artikel

Arbodienst niet alert genoeg op oordeel UWV

Veilig werken

In juli 2006 valt een werknemer uit wegens fysieke en psychische klachten. De arbodienst begeleidt het re-integratietraject. De WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid wordt eind mei 2008 door het UWV geweigerd, omdat het bedrijf niet aan zijn re-integratieverplichtingen voldoet. Ook moet de onderneming het loon tot 1 juli 2009 doorbetalen. Bezwaar – mede opgesteld door de arbodienst – wordt ongegrond verklaard. De onderneming gaat daartegen niet in beroep.

 

Uit later uitgevoerd onderzoek blijkt dat het oordeel van het UWV niet juist was, maar niet meer kan worden aangevochten. De onderneming spreekt nu de arbodienst aan voor een schadevergoeding van ruim 59.000 euro, omdat de arbodienst tekort is geschoten in de begeleiding en het advies bij de re-integratie.

 

De rechter stelt vast dat beoordeeld moet worden of de arbodienst heeft gehandeld met de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend beroepsbeoefenaar mag worden verwacht. Het gaat immers om een overeenkomst van opdracht die moet worden getoetst aan artikel 7:400 e.v. BW. Volgens het UWV had de onderneming onvoldoende re-integratie-inspanningen verricht.

 

Maar uit de brief blijkt onmiskenbaar dat de bedrijfsarts zijn oordeel dat er sprake was van GBM (Geen Benutbare Mogelijkheden), onvoldoende heeft onderbouwd. Als er meer informatie was verstrekt, had voor het UWV duidelijk moeten zijn dat terecht het oordeel GBM was gegeven en dan was een loonsanctie niet aan de orde geweest. Daaruit volgt dat de arbodienst niet met die zorgvuldigheid heeft gehandeld als van haar mocht worden verwacht en dat zij reeds op deze grond toerekenbaar tekort is geschoten jegens de onderneming.

 

Maar vervolgens had de ondernemer zelf in beroep moeten gaan tegen de beslissing op het bezwaarschrift. Dat heeft de onderneming niet gedaan en dat kan de arbodienst niet worden verweten. Die had daarover immers voldoende informatie gegeven. Ook is er voldoende advies en begeleiding geweest om de opgelegde loonsanctie te bekorten. Er is een trajectplan opgesteld en een haalbaarheidstoets uitgevoerd.

 

De arbodienst heeft geadviseerd om het re-integratieproces zo snel mogelijk te vervolgen in overleg met de bedrijfsarts. Maar de onderneming heeft pas na de beslissing op het bezwaar opdracht gegeven tot voortzetting van het re-integratietraject en toen was al een groot deel van de periode waarover de loonsanctie was opgelegd verstreken.

 

De acties van de arbodienst zijn volgens de rechter tijdig gedaan. Dat betekent dat de arbodienst op dit punt zorgvuldig heeft gehandeld. Daarmee is de arbodienst niet aansprakelijk voor schade wegens toerekenbaar tekortschieten jegens de onderneming. De vordering wordt afgewezen.

 

Wilt u meer jurisprudentie? Lees Vakblad Arbo>>

Reageer op dit artikel