artikel

Vernederd door interimchef

Veilig werken

In de zomer van 2011 wordt zijn directe chef gedurende zes weken vervangen. Die vervanger gedraagt zich naar de werknemer nogal bizar. Hij pleegt ongewenste aanrakingen, zoals wrijven over de buik en knijpen in de tepels van de werknemer. Daarbij zou de vervanger hebben gezegd: ‘dat het nu wel even wennen zou zijn voor een blanke, om een donkere Surinaamse man als superieur te hebben.’ Ook zijn vernederende en/of seksueel getinte opmerkingen gemaakt.

 

De functioneringsgesprekken van november 2011 en januari 2012 zijn niet gunstig voor de werknemer. Hij meldt zich ziek met te hoge bloeddruk, slapeloosheid en slechtziendheid vanwege bloeddoorlopen ogen. Wegens hartklachten wordt hij doorverwezen naar een cardioloog. Hij stuurt een brief waarin hij zich inhoudelijk en gedetailleerd verzet tegen de kritiek op zijn functioneren. Ook dient hij schriftelijk een klacht in omdat in de verslagen van de functioneringsgesprekken niets staat over zijn eerdere, mondelinge, klacht wegens seksuele intimidatie.

 

De werkgever doet eerst niets met deze klacht, maar schakelt later op advies van de bedrijfsarts de vertrouwenspersoon in. De ‘vervanger’ ontkent de gebeurtenissen en er worden voor de toekomst duidelijke afspraken gemaakt, waarmee de lucht is geklaard. Als de werknemer echter weer aan het werk wil, vraagt de werkgever wegens diens disfunctioneren ontbinding van de rbeidsovereenkomst.

 

De rechter oordeelt als volgt. Hoewel helder is dat het functioneren van de werknemer de afgelopen jaren kennelijk niet altijd vlekkeloos was, is er niets wat erop wijst dat hij daarom niet kan worden gehandhaafd. De kantonrechter acht het voldoende aannemelijk dat de uiteindelijke beslissing om de arbeidsovereenkomst te beeindigen, in niet geringe mate te maken heeft met de klacht van de werknemer wegens seksuele intimidatie.

 

Het kan best zijn dat die beslissing niet was genomen als het om een meer gewaardeerde werknemer ging, maar het indienen van een dergelijke klacht kan niet doorslaggevend zijn. Zeker niet nu de klacht gegrond is. Daarbij is niet van belang of er sprake was van opzettelijke vernedering of machtsmisbruik. Een direct leidinggevende heeft zich dusdanig misdragen, dat het onbegrijpelijk is dat de werkgever daar zo laconiek op heeft gereageerd en geen onderzoek heeft gedaan en de ‘vervanger’ niet op duidelijke wijze heeft gecorrigeerd. Partijen zullen verder met elkaar moeten en zich moeten inspannen om dat goed te laten verlopen. Het ontbindingsverzoek wordt afgewezen.

 

Wilt u meer jurisprudentie? Lees Vakblad Arbo>>

Reageer op dit artikel