artikel

Schilder overleden aan nierbekkenkanker

Veilig werken

In oktober 2000 heeft hij zijn laatste werkgever aansprakelijk gesteld voor zijn ziekte. De tumor zou het gevolg zijn van blootstelling aan kankerverwekkende stoffen op het werk. Na zijn overlijden hebben de erfgenamen een rechtsvordering ingesteld. De kantonrechter heeft deze vordering afgewezen, omdat niet vast zou staan dat de ziekte door het werk is veroorzaakt.

 

In hoger beroep overweegt het hof dat in de bewijslevering van het causaal verband tussen blootstelling en gezondheidsschade drie fasen kunnen worden onderscheiden. De eerste fase is die waarin de werknemer moet stellen en zo nodig bewijzen dat hij aan gevaarlijke stoffen is blootgesteld en dat de gezondheidsklachten door die blootstelling kunnen zijn veroorzaakt.

 

Als de werknemer daarin slaagt, is het aan de werkgever om te bewijzen dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Als dat niet lukt, staat in beginsel het causaal verband vast. In beginsel, omdat de werkgever in een derde fase nog kan bewijzen dat er geen sprake is van causaal verband tussen de blootstelling en de gezondheidsklachten. Voor het bewijs in de eerste fase, dat de gezondheidsklachten door het werk kunnen zijn veroorzaakt, geldt geen ondergrens. Er kan niet geeist worden dat er sprake is van een reele kans, maar er moet wel sprake zijn van een concrete blootstelling van de werknemer. Als in die fase een deskundigenonderzoek noodzakelijk is, zal de werknemer doorgaans worden belast met het voorschot op het deskundigenonderzoek.

 

Het hof acht in deze zaak dat de werknemer voldoende heeft aangetoond dat hij aan gevaarlijke stoffen is blootgesteld en dat zijn gezondheidsklachten daardoor kunnen zijn veroorzaakt. Het hof komt tot dit oordeel aan de hand van het deskundigenbericht, getuigenverklaringen en literatuurinformatie over gevaarlijke stoffen. Aansluitend stelt het hof vast dat de werkgever niet heeft gesteld dat, en zo ja welke maatregelen hij tot 1990 heeft getroffen en/of welke instructies waren gegeven om blootstelling te voorkomen of het blootstellingsrisico te verkleinen. De werkgever is daarmee tekortgeschoten in zijn zorgplicht.

 

De werkgever krijgt nog de kans om tegenbewijs te leveren inzake het causaal verband tussen de kanker en de blootstelling. Bij deze omkering van de bewijslast rust het bewijsrisico op de werkgever. Maar volgens het hof is de werkgever niet geslaagd in dit bewijs. Daarmee staat zijn aansprakelijkheid vast.

 

Wilt u meer jurisprudentie? Lees Vakblad Arbo>>

Reageer op dit artikel