artikel

Onredelijke controlevoorschriften

Veilig werken

Eind september stelt de huisarts vast dat er sprake is van een burn-out. De directeur nodigt de vrouw begin oktober 2010 per mail opnieuw uit voor een gesprek en trekt daarbij tevens haar arbeidsongeschiktheid in twijfel. Kort daarop constateert ook de bedrijfsarts dat de vrouw arbeidsongeschikt is. De directeur stuurt tien dagen later weer een mailtje en roept de vrouw opnieuw op voor een gesprek. Tegelijk laat hij weten dat hij het advies van de bedrijfsarts voor een time-out en een mediation niet zal opvolgen. Op 1 november 2010 zet de werkgever de loondoorbetaling stop onder het motto: ‘geen arbeid, geen loon’.

 

De vrouw vordert in kort geding doorbetaling van haar loon van 1 november 2010 tot 4 februari 2011, de datum waarop de arbeidsovereenkomst is ontbonden.

De kantonrechter overweegt dat de vrouw vanaf 3 december 2010 geen recht heeft op loonbetaling, omdat niet te verklaren is waarom zij op 3 december 2010 niet op het spreekuur van de onafhankelijke verzekeringsarts is verschenen en zij het contact met haar werkgever heeft afgehouden.

 

De vrouw gaat in beroep. Het hof is van oordeel dat de vraag centraal staat of de vrouw het door de werkgever gewenste mondelinge contact had mogen afhouden en of zij door dat te doen haar re-integratie heeft belemmerd. Het hof stelt vast dat de werkgever de arbeidsongeschiktheid van de vrouw meermalen openlijk in twijfel heeft getrokken, terwijl zowel de huisarts als de bedrijfsarts een burn-out bij haar vaststelden. De vrouw hoefde daarom in de geschetste omstandigheden geen gesprek met de werkgever aan te gaan. Evenmin kon onder die omstandigheden van haar worden verlangd dat zij zich meldde bij een door de directeur ingeschakelde verzekeringsarts. De loonvordering wordt toegewezen.

 

Wilt u meer jurisprudentie? Lees Vakblad Arbo>>

Reageer op dit artikel