artikel

Hoge werkdruk op Eerste Hulp

Veilig werken

Een verpleegkundige werkt sinds oktober 1989 bij een zorginstelling op de afdeling spoedeisende hulp (SEH). In september 2004 valt zij op haar werk flauw. De huisarts constateert dat dit het gevolg is van hoge werkdruk. De vrouw, die met ziekteverlof gaat, dient een klacht in bij de Arbeidsinspectie over de structurele onderbezetting op de SEH.

De Arbeidsinspectie stelt vast dat er te weinig aandacht was voor werkdruk en dat in de RI&E van 2004 een plan van aanpak ontbrak. De werkgever pakt dit aan. De vrouw gaat in januari 2005 weer aan het werk, maar wordt in november 2005 weer ziek. Pogingen tot re-integratie lopen op niets uit.
Expertisebureau HSK en de behandelend cardioloog stellen in 2008 vast dat er sprake is van een langdurige burn-out. De vrouw, die vanaf 2007 een WIA-uitkering ontvangt, stelt de werkgever aansprakelijk voor de schade. De kantonrechter wijst de vordering af omdat de werkgever heeft voldaan aan zijn zorgplicht, ondanks enkele schoonheidsfoutjes in het re-integratietraject (LJN BH7581).
De werkneemster gaat in hoger beroep. Op basis van het rapport van HSK stelt het hof vast dat de klachten van de vrouw samenhangen met het werk, en dan in het bijzonder de hoge werkdruk. Dit blijkt tevens uit verklaringen van oud-collega’s en de brief van de vrouw uit 2003 aan haar leidinggevende waarin stond dat zij die werkdruk al geruime tijd als ziekmakend ervoer. Ook in diverse medische rapporten, waaronder van de bedrijfsartsen, wordt steeds uitgegaan van werkgerelateerde klachten en zijn geen aanknopingen te vinden voor een andere oorzaak.
Het hof is van oordeel dat de werkgever tekort is geschoten in zijn zorgplicht. Hoge werkdruk op een SEH is een bekend risico voor de gezondheid van verpleegkundigen, zoals blijkt uit het rapport van verzekeraar Medirisk, de brief van de Arbeidsinspectie, en de RI&E van 2005. Uit niets blijkt dat de werkgever dit risico actief heeft aangepakt. Weliswaar tonen genoemde rapporten niet aan dat de werkdruk voor de gemiddelde verpleegkundige ziekmakend is, maar duidelijk is dat dit voor de vrouw wel het geval was en dat dit voor de werkgever kenbaar was, althans had moeten zijn. De vordering van de vrouw wordt toegewezen.
> Wilt u meer jurisprudentie? Lees Vakblad Arbo>> of volg de Wetgeving en actualiteitendag.

Reageer op dit artikel