artikel

Stagiair maakt fout bij konijnenfokker

Veilig werken

Tijdens deze stageperiode zet de stagiair in opdracht van de werkgever ongeveer 200 voedsters (konijnen) van een oude naar een nieuwe stal over. Kort daarop besprenkelt hij met een handveger een ontsmettingsmiddel in de stal. Op het etiket staat onder meer dat het middel bij voorkeur niet moet worden gebruikt in ruimten waarin zich dieren bevinden. Binnen een week sterven honderd voedsters en een veelvoud aan jonge konijnen. Ook werpen de overlevende voedsters minder jongen.

 

De konijnenfokker stelt zowel het opleidingsinstituut als de stagiair aansprakelijk voor de schade.

De rechtbank wijst de vorderingen af en de konijnenfokker gaat in beroep. Het hof stelt in de eerste plaats vast dat er geen arbeidsovereenkomst was tussen de konijnenfokker en de stagiair. Het gaat om een praktijkovereenkomst tussen de fokker, de stagiair en het opleidingsinstituut. Op grond van die overeenkomst zou de stagiair werkzaamheden verrichten om praktische vaardigheden te verwerven.

 

De stagiair ontving geen loon en daarom is art. 7:661 BW (goed werknemerschap) niet van toepassing. Als de stagiair bij zijn werkzaamheden schade zou hebben toegebracht aan een derde, zou de konijnenfokker op grond van art. 6:170 BW wel aansprakelijk zijn jegens die derde. Maar dan alleen als dat het gevolg zou zijn van opzet of bewuste roekeloosheid door de stagiair. De konijnenfokker zou ook aansprakelijk kunnen zijn voor schade van de stagiair op basis van art. 7:658 lid 4 BW (zorgplicht van de werkgever, ook voor stagiaires). Maar ook dan zou de regel van opzet of bewuste roekeloosheid gelden.

 

Daarom moet volgens het hof deze regel ook worden toegepast als een stagiair schade toebrengt aan het stageverlenend bedrijf. Maar ook in dit geval is er geen sprake van opzet of bewust roekeloos handelen. De konijnenfokker had, als werkgever, de stagiair zelf opdracht gegeven het middel te halen voor het reinigen van de stal. De waarschuwing op het middel was niet zodanig dat de stagiair zich van het risico van het gebruik bewust moest zijn. Het opleidingsinstituut is evenmin aansprakelijk, omdat de stagiair geen ondergeschikte is in de zin van art. 6:170 BW.

 

Wilt u meer jurisprudentie? Lees Vakblad Arbo>>

Reageer op dit artikel