artikel

Vroeger gewerkt met asbestplaten

Veilig werken

Een man werkt van 1964 tot begin 1968 bij een timmerbedrijf dat zich bezighoudt met het bouwen van varkensstallen. Een deel van zijn werk bestaat uit het aanbrengen van dakplaten die afkomstig zijn van Eterniet en wit asbest bevatten. In februari 2007 overlijdt hij op 57-jarige leeftijd aan de asbestziekte mesothelioom. Deze ziekte werd in juli 2006 door een longarts vastgesteld en later ook door het Mesothelioompanel bevestigd.

 

Het timmerbedrijf wijst aansprakelijkheid af en het Instituut Asbestslachtoffers sluit in maart 2008 het dossier, omdat er geen overeenstemming tussen de partijen kan worden bereikt.

De weduwe vindt dat de werkgever tekort is geschoten in zijn zorgplicht en stapt met een eis tot schadevergoeding naar de rechter. De kantonrechter gaat ervan uit dat de werknemer bij het timmerbedrijf aan asbest werd blootgesteld. Op een houten dakgeraamte bevestigde de man met bouten asbestplaten, die hij voor de juiste maat moest knippen of afbreken. Dat hij de asbestplaten ook moest slijpen, daarvan is onvoldoende gebleken. Het werk vond voornamelijk plaats in de openlucht.

 

Over het werk bij latere werkgevers is te weinig bekend om te concluderen dat (ook) daar van blootstelling sprake is geweest. Ook het feit dat hij in de omgeving van Eterniet woonde, legt geen gewicht in de schaal. De rechter gaat er daarom vanuit dat de werknemer bij zijn toenmalige werkgever is blootgesteld aan asbest. Maar in die jaren was het gebruik van deze platen niet verboden. Integendeel. Ze werden veelvuldig op advies van architecten toegepast als dakbedekking en isolatiemateriaal. Zelfs de overheid stelde het gebruik van asbestplaten in sommige situaties verplicht. De kernvraag is dan ook of het timmerbedrijf tussen 1964 en 1968 verwijtbaar tekort is geschoten en daarmee aansprakelijk zou zijn voor de gevolgen van de vastgestelde mesothelioom.

 

Destijds kende men alleen de asbestziekte asbestose en niet mesothelioom. Van belang is dat het timmerbedrijf geen asbestproducent was, zoals Eternit dat was. De gevaren van de producten die dit bedrijf maakte, werden pas in een bredere kring bekend na de publicatie in 1969 door de bedrijfsarts Stumphius over de werknemers in de scheepsbouw, waar asbest veelvuldig werd toegepast.

 

Hier gaat het om een relatief klein bouwbedrijf, waar ze met asbestgolfplaten werkten zonder te zagen of te verspanen. Aangenomen mag worden dat de leiding van het bedrijf niet eerder dan in of kort na 1969 op de hoogte kon zijn van de door Stumphius genoemde gevaren. De vordering wordt daarom afgewezen.

 

Reageer op dit artikel