artikel

Oogkleppen of veiligheidsbrillen?

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Hiermee wordt bedoeld dat ze een optimale bescherming moeten bieden bij een zo groot mogelijk comfort. In Europa moeten alle PBM’s voldoen aan bepaalde fundamentele voorschriften. In Nederland zijn deze voorschriften opgenomen in het Besluit PBM’s op grond van de Warenwet. PBM’s moeten zijn voorzien van het CE-merkteken.

 

Het PBM moet uiteraard in staat zijn om bescherming te bieden tegen de risicofactoren op de werkplek. In het huidige Arbobesluit is in hoofdstuk 8 aangegeven dat de keuze voor een bepaald PBM op basis van de Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) moet worden gemaakt. In de bijbehorende Arbobeleidsregel staat dat de werkgever gebruik moet maken van de ‘Gids PBM’s’ van het NEN.

 

De werkgever is op grond van de Arbowet verplicht de noodzakelijke PBM’s te verstrekken en te vervangen. De werknemer moet ze gebruiken en onderhouden. De werkgever dient zijn werknemers te motiveren tot het juiste gebruik van de PBM’s. Toezicht speelt hierin een onmisbare rol.

 

Het lijkt er dus op dat het geheel sluitend is geregeld. Toch gaat het op de werkplek nogal eens mis. PBM’s blijken niet geschikt voor het werk of worden verkeerd gebruikt. Een paar voorbeelden.

 

In een metaalverwerkend bedrijf maakt men gebruik van lawaaiige machines. Daarom stelt de werkgever gehoorkappen aan de medewerkers beschikbaar. Die worden behoorlijk consequent gebruikt, maar bij een periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO) blijkt dat een deel van de werknemers toch gehoorschade oploopt. Nader onderzoek leert dat de demping van de kappen onvoldoende is.

 

Op een afdeling van een chemisch bedrijf staan werknemers bloot aan schadelijke stofdeeltjes. Die werknemers hebben daarom filtrerende gelaatsstukken gekregen. Maar tussen de werkzaamheden door wordt het PBM op de werkplek neergelegd tot het volgende gebruik. De werknemers realiseren zich niet dat het filtrerende gelaatsstuk hierbij aan de binnenzijde verontreinigd raakt. Bij het eerstvolgende gebruik leidt de eerste ademteug tot een enorme blootstelling aan het schadelijke stof.

 

Op een bouwplaats werken een hoofdaannemer en een aantal onderaannemers goed samen. De algemene helmdraagplicht wordt goed nageleefd. Maar op een goede dag komt de directie van de hoofdaannemer met een aantal bezoekers het bouwterrein op. Het gezelschap draagt geen helm, en de bouwplaatsleiding spreekt hen hier niet op aan. De volgende dag heeft het merendeel van de medewerkers op de bouwplaats geen helm meer op.

 

Waarom loopt het in de praktijk niet altijd zoals op papier? Het blijkt dat veel arbodeskundigen zich nauwelijks met PBM’s bemoeien. De keuze van PBM’s wordt vaak overgelaten aan de afdeling Inkoop. Ook worden individuele werknemers nogal eens belast met de taak om zelf PBM’s te kopen, soms ook nog voor eigen rekening! Het zal duidelijk zijn dat hierdoor de prijsfactor een belangrijkere rol speelt in de overwegingen tot aanschaf, dan de keuze voor het beste PBM. Die geringe interesse is wel te verklaren. PBM’s spelen in diverse opleidingen voor arbodeskundigen een ondergeschikte rol. Daardoor is er domweg weinig kennis over de toepassing voorhanden.

 

Maar een rechtvaardiging vormt dit niet. Ten eerste zijn PBM’s meestal relatief goedkoop. Zeker in vergelijking met de bedragen die benodigd zijn om tot beheersing van het risico in een hoger niveau van de arbeidshygienische strategie te komen. En al helemaal als op langere termijn zou blijken dat de werknemer gezondheidsschade heeft opgelopen en een civiele claim indient.

 

Ten tweede vormen de PBM’s een ‘last line of defense’. In de Arbowet wordt weliswaar in diverse artikelen ingegaan op PBM’s, maar volgens de arbeidshygienische strategie moet de werkgever het probleem eerst aan de bron oplossen, en als dat niet lukt technische of organisatorische maatregelen nemen. De wetgever ziet PBM’s dus als een noodoplossing. Dat betekent dat als het PBM faalt, de werknemer direct wordt blootgesteld aan het risico!

 

Toch onderschatten ook de betrokken werknemers vaak het belang van PBM’s. Dikwijls weegt de hinder die de PBM’s op korte termijn opleveren, voor hen niet op tegen het belang van het beheersen van het risico. Dit speelt des te meer als het gaat om een te beheersen gezondheidsrisico waarbij het mogelijke effect bij blootstelling pas op langere termijn merkbaar wordt. Voorbeelden hiervan uit het verleden zijn er te over. Denk bijvoorbeeld aan astbest en stoflongen.

 

Ook als werknemers een PBM wel gebruiken, begrijpen ze veelal niet hoe belangrijk het is om dit consequent te doen. Vooral als het gaat om een continue blootstelling, is een kleine afwijking van de vereiste draagduur vaak voldoende om te leiden tot een enorme afname van de bescherming door het PBM. Een voorbeeld.

 

Een medewerker staat op de werkplek bloot aan een gevaarlijke stof in een concentratie van 25 ppm. Hij gebruikt een adembeschermend middel met een nominale protectiefactor (NPF) van 50. De MAC-waarde van de stof waartegen bescherming moet worden geboden is 1 ppm. De te verwachten blootstelling met gebruik van het PBM is 25/50 = 0,5 ppm.

 

Stel echter dat de medewerker gedurende 5 procent van de tijd dat hij aan de stof wordt blootgesteld geen gebruik maakt van het PBM. Dit betekent dat hij gedurende 5 procent van de tijd blootgesteld wordt aan een concentratie van 25 ppm en gedurende 95 procent van de tijd aan een concentratie van 0,5 ppm. De totale (gemiddelde) blootstelling bedraagt dan 0,95 (95%) x 0,5 ppm + 0,05 (5%) x 25 ppm = 1,73 ppm.

 

De conclusie is dat een vermindering van de draagdiscipline met 5 procent in deze situatie leidt tot een ruim drie keer zo hoge blootstelling!

 

Van een plichtsbewuste leverancier van PBM’s mag worden verwacht dat deze kwalitatief goede PBM’s levert met CE-markering. Competente medewerkers van leveranciers zijn daarom van essentieel belang.

 

De AVAG heeft zich als branchevereniging sterk gemaakt voor het vergroten van de deskundigheid van de medewerkers van hun leden. Daarom heeft ze een opleiding laten ontwikkelen door Copla Opleiding & Training. Deze opleiding gaat in op alle aspecten die van belang zijn om een weloverwogen keuze te kunnen maken voor een PBM in een bepaalde situatie. Tevens is de ontwikkeling van adviesvaardigheden een belangrijk onderdeel. Daarnaast introduceerde de AVAG onlangs het SafetySign. Een zichtbare erkenning van kwalitatief hoogwaardig advies en de levering van uitsluitend CE-goedgekeurde producten.

 

De medewerkers van de AVAG-leden moeten vanzelfsprekend op de hoogte zijn van de diverse mogelijke risicobronnen waartegen hun producten bescherming moeten bieden. En helaas komt er hier een kink in de kabel. De (potentiele) klant is namelijk vaak niet in staat de noodzakelijke informatie aan te leveren. Er is wel een RI&E, maar deze is niet gedetailleerd genoeg om de vereiste informatie te kunnen leveren. Meetgegevens ontbreken meestal helemaal of zijn dusdanig globaal dat ze geen rol van betekenis kunnen spelen. Dit geldt ook (en zelfs met name) voor de RI&E’s, die door erkende arbodiensten zijn goedgekeurd. Maak dan de potentiele klant maar wijs dat de duurbetaalde RI&E helaas niet voldoende concreet is.

 

De arbodeskundigen binnen en buiten arbodiensten spelen dus een cruciale rol bij PBM’s. Zij moeten zorgen voor de noodzakelijke informatie om een verantwoorde keuze van PBM’s mogelijk te maken. Tevens dienen ze de gebruiker met woord en daad bij te staan, zodat deze het PBM op de juiste consequente manier gebruikt. Ook hier is een stevige opleiding op z’n plaats. Daarom heeft de AVAG besloten om de Praktijkopleiding PBM’s ook open te stellen voor niet-leden. Kennis en kunde rond PBM’s moet dus naar een hoger niveau worden getild. Ook en vooral bij de arbodeskundigen. Wellicht voelt u zich inmiddels uitgedaagd.

 

Test dan eens uw eigen kennis en inzicht rond PBM’s en doe mee aan de kennistest die als insert in het blad is bijgevoegd. Maar alleen meer kennis en inzicht bij de betrokkenen is niet voldoende. Zolang de mentaliteit van overheid, opleiders en deskundigen ten aanzien van PBM’s niet verandert, gebeurt er niets. Een kentering in het denken over PBM’s is vereist. En als daarvoor de alom geprezen en toegepaste arbeidshygienische strategie op de schop moet, dan moet dat maar gebeuren. Uiteindelijk gaat het om een efficiente maar vooral effectieve beheersing van de risico’s ten aanzien van veiligheid en gezondheid van de blootgestelde werknemers. En PBM’s mogen dan wel de ‘last line of defense’ vormen, dat betekent nog niet dat het toepassen van een PBM een minderwaardige oplossing is.

 

SAFETYSIGN

 

Leveranciers van PMB’s die SafetySign erkend zijn, hebben hun personeelsleden geschoold in het geven van kwalitatief hoogwaardig advies. Bovendien leveren ze uitsluitend CE-goedgekeurde producten. Jaarlijks wordt gecontroleerd of de desbetreffende handelaar of producent nog aan de strenge eisen voldoet. Wilt u controleren of ook uw leverancier voldoet aan deze eisen van kwaliteit en onafhankelijkheid? Kijk op www.safetysign.nl (SafetySign is een initiatief van de AVAG).

 

 

Reageer op dit artikel