artikel

Stilte in 18 stappen

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Om te helpen bij de aanpak van deze beroepsziekte hebben arbeidshygienisten, arbo-verpleegkundigen, A&O-deskundigen, bedrijfsartsen en veiligheidskundigen met ondersteuning van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de multidisciplinaire richtlijn ‘Preventie van beroepsslechthorendheid door een effectief gehoorbeschermingsprogramma’ opgesteld.

 

Met deze richtlijn in de hand kan een adviseur samen met werkgevers en personeelsvertegenwoordiging een effectief geluidsbeschermingsprogramma opzetten en uitvoeren. Zij kunnen hiervoor de volgende drie stappen (en achttien tussenstappen) volgen.

 

Een zeer beknopte samenvatting.

 

1. Zijn er werkplekken met geluidsniveaus vanaf 80 dB(A)? In hoeverre is het lawaai te wijten aan slecht onderhoud van machines? Hoeveel werknemers worden eraan blootgesteld? Maken zij gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen?

 

2. Zijn er risicotaken, risicohandelingen of risicofuncties? Inventariseer bijvoorbeeld welke functies structureel worden uitgevoerd bij een te hoog geluidsniveau.

 

3. Zijn er bijzondere categorieen van werknemers? Het gaat niet alleen om uitzendkrachten, jeugdigen of zwakbegaafden, maar ook om vrouwen in de vruchtbare leeftijd.

 

4. Wat zijn de risico’s in maat en getal? Voer een geluidsmeting uit en bepaal bijvoorbeeld het geluidsvermogen van de bron.

 

5. Bij welk geluidsniveau is welke actie noodzakelijk? Er zijn vier geluidscategorieen te onderscheiden, met de bijbehorende acties.

 

6. Is er voor nieuwe werkplekken een veilig geluidsniveau mogelijk? Adviseer de aanschaf van geluidsarme arbeidsmiddelen en installaties.

 

7. Is er voor bestaande werkplekken verlaging van het geluidsniveau mogelijk? Dat kan niet alleen met dempers, filters of begrenzers, maar ook met antigeluid.

 

8. Is er sprake van adequaat onderhoud? Daarmee komt het geluidsniveau niet hoger dan ten tijde van de aanschaf.

 

9. Wat is het effect van de bronaanpak? Beoordeel bijvoorbeeld het effect van alle bronmaatregelen door het geluidsniveau te meten.

 

10. Is de geluidsbron te isoleren en is geluidsoverdracht te vermijden? De geluidsbron kan worden omkast en de werknemer kan in een cabine worden geplaatst.

 

11. Kan de blootstellingsduur worden verkort ofhet aantal blootgestelden verminderd? Medewerkers kunnen korter werken of ze kunnen rouleren van taken.

 

12. Wat is het effect van de technische en organisatorische maatregelen? Als het geluidsniveau nog steeds boven de 80 dB(A) is, moet persoonlijke bescherming worden ingezet.

 

13. Is persoonlijke bescherming van werknemers noodzakelijk? Ga na welk PBM voor deze werkplek de beste keuze is en besteed aandacht aan draagcomfort en motivatie.

 

14. Wat is het effect van persoonlijke bescherming? Beoordeel het effect van PBM’s door audiometrisch onderzoek uit te voeren.

 

15. Wat is het advies aan de werknemer na audiometrisch onderzoek? Leg dit advies vast in het medisch dossier.

 

16. Wat is het advies aan de werkgever na audiometrisch onderzoek? Bedenk: aan de werkgever mogen geen individueel herleidbare gegevens worden gerapporteerd.

 

17. Is er een adequaat preventiebeleid en een effectief gehoorbeschermingsprogramma? Adviseer om het effect van de beheersmaatregelen jaarlijks te (laten) beoordelen.

 

18. Hoe lang is het noodzakelijk om het gehoorbeschermingsprogramma te evalueren? Dit is afhankelijk van de daling van het geluidsniveau en van het aantal blootgestelde medewerkers en ook van hun eventuele gehoorverslechtering. Verder is de toename van de bewustwording in het bedrijf belangrijk.

 

Voor de uitvoering van de richtlijn moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Een van die voorwaarden is het maken van goede werkafspraken tussen de verschillende professionals, over werkwijze en taakverdeling, gegevensbeheer, contacten met werkgever en werknemers en rapportage. In de inleiding van het achtergronddocument bij de richtlijn is dan ook een tekst opgenomen over multidisciplinair samenwerken. Er moet een duidelijke verdeling zijn van verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden van werkgever, personeelsvertegenwoordiging, leidinggevende en medewerker (NEN-EN 458: 2004). De leidinggevenden vervullen een voorbeeldfunctie en houden toezicht op adequate werkmethoden en gedrag, waar nodig met behulp van het sanctiebeleid. Het onderwerp ‘Lawaaibestrijding en gehoorbescherming’ is een agendapunt in het werkoverleg van afdelingen en maakt onderdeel uit van functionerings- en beoordelingsgesprekken. Audiometrisch onderzoek wordt jaarlijks aangeboden.

 

De wettelijke verplichting tot gehoorbescherming is gebaseerd op Europese regelgeving die sinds dit jaar ook in Nederland van toepassing is (zie www. overheid.nl, Staatsblad 2006, publicatienummer 56: besluit van 25 januari 2006 tot wijziging van het Arbeidsomstandighedenbesluit, houdende regels met betrekking tot de blootstelling van werknemers aan de risico’s van lawaai). Deze regelgeving wijkt in twee opzichten af van de oude:

 

– de blootstelling wordt vastgesteld aan de hand van dagdoses aan de mens;

 

– het actieniveau bij hoger dan 87 dB (A) en bij piekniveau 200 Pa inclusief gehoorbescherming houdt in dat er directe maatregelen noodzakelijk zijn.

 

GRENSWAARDE

 

Van schadelijk geluid is sprake bij een geluidsniveau boven de 80 dB(A). Om u een indruk te geven: dit geluidsniveau wordt overschreden als iemand op een meter afstand met stemverheffing moet praten om zich verstaanbaar te maken. Iemand die veertig jaar lang vijf werkdagen van acht uur blootstaat aan 80 dB(A), loopt gehoorschade op. Bij een verdubbeling van het geluidsniveau is slechts de helft van de tijdsduur nodig. Zo veroorzaakt blootstelling gedurende twee uur per dag aan 95 dB(A) gemiddeld genomen na vijf jaar al schade.

 

Gehoorschade door lawaai ontstaat doorgaans geleidelijk en blijft daardoor vaak onopgemerkt. Acute blijvende schade kan optreden als gevolg van een harde knal (bijvoorbeeld een explosie). Soms is acute schade nog omkeerbaar, denk aan tijdelijke doofheid na een popconcert.

 

ONDERZOEK

 

Het onderzoek aan de mens omvat een vragenlijst en audiometrie. Het audiogram is de gouden standaard voor het vaststellen van gehoorschade. Om een audiogram te maken krijgt een werkende tonen van verschillende toonhoogte en sterkte te horen. In aanvulling op de toonaudiometrie zijn er alternatieve meetmethoden ontwikkeld. De bepaling van Oto Akoestische Emissie (OAE) is een methode om het gehoor objectief te testen. Deze methode wordt al vele jaren toegepast bij gehooronderzoek bij zeer jonge kinderen en verstandelijk gehandicapten. De OAE wordt voor werkenden aangeboden om effectievere preventie te bereiken. De voorspellende waarde van de methode is echter nog beperkt.

 

BEST PRACTICES

 

Diverse branches kennen arboconvenanten en voorbeelden van ‘best practices’. Het meest bekend zijn de specifieke acties binnen de muzieksector en de bouwnijverheid. Kijk hiervoor op www.arbo.nl en op branchespecifieke sites, bijvoorbeeld www.arbouw.nl en www.orkestengehoor.nl. De papier- en kartonbranche heeft een formule ontwikkeld die met een kostenbatenanalyse de economisch meest effectieve aanpak uitrekent. Een voorbeeld van ‘best practice’ op individueel niveau is het ‘hearing coach model’, waarmee Akzo Nobel in Nederland de eerste prijs heeft gehaald in het kader van de Europese week ‘Weg met de herrie’ (2005).

 

U kunt de tekst van de nieuwe richtlijn gratis downloaden van de websites van de vijf participerende beroepsverenigingen:

 

www.arbeidshygiene.nl

 

www.baeno.nl

 

www.nvab-online

 

www.veiligheidskunde.nl

 

www.arboverpleegkunde.nl

 

 

Reageer op dit artikel