artikel

‘Low profile’naar een arbocatalogus

Persoonlijke beschermingsmiddelen

In de convenantperiode daalde het ziekteverzuim van 6,9 procent in 2002 naar 6,1 procent in 2005. En de gemiddelde verzuimduur daalde van 18 dagen in 2002 naar 10,7 dagen in 2005. Maar dit succes wil de branche niet opeisen. Het convenant viel samen met grote veranderingen in de Ziektewet. ‘Als de Wet verbetering poortwachter en de WIA een aantal jaren eerder waren gekomen, dan denk ik dat er nooit een project arboconvenanten was gekomen’, durft Johan Suiker zelfs te stellen. Suiker is secretaris van het brancheoverlegorgaan van werkgevers en werknemers Orsima. ‘Maar doordat je deelnam aan het arboconvenantencircus – ik bedoel dat positief – zijn er meerdere instrumenten ontwikkeld.’ Wel viel het hem op dat veranderingen niet vanzelf op gang kwamen: ‘Zo’n cursus verzuimpreventie voor leidinggevenden zou toch storm moeten lopen, maar niets was minder waar.’ Hij kan er wel begrip voor opbrengen: ‘Het werk moet gewoon door. Zeker in deze sector weet menig bedrijf vandaag nog niet wat het morgen gaat doen.’

 

Cultuurveranderingen kosten tijd. Toch hebben ‘alle partijen wel het idee dat de sector zich steeds meer bewust wordt van de arbeidsrisico’s rondom lichamelijke belasting en gevaarlijke stoffen’, stelt adviesbureau Orbis in de eindevaluatie van het arboconvenant. Van Zundert onderschrijft dit: ‘Op dit moment is het haast ondenkbaar dat je arbeidsomstandigheden niet ziet als randvoorwaarde bij dienstverlening. Het zijn dus niet zozeer de materiele zaken, maar de focus die je tot de winst van het convenant kan rekenen.’

 

Het brancheconvenant krijgt een extra impuls als de sector in 2003 meedoet met een VASt-traject. In 2005 rolt het Handboek Vuil van de persen. Het boek deelt het te reinigen vuil op in categorieen en elke categorie is voorzien van een risicobeschrijving. In de eindevaluatie van het convenant oordeelde Orbis dat het taalgebruik in het handboek en de gebruikte afbeeldingen te ver van de werkvloer af staan. In reactie hierop is Orsima momenteel bezig met het ontwikkelen van zogeheten ‘train-de-trainer cursussen’. Maar de vertaalslag blijft lastig. ‘In ons vak gaat het om gecombineerde blootstelling. Mensen die de rotzooi op moeten ruimen, treffen alles bij elkaar aan’, schetst Mari Martens, bestuurder bij FNV bondgenoten. En dat leidt er volgens hem niet zelden toe dat mensen alle PBM’s die ze hebben voor de zekerheid omhangen. De vakbondsman denkt dat werkvoorbereiding de sleutel is tot betere arbeidsomstandigheden. ‘De opdrachtgever en de werkvoorbereider moeten van tevoren bekend zijn met de risico’s en zeggen welke PBM’s de werknemers moeten dragen.’

 

Tijdens het arboconvenant ontwikkelde VHP ergonomie een Oplossingenboek Fysieke Belasting. Hierin staan vijftien haalbare oplossingen die varieren van het inzetten van een radiografisch bedienbare machine voor hogedrukdrukreiniging, via een scheepsreinigingsrobot tot een lier achterop een vacuumwagen. Deze laatste oplossing ontlast de rug van de reiniger doordat hij geen zuigslangen meer omhoog op de wagen hoeft te sjorren. Veel van de oplossingen zijn al bekend, maar ze worden volgens Orbis nog niet algemeen gebruikt, zo blijkt uit de eindevaluatie.

 

Daarnaast ontwikkelde de branche een train-de-trainer cursus fysieke belasting voor KAM-coordinatoren. Zij geven het stokje vervolgens door naar de werkvloer. Tom Vonk, KAM-coordinator bij Alphen bv, volgde zo’n cursus maar zag niet direct hoe hij de opgedane kennis over zou kunnen dragen. ‘Hoe vaak ga je voorlichting geven? Hoe maak je dat die ook blijvend effect heeft? Die jongens komen op cursus, maar leg je daarna vijf euro op de grond, dan pakt niemand het briefje op de juiste manier op, behalve degene met hernia’, stelde Vonk zich voor. Hij besloot de voorlieden een korte instructie te geven en die inspecteren nu wekelijks. Is er iets niet in de haak met het buk- en tilgedrag van de werknemers, dan worden die daarop aangesproken. Zo controleren de voorlieden bijvoorbeeld of de reinigers geen slangen zwaarder dan 25 kg handmatig ophijsen. Boven de 25 kg zijn tilhulpmiddelen verplicht. Deze ‘goede praktijk’ kan zijn weg vinden naar andere bedrijven via het KAM-coordinatorenoverleg. Vonk is enthousiast over dit overlegorgaan dat gaande het convenant ontstond. De vertaalslag naar de dagelijkse praktijk krijgt er de volle aandacht. ‘Je leert daar creatief om te gaan met de aangeboden instrumenten’, aldus de KAM-coordinator.

 

Om de convenantresultaten te kunnen communiceren, ontwikkelde de branche een website www.orsima.nl en een periodieke nieuwsbrief. Maar de informatie bleek de werkvloer niet altijd te bereiken. Zo waren scheepsonderhoudsbedrijven minder bekend met de ontwikkelde instrumenten dan bedrijven in de industriele reiniging. In de eindevaluatie zoekt Orbis de verklaring deels in het soort communicatiemiddelen. Zo geven kaderleden te kennen dat ze niet zitten te wachten op ‘instrumenten op papier’. Maar ook de aard van de sector is debet aan de gehinderde doorstroom van informatie. ‘Het is lastig om werknemers en werkgevers in de sector te bereiken, mede vanwege het ad hoc karakter van het werk, taalproblemen en het lage opleidingsniveau.’

 

Toch constateert Orbis dat werknemers zich meer bewust zijn geworden van de arbeidsrisico’s. De informatie komt tot hen via toolboxmeetings of via schriftelijk voorlichtingsmateriaal. De reinigers geven wel te kennen dat ze vaker 1-op-1 voorgelicht willen worden. Martens begrijpt dat: ‘Voorlichtingsmateriaal is prachtig, maar we moeten oppassen voor droomwegdiscussies. De beste manier van voorlichten is werkoverleg voor de klus.’

 

Van Zundert denkt dat een gestroomlijnde communicatie ervoor kan zorgen dat de mensen ook zelf na gaan denken over hun verantwoordelijkheden: ‘Opleidingen, werkoverleg, toolboxmeetings, KAM-coordinatorenoverleg. Communicatie is heel belangrijk om redelijk veilig en bewust te kunnen werken. We moeten blijven communiceren.’

 

In de eindevaluatie raadt Orbis de werkgevers aan om actiever contact te zoeken met opdrachtgevers en uitzendbureaus om zo gezamenlijke problemen aan te pakken. Van Zundert ziet hier een rol voor de arbocatalogus: ‘Je zegt met zo’n oplossingenboek feitelijk: ‘zo zijn onze manieren’. Ten aanzien van de klant is de arbocatalogus het beste signaal om aan te geven hoe we willen werken.’ In een arbocatalogus staan de verschillende manieren beschreven om aan de doelvoorschriften van de overheid te voldoen. In de komende drie jaar moet elke branche er eentje maken. Zo niet, dan gaat de inspectie strenger controleren.

 

Het maken van het oplossingenboek lijkt Martens niet zo’n grote klus. ‘De overlegstructuur waarbinnen dit kan staat als een huis. We zetten er alle afspraken in die we al hebben en die we nog willen maken. We zoeken goed uit wat wel kan en wat niet.’ Het probleem ligt volgens hem bij de vertaling naar de praktijk van alle dag. De vakbondsman geeft een voorbeeld: ‘Bij een vacuumwagen moeten drie mensen aanwezig zijn: een in de tank, een bij het gat in de tank en een bij de wagen. Die drie mensen zijn er vaak niet.’ Toch gaat de klus volgens Martens dan vaak door. ‘Als je idealen formuleert en je bent het ermee eens, dan moet je ook accepteren dat de klus niet geklaard kan worden als er geen drie mensen zijn. Maar je moet heel sterk in je schoenen staan om dan nee te zeggen. De opdrachtgever moet het willen, het reinigingsbedrijf moet het durven vragen, de medewerker moet het durven vragen.’ Volgens Martens is dit proces nog onvoldoende op gang in de branche.

 

De Arbeidsinspectie is in het najaar van 2006 gestart met een nieuwe manier van inspecteren. De sector krijgt een zogeheten branchebrochure waarin staat hoe de inspectie in zijn werk gaat. De industriele reiniging is een van de vier proefkonijnen.

 

In de branchebrochure industriele reiniging staat uitleg over de vijf belangrijkste risico’s: fysieke belasting, valgevaar, besloten ruimten, arbeids- en rusttijden en gevaarlijke stoffen. Dit zijn de risico’s waarop de inspectie komt controleren. Van Zundert is enthousiast: ‘De branchebrochure is in samenspraak met de sociale partners gemaakt. De Arbeidsinspectie controleert dus met onze oplossingen. De controlerende overheid weet hierdoor wat wel maar ook wat niet kan binnen de branche.’

 

De inspectie Nieuwe Stijl is nu volop aan de gang en loopt nog door tot mei 2007. Een mooi moment, vindt Martens: ‘De oplossingen die zijn verzonnen tijdens het arboconvenant komen niet vanuit alle bedrijven. Het is dus mooi als de inspectie zegt: die oplossingen zijn er, toepassen dus!’ De inspectie heeft meer gezag dan de sociale partners, weet Martens. Hoe graag de overheid de verantwoordelijkheden voor goede arbeidsomstandigheden ook op de werkvloer wil leggen, Martens denkt dat de overheid een onmiskenbare taak heeft en houdt bij de controle. ‘De commerciele druk is te hoog om het intern te reguleren’, weet de vakbondsman.

 

Van Zundert is het ermee eens dat inspecties een sturende en corrigerende waarde hebben. Maar daarnaast gelooft hij in een zelfcorrigerend mechanisme. ‘Het is in ieders belang om de regels na te leven. Uiteindelijk wil reinigingsbedrijf noch klant zijn naam aan een ongeval verbonden zien.’

 

De sector is klaar met het arboconvenant, de inspecties lopen. Tijd om de arbocatalogus op de rit te zetten. Uit welke bronnen kan de sector putten voor het vullen van zijn oplossingenboek? De sector Orsima kent geen branche RIE. Daar verschillen de functies binnen de branche gewoonweg te veel voor. ‘We zijn de risicoprofielen van alle functies in kaart aan het brengen zodat we weten waar we de komende tijd aandacht aan moeten besteden’, aldus Van Zundert. In mei 2007 is het laatste risicoprofiel klaar. Vervolgens volgt de vertaalslag van arbeidsrisico’s naar concrete oplossingen. Dat lijkt nog een hele klus. ‘We moeten ‘low profile’ beginnen. Eerst inventariseren wat we al hebben. Dat is toch al behoorlijk wat: Oplossingenboek Fysieke Belasting, cursussen verzuim en fysieke belasting, het Handboek Vuil en daar komen de risicoprofielen dan nog eens bij’, zegt Suiker. Van Zundert noemt daarnaast de branchebrochure als belangrijke voorloper van de arbocatalogus. ‘Het startpunt voor de arbocatalogus is de top vijf van risico’s. Die staat al in de branchebrochure die samen met de inspectie is opgesteld.’

 

Volgens Suiker is de ideale arbocatalogus dynamisch. Een instrument waar voortdurend aan wordt gewerkt. De oplossingen zullen niet voor ieder bedrijf gelden. Het is meer een soort keuzemenu. Martens noemt de arbocatalogus liever een ArboCAO: ‘Het gaat om afspraken tussen werkgevers en werknemers. Als je er een ArboCAO van maakt zijn die afdwingbaar.’ De vakbondsman ziet de ideale arbocatalogus al heel concreet voor zich: ‘Niet al te dik, handzame oplossingen met foto’s, eenvoudige teksten, de boekjes liggen in de auto’s en zijn een beetje smerig omdat ze zo veel gebruikt zijn.’

 

MEER INFORMATIE?

 

Orsima: http://www.orsima.nl

 

Dossiers Industriele reiniging: http://arbeidsinspectie.szw.nl/index.cfm?fuseaction=dsp_document&link_id=93638

 

http://arboconvenanten.szw.nl/index.cfm?fuseaction=dsp_dossier&set_id=1388&doctype_id=150

 

Meer info over de Nieuwe Arbowet: www.arbonieuwestijl.nl

 

 

Reageer op dit artikel