artikel

Monteurs in contact met vrijkomend asbest

Veilig werken

In een van de filialen wordt boven alle verdiepingplafonds losliggend asbest en asbeststof aangetroffen. Dat komt van leidingen die zijn geisoleerd met materiaal dat voor 2 tot 5 procent uit niet-hechtgebonden chrysotiel (wit asbest) bestaat.

 

Het onderzoeksbureau acht urgente sanering noodzakelijk en er mag niet meer boven de plafonds worden gewerkt. Er wordt voorlichting gegeven over de risico’s van asbest en ook worden op kritische plaatsen bordjes opgehangen met de waarschuwing dat slechts met toestemming boven de plafonds mag worden gewerkt. Bij de gemeente wordt een asbestsaneringsvergunning aangevraagd.

 

Als inspecteurs van de gemeente en de Arbeidsinspectie langskomen in verband met die aanvraag, laten zij het pand ontruimen. Dan blijkt dat twee werknemers van een servicebedrijf bezig zijn met de controle van de sprinklerinstallatie, ook boven de plafonds. Die hebben de waarschuwingsbordjes gezien, maar een medewerker van de Technische Dienst had gezegd dat er weliswaar asbest zat, maar dat zij toch boven de plafonds mochten werken.

Het openbaar ministerie vervolgt het bedrijf.

 

Op een aantal punten wordt de werkgever vrijgesproken en er resteert vervolging op grond van artikel 173b Wetboek van Strafrecht, schuld aan verspreiding van een gevaarlijke stof.

Uit het asbestinventarisatierapport blijkt dat slechts op een beperkt aantal plaatsen asbesthoudend materiaal zat en dat restanten over de plafonds waren verspreid. En juist daar waren waarschuwingsbordjes opgehangen.

 

Beide servicemonteurs hebben vlak bij die bordjes boven het plafond gewerkt en daarom gaat de rechtbank ervan uit dat asbesthoudend materiaal daar aanwezig was. Daarmee is bewezen dat bij hun werk asbesthoudend stof is vrijgekomen en in de lucht is verspreid, en dat zij die vezels hebben kunnen inademen.  Aangenomen wordt dat de monteurs geen adembescherming droegen.

 

Volgens de rechtbank is het algemeen bekend dat inademing van asbest tot onherroepelijke

ernstige gezondheidsschade kan leiden. Bij de bepaling van het risico voor de gezondheid gelden vijf factoren, namelijk:

1) het soort asbest

2) of het al dan niet hechtgebonden is

3) of verstoring al dan niet inpandig plaatsvindt

4) de concentratie asbestvezels in de lucht

5) de duur van de blootstelling.

Het gaat hier weliswaar om chrysotiel, een in verhouding minder schadelijke soort. Maar elke vorm van asbest is schadelijk voor de gezondheid en inademing is onomkeerbaar.

 

De overige factoren wegend acht de rechtbank bewezen dat er gevaar voor de gezondheid van de twee werknemers was te duchten, ook al was de duur van de blootstelling waarschijnlijk relatief kort. Van belang is dat het gevaar zich kon voordoen! De werkgever heeft, nadat het rapport over de asbestinventarisatie was verschenen, het personeel in algemene zin voorgelicht.

 

Maar dat acht de rechtbank onvoldoende. Dat geldt met name voor de voorlichting aan de leidinggevenden en het feit, dat zij niet wisten dat werkzaamheden boven het plafond alleen na overleg met het onderzoeksbureau konden worden gedaan. De rechtbank vindt dan ook dat het aan de schuld van de werkgever te wijten is dat het voorzienbare risico dat in de ruimtes met asbest zou worden gewerkt zich heeft verwezenlijkt. De rechtbank legt een voorwaardelijke boete op van 25.000 euro, met een proeftijd van 2 jaar.

 

 

 

 

Tip! Handboek Arbeidshygiene

 

Het Handboek Arbeidshygiene is een nuttig naslagwerk bestemd voor iedereen die in hun dagelijkse praktijk te maken hebben of krijgen met gezondheidseffecten op de werkplek. . 

meer informatie

Reageer op dit artikel