 ook helemaal niet verplicht is. Wel staat in een productblad van de Nederlands Bouwdocumentatie vermeld dat de ankers tot zestig graden gebruikt konden worden. Kedge heeft de lijmrozet indertijd wel op basis van de Richtlijn PBM laten testen met een positief resultaat. Deze test had echter alleen betrekking op de dynamische trekkracht, niet op de statische. Dat betekent dat niet getest is of, als je enkele minuten met je harnas aan het rozet hangt, deze alsnog los kan laten waardoor je met je hele hebben en houden ter aarde stort. Deze statische test zou een negatief testresultaat kunnen opleveren, vooral bij hoge(re) temperaturen. Daarbij gaat het dan om temperaturen van dertig tot zestig graden, die op een plat dak met bitumenafwerking maar al te snel kunnen worden bereikt. De te lijmen rozet werd echter niet als PBM, maar als bouwproduct op de markt gebracht. Voor dergelijke producten is geen onafhankelijke test nodig.

 

Na diverse eerdere rechtszaken heeft de rechtbank in Den Haag op 18 juli 2007 de zaak aangehouden wegens enkele onduidelijkheden in de regelgeving. Eerst moet het Europese Hof van Justitie uitsluitsel geven over welke richtlijn betrekking heeft op dergelijke ankers: de Richtlijn Bouwproducten of die van Persoonlijke Beschermingsmiddelen. De rechtbank wil daarbij onder meer antwoord op de volgende vragen:

 

1 Vallen klasse AI verankeringsvoorzieningen als bedoeld in EN 795 exclusief binnen het bereik van Richtlijn 89/106/EEG, de Richtlijn Bouwproducten?

 

2 Als dit niet zo is, vallen deze voorzieningen dan als onderdeel van het (persoonlijk) beschermingsmiddel binnen het bereik van Richtlijn 89/686/EEG?

 

3 Mocht dit ook niet het geval zijn, moet dan die Richtlijn zo worden uitgelegd dat een PBM als bedoeld in deze richtlijn niet aan de fundamentele eisen van de richtlijn voldoet als de verankeringspunten niet onder alle te verwachten gebruikomstandigheden veilig zijn?

 

4 De vierde vraag is of Richtlijn 93/465/EEG toestaat dat op facultatieve basis een CE-markering op een verankeringsvoorziening wordt aangebracht als bewijs van overeenstemming met Richtlijn 89/686/EEG.

 

Beide leveranciers krijgen de gelegenheid de vragen aan het Europese Hof aan te vullen. Dit kan enige maanden duren; daarna gaat de vraag naar het Hof, waarna het wel tot een jaar of langer kan duren voor er een uitspraak komt.

 

In de kern van de zaak draait het erom, of een bevestigingspunt voor een valbeveiliging nu wel of niet tot de beveiliging zelf moet worden gerekend. Of anders gezegd: of de rozet en zijn verankering nu wel of niet moeten voldoen aan de eisen van de Richtlijn PBM. Het antwoord lijkt volkomen helder. Alle onderdelen van een persoonlijk beschermingsmiddel hebben maar een doel: te zorgen dat de gebruiker, als het risico waartegen het middel beschermt zich daadwerkelijk voordoet, geen schade daarvan ondervindt. Bij valbeveiliging geldt dat dan onverkort voor het totale systeem, dus inclusief het bevestigingspunt. Want als dat loslaat, dan faalt zonder meer het gehele systeem. Dat systeem en dus ook de ankerpunten moeten dus wel betrouwbaar zijn.

 

De bevestigingspunten voor een valbeveiliging worden getest onder laboratoriumcondities. Vooral als het gaat om verlijming, moet daarbij in de gaten worden gehouden dat in de dagelijkse praktijk, zeker waar het gaat om oudere daken, vaak geen sprake zal zijn van optimale condities. Daarmee wordt de kans op een onjuiste bevestiging wel groter. Natuurlijk kan dit ook het geval zijn met een schroefbevestiging. Maar, en dat weet iedereen die wel eens een schroef in een muur heeft gedraaid, je wordt daarbij vrij snel geattendeerd op zwakke plekken. Daarmee is de kans op foutieve bevestiging van de schroefrozet aanmerkelijk kleiner. Verder geldt voor beide systemen, voor de verlijmde misschien nog meer dan voor de geschroefde, dat regelmatige controle op de bevestigingspunten zonder meer noodzakelijk is.

 

Het conflict tussen beide leveranciers van dakankers speelt al enkele jaren. Uiteraard is het voor de toekomst van groot belang dat er een heldere norm komt waaraan vaste ankerpunten moeten voldoen.

 

Het is hoogst verbazend dat in de hele discussie veiligheidskundigen of andere arboprofessionals niet of nauwelijks een rol spelen of hebben gespeeld. Het gaat hier wel om een belangrijke basisveiligheidsvoorziening. Een voorziening die, gezien de vele ongevallen waarbij sprake is van het vallen van hoogte, zeker van groot belang is voor de dagelijkse praktijk. Een gemiste kans.

 

Reageer op dit artikel