artikel

Chemie-Pack wil verbod publicatie rapport

Veilig werken

Het bedrijf is in januari 2011 door een brand volledig in de as gelegd en inmiddels failliet verklaard. De statutair bestuurder, de KAM-coordinator en Chemie-Pack zelf maken in kort geding bezwaar tegen de openbaarmaking van een rapport van de Onderzoeksraad van Veiligheid. Zij doen dat aan de hand van negen verwijten. Zij eisen een ruimere termijn om te reageren en willen een verbod op publicatie.

 

De voorzieningenrechter stelt voorop dat de onderzoeksraad een zelfstandig bestuursorgaan is. Het onderzoek naar een grote brand bij een BRZO-bedrijf valt onder de verplichte onderzoeken. Anders dan de eisers is de rechter van oordeel dat de Onderzoeksraad niet verplicht was tot het uitvoeren van het onderzoek naar de brandpreventie en/of de brandbestrijding en dat de raad dit kon overlaten aan de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid (IOOV).

 

Dat het onderzoek wemelt van de gebreken is niet, of in elk geval onvoldoende, onderbouwd. Daar komt bij dat de directeur nog altijd, voordat het rapport definitief wordt vastgesteld, de gelegenheid heeft om te reageren op vermeende feitelijke onjuistheden in het conceptrapport.

 

De rechter verwerpt ook de stelling dat een der deelnemers aan het onderzoek, gezien haar eerdere betrokkenheid bij de brandweer, niet onafhankelijk zou zijn. Uit de gestelde feiten kan noch de objectieve noch de subjectieve partijdigheid van dit lid worden afgeleid.

 

De eisers hebben verder niet concreet gemaakt hoe bij hen de schijn zou zijn gewekt dat het onderzoek door de onderzoeksraad en het strafrechtelijke onderzoek twee strikt gescheiden trajecten zouden zijn. Uit het aangehaalde citaat blijkt juist dat de onderzoeksraad informatie van politie en justitie heeft gekregen. Maar het is wel zo dat – omgekeerd – politie en justitie in beginsel geen gebruik mogen maken van de door de onderzoeksraad verzamelde gegevens en opgestelde rapporten.

 

 Artikel 69 Rijkswet verbiedt het dat de aan de onderzoeksraad afgelegde verklaringen en de door de raad opgestelde stukken als basis voor bestuursrechtelijke sancties worden gebruikt.

Ten slotte acht de rechter de termijn van een week die de raad heeft gegeven om op het rapport te reageren voordat dit wordt gepubliceerd, voldoende om aan de belangen van de eiser tegemoet te komen. De voorzieningenrechter wijst de vordering af.

Reageer op dit artikel