artikel

PBM’s kopen en gebruiken

Persoonlijke beschermingsmiddelen

De risico-inventarisatie en -evaluatie bepaalt welke risico’s kunnen worden geelimineerd of afdoende verminderd. Dit gebeurt eerst door technische beheersmaatregelen en collectieve beveiligingen en daarna – voor de restrisico’s – door persoonlijke beschermingsmiddelen (PB M’s).

 

In de eerste stap wordt bepaald welke werkzaamheden wanneer worden uitgevoerd, nu of in de toekomst, waarvoor de beoogde veiligheidssystematiek wordt toegepast:

 

– Welke risico’s willen of moeten we gaan afdekken met het veiligheidssysteem?

 

– Wie maakt uiteindelijk gebruik van het systeem?

 

– Is het systeem ook van toepassing voor mindervaliden of speciale groepen personen?

 

– Onder welke omstandigheden zal het systeem worden gebruikt?

 

– Wat zijn eventuele invloeden van buitenaf op de veilige werking oflevensduur van het systeem?

 

Een goed hulpmiddel voor het vaststellen van risico’s voor de toepassing van persoonlijke beschermingsmiddelen is de taak-risicoanalyse (TRA). De TRA stelt concrete taken vast op basis van taakomschrijvingen, werkinstructies en door observatie waarbij iedere handeling wordt vastgelegd. Per taak en handeling worden vervolgens het risico en de mogelijke gevolgen vastgesteld. Deze beoordeling wordt vervolgens met een risico-ranking gekwalificeerd. Elke taak en handeling krijgt een beheers maatregel, die op basis van een arbeidshygienische strategie de keuze van het type beschermingsmiddel moet bepalen. Hierbij wordt in eerste instantie vastgesteld of er maatregelen bij de bron kunnen worden genomen waardoor het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen kan worden beperkt. De risico-ranking kan bepalen of de beheersmaatregel ook effectief is.

 

Door het belang van de juiste informatie als basis voor beslissingen over investeringen, wordt vaak een onafhankelijk deskundige om advies gevraagd. Deze deskundige kan anders tegen de risico’s aankijken, zodat de gebruiker bewust kan kiezen voor bepaalde oplossingen. Belangrijke punten:

 

– Wat is de stand van techniek en regelgeving? De eigenaar van het systeem blijft te allen tijde verantwoordelijk voor het systeem en kan deze verantwoordelijkheid niet verleggen.

 

– Wat zijn de behoeften, ervaringen en beperkingen van de eindgebruiker? Kan deze zich vinden in de alternatieve oplossingen? Wat heeft hij nodig om daarmee te kunnen werken? Draagproeven zullen een duidelijk beeld scheppen of de specificaties ook voldoen in de praktijk. Tevens kan er een voorkeur voor een product of materiaal ontstaan in deze fase. Evaluatie van een test zal tot een weloverwogen keuze leiden.

 

In de tweede stap wordt vastgesteld aan welke criteria de persoonlijke beschermingsmiddelen moeten voldoen:

 

– Moet het product voldoen aan bepaalde specifieke kenmerken?

 

– Zijn er eisen en specificaties vanuit de regelgeving?

 

– Welke eisen worden gesteld in normering? (Europees, nationaal)

 

– Zijn er op brancheniveau afspraken gemaakt ten aanzien van toepassing en gebruik van het product?

 

Informatie hierover is in het algemeen vastgesteld en terug te vinden in de arbocatalogi en arboconvenanten.

 

Vervolgens moet een beslissing genomen worden over het te kiezen systeem.

 

Na het inwinnen en opvragen van (product)informatie, wordt in stap 3 de keuze van de leveranciers bepaald, waarbij op basis van de inkoopcriteria (stap 1, 2 en 3) een offerte wordt aangevraagd. Belangrijke keuzecriteria bij de leveranciers zijn onder meer.

 

– Is de leverancier betrouwbaar en deskundig met betrekking tot het te leveren product? Wat doet hij aan procesborging? Is het proces gecertificeerd? (bijvoorbeeld NEN-EN-ISO 9001).

 

– Kan de leverancier naast producten ook ondersteuning verlenen? (advies, voorlichting, instructie, aanleveren van technische productondersteunende documenten)

 

– Kan de leverancier ook voldoende service leveren, zoals onderhoud en keuringen?

 

– Kan de leverancier de continuiteit en leverbetrouwbaarheid van het product waarborgen?

 

– Is de leverancier aangesloten bij een brancheorganisatie (AVAG) en voldoet het product aan specifieke branchekenmerken (Safety sign)?

 

De vierde stap is de offerteaanvraag. Neem daarin de volgende punten mee:

 

– Aan welke eisen en normen moet het systeem voldoen?

 

– Hoe voldoet de producent/leverancier aan die eisen en normen?

 

– Waaruit blijkt dat?

 

– Stel de leveringsvoorwaarden vast.

 

– Vraag referenties van soortgelijke gerealiseerde opdrachten.

 

In de eerdere stappen zijn de gebruikersbehoeften en mogelijkheden in kaart gebracht. Nu gaat het om een selectie van leveranciers. Benader voor een eerste selectie een aantal bedrijven met de vraag hoe zij op een offerteaanvraag zouden reageren.

 

Bij het beoordelen van de offertes is het goed om te controleren of het aangevraagde ook echt geboden wordt. Een puntensysteem kan helpen bij het maken van de keuze van de leverancier. Hieruit volgt een eindoordeel van het product voor de definitieve keuze.

 

Bij het verstrekken van de opdracht moeten de gemaakte afspraken goed worden omschreven. Een belangrijk punt is hoe de papieren voor het dossier worden aangeleverd. Ook van belang is om aan te geven dat het systeem wordt geleverd volgens de leveringsvoorwaarden van de opdrachtgever.

 

Bij het controleren van het geleverde moet goed gekeken worden of de geleverde producten in overeenstemming zijn met de gestelde specificaties. Daartoe horen ook de papieren (gebruiksaanwijzing) en de CE-markering.

 

Het is raadzaam om het systeem een eigen systeemnummer te geven. Onder dit nummer kunt u dan alle documenten en rapporten van het systeem verzamelen en archiveren. Deze papieren dienen bij een inspectie/onderhoud beschikbaar te zijn.

 

Met onderhoudsvoorschriften moet er een onderhoudsplan voor de PBM’s worden opgesteld. Dit plan kan worden opgesteld in samenwerking met de leverancier of een onafhankelijk inspectie/ onderhoudsbedrijf Hierin kan bepaald worden wat de frequentie van het onderhoud en/of de inspectie zou moeten zijn.

 

Met het gebruiksvoorschrift worden de gebruikers op de hoogte gesteld hoe en wanneer het veiligheidssysteem wordt gebruikt. Deze instructie is doorgaans in het Nederlands. Daarvoor zorgt de leverancier. Voor gebruikers die de Nederlandse taal niet kunnen lezen, zorgt de werkgever voor een uitleg.

 

De leidinggevende moet er op toezien dat de persoonlijke beschermingsmiddelen ook daadwerkelijk gebruikt worden. Vanuit de regelgeving wordt het begrip ‘toezicht’ dan ook met nadruk genoemd, net als de verplichting van de werknemer om op een juiste manier de producten te gebruiken.

 

Naast de aanschaf en verstrekking van PBM’s, moet de gebruiker op de werkplek geinformeerd worden over gevaren, risicds en verplichtingen. Zoals het dragen van een bepaald type PBM. Naast voorlichting en instructie wordt deze informatie gegeven met waarschuwings-, gebods- en verbordsborden.

 

In de laatste stap moet worden vastgesteld ofhet product nog voldoet of dat er zaken zijn veranderd, waardoor de productspecificatie of het productenpakket moet worden aangepast.

 

– Zijn er klachten of opmerkingen over het systeem of product?

 

– Geeft het systeem of product voldoende bescherming? Hierbij kan gedacht worden aan incidenten of ongevallen waarbij beschermingsmiddelen gebruikt zijn.

 

– Zijn de risico’s veranderd waardoor een ander product of systeem noodzakelijk is? Beoordeling door middel van de RI&E.

 

– Is de organisatie of het productieproces veranderd?

 

– Is de regelgeving veranderd waardoor een ander systeem of product noodzakelijk is?

 

– Zijn de productnormen gewijzigd waardoor producten of systemen dienen te worden vervangen?

 

Dit alles is een goede leidraad voor de keuze, het gebruik en het onderhoud van PBM’s.

 

Reageer op dit artikel