artikel

Een ongelukkig toeval

Veilig werken

Zij moeten de wanden met kozijnen en deuren demonteren en daarna op de juiste plaats weer opstellen. De wandhoogte is circa 2.60 m. De timmerman probeert een raam, glas met een aluminium profiel van 50 x 90 cm, boven een deur te monteren. Hij staat daarbij op de derde of vierde tree van een aluminium trapje en moet wat kracht zetten om het raam in het kozijn te krijgen. Daardoor glijdt hij van het trapje en stuitert naar beneden. Hij voelt een hevige pijn in rug en been. Zijn collega brengt hem naar het ziekenhuis.

 

Sinds het ongeval is hij arbeidsongeschikt voor zijn eigen werk. Re-integratie is niet mogelijk gebleken en omscholing heeft niet het gewenste resultaat. Zijn loon wordt twee jaar volledig doorbetaald. De kantonrechter wijst de eis van de timmerman tot schadevergoeding af en deze gaat in beroep. Hij vindt dat de werkgever niet heeft voldaan aan zijn zorgverplichting op grond van artikel 7:658 BW.

 

De werkgever wijst de aansprakelijkheid van de hand. Hij stelt dat sinds de VCA-certificering in 2000 uitsluitend goedgekeurde materialen worden gebruikt. De timmerman heeft het diploma Basis Veiligheid VVA 1 en hij beschikt ook over een persoonlijk handboek met de VGM-richtlijnen. De zaak spitst zich toe op de discussie of de trap wel of niet geschikt was voor het werk. De werkgever, die pas enkele jaren na het ongeval door de timmerman aansprakelijk werd gesteld, heeft de keurcertificaten niet meer. Die worden drie jaar bewaard en zijn ook niet meer in het archief.

 

Het gerechtshof heeft geoordeeld dat de trap voldeed aan de te stellen veiligheidseisen. Ook was de timmerman voldoende ervaren en opgeleid om te kunnen bepalen of de trap al dan niet schoongemaakt moest worden. De trap was gekocht bij een goed bekend staande groothandel in bouwmaterialen, die uitsluitend trappen verkoopt die voldoen aan VCA-normen.

 

Ook werd het materiaal in verband met de VCA-certificering jaarlijks door de daarvoor opgeleide magazijnmeester gekeurd. Daarom gaat het hof ervan uit dat de trap voldeed aan de VCA-normen. Het Hof spreekt van een ‘ongelukkig toeval’ waarvoor de werkgever niet aansprakelijk is. Daarmee wordt de uitspraak van de rechtbank bekrachtigd. De Hoge Raad verwerpt het beroep, omdat de aangevoerde klachten niet tot cassatie leiden.

Reageer op dit artikel