artikel

In januari 2006 ontstaat er in de sportzaal tijdens de warming-up van het Interne Bijstand Team (IBT) een duel tussen de man en een collega. Na het fluitsignaal grijpt de werknemer naar zijn oog. Daar komt veel vocht uit en het hoornvlies blijkt los te zitten. De man wordt door zijn collega naar het ziekenhuis gebracht. De werknemer stelt dat er sprake is van een dienstongeval. Maar dat wordt door de minister van Justitie en Veiligheid afgewezen en de werknemer gaat in beroep.

 

Volgens de rechtbank staat niet ter discussie dat het ongeval heeft plaatsgevonden in de uitoefening van de opgedragen werkzaamheden. De vraag is of het ongeval al dan niet aan schuld of onvoorzichtigheid van de ambtenaar is te wijten. Een half jaar na de operatie is de werknemer weer voorzichtig gaan sporten waarbij hij een veiligheidsbril droeg.

 

In november 2005 zijn de laatste hechtingen verwijderd. Bij dit consult heeft de werknemer niet expliciet aan de oogarts gevraagd of hij bij het sporten nog een veiligheidsbril moest dragen. De werknemer heeft zelf besloten dat niet meer te doen. Volgens de rechtbank heeft de werknemer door zelf zonder medisch advies dit besluit te nemen, het risico genomen dat een dergelijk ongeval kon plaatsvinden. Daarbij speelt een rol dat hij uit de hem bekende patienteninformatie kon weten dat de risico’s aanzienlijk waren en het oog na de operatie blijvend erg kwetsbaar was. Er stond specifiek in vermeld dat het voor een goede en blijvende bescherming nuttig was een (veiligheids)bril te blijven dragen.

 

Daarmee komt de rechtbank tot het oordeel dat het ongeval is te wijten aan de eigen schuld of onvoorzichtigheid van de werknemer en op grond van artikel 35 onder e ARAR niet als dienstongeval kan worden aangemerkt.

 

Ook de vordering op basis van de zorgplicht van artikel 7:658 BW wordt afgewezen. De werkgever heeft aan zijn zorgplicht voldaan. De training had plaats in een daartoe ingerichte sportzaal in aanwezigheid van twee opgeleide instructeurs. Het ging om een normale opwarmingsoefening waaraan geen bijzondere risico’s waren verbonden. De instructeurs wisten van de oogoperatie, maar konden moeilijk inschatten wat de bijzondere risico’s waren.

De vordering wordt afgewezen.

 

Wilt u meer jurisprudentie? Lees Vakblad Arbo>>

Reageer op dit artikel