artikel

V&G-plan: opdrachtgever (mede)aansprakelijk 

Veilig werken

In de bouwwereld speelt naast de RI&E ook het V&G- plan een belangrijke rol. Bij zo’n plan zijn dan ook alle deelnemende partijen betrokken, blijkt uit deze zaak.

V&G-plan: opdrachtgever (mede)aansprakelijk 

Bij werkzaamheden voor de aanleg van de riolering raakt een werknemer in een uitgraving bedolven onder het zand en overlijdt. Het OM vervolgt het bedrijf, de directeur én de opdrachtgever. De laatste omdat hij deze activiteit in het V&G-plan niet heeft onderzocht.

Op 14 juni 2016 is een werknemer samen met zijn directeur bezig met werkzaamheden. Het betreft de aansluiting van een riolering voor een nieuw te bouwen bedrijfshal. Met behulp van een graafmachine is eerder die ochtend een uitgraving gemaakt van ruim twee meter diep. Het gat is beneden 190 cm breed en bovenaan zo’n 450 cm. Op zeker moment gaat de werknemer die de graafmachine bestuurde naar zijn directeur, die in de uitgraving bezig is. Als zij via het steile talud de kuil weer verlaten, ziet de directeur uit zijn ooghoek grond wegschuiven. De werknemer valt voorover en wordt bedolven onder het zand. Daarbij wordt hij met zijn borst op een pvc-buis gedrukt.

Ondanks snel uitgraven zijn reanimatiepogingen van een collega en medisch personeel vergeefs. De Inspectie SZW stelt na onderzoek vast dat bij de uitgraving onvoldoende veiligheidsmaatregelen zijn genomen om instorting te voorkomen. Het Openbaar Ministerie vervolgt zowel het bedrijf (als werkgever van het slachtoffer) als de directeur (op grond van feitelijk leidinggeven). Maar ook de opdrachtgever wordt vervolgd omdat een veiligheids- en gezondheidsplan ontbrak.

> LEES OOK: Reanimeren moet je leren

De tenlastelegging

Aan de opdrachtgever is (kortweg) ten laste gelegd (1a) dat hij niet heeft gezorgd voor het opstellen van een V&G-plan voor de uitgraving voor de rioleringswerkzaamheden en (1b) dat hij geen maatregelen heeft getroffen zodat de Coördinator Uitvoeringsfase zijn taken naar behoren kon uitoefenen. Ook (2) wordt hem verweten dat hij aanmerkelijk onvoorzichtig arbeid heeft laten verrichten, waardoor hij schuldig is aan het overlijden van het slachtoffer.

Standpunt opdrachtgever

De raadsman van de opdrachtgever heeft vrijspraak bepleit. Bij de bouw van de bedrijfshal is een aantal projecten in eigen beheer uitgevoerd. Daarbij waren ook gespecialiseerde aanneembedrijven ingeschakeld. Ook was iemand speciaal ingehuurd om te zorgen voor de juiste werkwijze en coördinatie tijdens de bouw. Juist om risico’s te vermijden is ervoor gekozen om de rioleringswerkzaamheden niet in eigen beheer te doen. Daartoe werd een derde ingeschakeld. Die heeft wegens drukte weer een andere partij ingehuurd, te weten het bedrijf van het slachtoffer.

Deze derde partijen zijn juist ingeschakeld voor een juiste en veilige uitvoering van de werkzaamheden. Hun tekortkomingen kunnen niet aan de opdrachtgever worden toegerekend. De opdrachtgever heeft volgens zijn raadsman te goeder trouw gehandeld. Hij heeft geen enkel risico aanvaard door de werkzaamheden waarvoor hij zelf geen expertise had, uit handen te geven.

> LEES OOK: Zo zit ’t met zorgplicht van opdrachtgevers

Oordeel rechtbank

De rechtbank stelt vast dat sprake was van een bouwplaats (overeenkomstig arrikel 1.1, tweede lid onder a, Arbobesluit) waar arbeid werd verricht. Daarmee is ook sprake van een arbeidsplaats zoals bedoeld in artikel 1, derde lid onder g Arbowet.

Artikel 2.24 Arbobesluit wijst voor de toepassing van artikel 16, achtste lid Arbowet onder andere de opdrachtgever aan. Daarmee is de opdrachtgever verplicht tot naleving van de voorschriften uit de Arbowet en het Arbobesluit, voor zover dat is bepaald.

Op grond van artikel 2.28, eerste lid, Arbobesluit rust op de opdrachtgever de zorgplicht om een V&G-plan op te stellen voor bouwwerken die bijzondere gevaren voor de veiligheid en gezondheid van werk-nemers met zich meebrengen. Dit artikel verwijst naar bijlage II van Richtlijn 92/57/EEG. Daarin staat onder zes het graven van putten, ondergrondse en tunnelwerken.

Artikel 2.32, eerste lid onder c, Arbobesluit bepaalt daarnaast dat het de opdrachtgever is die ervoor moet zorgen dat het veiligheids- en gezondheidsplan, bedoeld in artikel 2.28 van het Arbobesluit, deel uitmaakt van het bestek voor het bouwwerk. Dit V&G-plan moet bovendien vóór aanvang van de werkzaamheden op de bouwplaats beschikbaar zijn. De rechtbank stelt vast dat op de verdachte, in zijn rol als opdrachtgever, de verplichting rustte om zorg te dragen voor zo’n V&G-plan voor de te verrichten rioleringswerkzaamheden.

V&G-plan bouw 2

V&G-plan onvolledig en onvoldoende

Nu was er wel een V&G-plan opgesteld. Maar op het formulier ‘Startbespreking grondwerk’, onderdeel van dit V&G-plan, is bij het item Talud/damwanden/beveiligingen bepaald’ de aantekening “NVT” gemaakt. Daarmee oordeelt de rechtbank dat men wist dat er voor grondwerken een V&G-plan aanwezig moest zijn. Daarmee is het nalaten hiervoor te zorgen aan te merken als een opzettelijke handeling.

Het ontbreken van (dit deel van) het V&G-plan houdt volgens de rechtbank rechtstreeks verband met het dodelijk ongeval. Want door het opstellen van dit plan zouden de andere partijen die op de bouwlocatie werkten zich bewust zijn geweest van de gevaren van het verrichten van rioleringswerkzaamheden. En ze zouden op basis van dit plan ook gedwongen zijn geweest de risico’s te inventariseren en de benodigde veiligheidsmaatregelen te nemen. De rechtbank wijst daarvoor naar de praktische richtlijnen van Abomafoon 2.06 ‘Grondwerk, putten en sleuven’ en van de CROW publicatie 335 ‘Werken met stabiele grond’. Dan had inzichtelijk kunnen worden dat wegens de vereiste diepte van ongeveer 2,2 meter inschakeling van een deskundige noodzakelijk was.

> LEES OOK: Risico’s ontbreken in V&G-plan

Tekortschieten deelnemende partijen

De opdrachtgever is daarmee tekortgeschoten in zijn plicht. Door zo om te gaan met de veiligheid van personen die op de bouwlocatie werkzaamheden verrichtten, heeft de opdrachtgever aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam en onzorgvuldig gehandeld. De dood van het slachtoffer kan dan ook redelijkerwijs aan de opdrachtgever worden toegerekend. Want hij heeft verzuimd datgene te doen wat van hem mocht worden verlangd. De opdrachtgever is medeverantwoordelijk voor de veiligheid en het welzijn van arbeiders op de bouwlocatie. Daarmee is hij verplicht om passende en adequate maatregelen te nemen tegen op de bouwlocatie aanwezige gevaren. Dat heeft de opdrachtgever nagelaten en dit rekent de rechtbank hem zwaar aan.

De bij de bouw betrokken partijen zijn tekortgeschoten in de beoordeling en inventarisatie van de risico’s. Met name daardoor zijn in de uitgraving geen doeltreffende stut- of talud-voorzieningen aangebracht of andere veiligheidsmaatregelen getroffen ter voorkoming van instorting. Dit terwijl het gevaar voor instorting, gelet op de CROW richtlijn 335, algemeen als voorzienbaar moet worden aangemerkt. Gezien de samenwerking tussen betrokkenen hadden zij elkaar kunnen en moeten corrigeren. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste nauwe en bewuste samenwerking tussen de partijen vast is komen te staan.

> LEES OOK: Zo zit ’t met zorgplicht van opdrachtgevers

Uitspraak van de rechtbank

De rechtbank acht bewezen (1) dat de opdrachtgever zich niet heeft gehouden aan de bepaling uit het Arbobesluit over de zorg voor een V&G-plan en (2) als rechtspersoon aanmerkelijk onvoorzichtig arbeid heeft laten verrichten en daarmee schuld heeft aan het overlijden van het slachtoffer. De opdrachtgever krijgt een geldboete van 40.000 euro, waarvan 10.000 euro voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

De opdrachtgever wordt vrijgesproken van de beschuldiging (1b) dat hij als opdrachtgever niet zulke maatregelen heeft getroffen dat de Coördinator Uitvoeringsfase zijn taken zoals vermeld in artikel 2.31 Arbobesluit naar behoren kon uitoefenen. De rechtbank oordeelt dat dit echter op grond van artikel 2.33 Arbobesluit tot de zorgplicht van de uitvoerende partij behoort. (Rechtbank Oost-Brabant, 9 april 2018, ECLI:NL:RBOBR:2018:1624)

Wettelijk kader

  • Art. 14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 47, 51, 57, 307 Wetboek van Strafrecht
  • Art. 1, 2 en 6 Wet op de economische delicten
  • Art. 16, 33 Arbeidsomstandighedenwet
  • Art. 2.24, 2.28, 2.31, 2.33 en 3.30 Arbeidsomstandighedenbesluit
  • Richtlijn 92/57/EEG, minimumvoorschriften V&G tijdelijke en mobiele bouwplaatsen

Feitelijk leidinggeven aan verboden gedraging

Zoals aan het begin van dit artikel aangegeven, stonden het bedrijf van het slachtoffer als werkgever (ECLI:NL:RBOBR:2018:1626) en de directeur (ECLI:NL:RBOBR:2018:1623) op dezelfde dag voor de rechtbank. Centraal stond dat bij de uitgraving onvoldoende veiligheidsmaatregelen zijn genomen om instorting te voorkomen.

Het bedrijf wordt als werkgever schuldig geacht aan het opzettelijk nalaten van het aanbrengen van doeltreffende stut- of taludvoorzieningen. Dit terwijl men wist of kon weten dat levensgevaar of ernstige gezondheidsschade te verwachten was. Het bedrijf krijgt daarvoor een boete van 40.000 euro, waarvan de helft voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

> LEES OOK: Risicobeoordeling leidt tot enorme rapporten; toch?

De rechtbank acht de directeur schuldig aan het feitelijk leidinggeven aan de verboden gedraging door aanmerkelijk onvoorzichtig, onachtzaam en nalatig arbeid te laten verrichten aan een bouwwerk waaraan het werken bijzondere en voorzienbare gevaren met zich meebracht. Gevaren die zich in dit geval hebben verwezenlijkt. Daarvoor wordt een voorwaardelijke geldboete van 10.000 euro opgelegd of 85 dagen hechtenis. De rechtbank neemt hierbij mee dat de directeur na het ongeval meermaals contact heeft gezocht met de moeder van het slachtoffer. Ook hebben de gevolgen grote impact voor hem persoonlijk; het slachtoffer was niet alleen zijn werknemer, maar ook een goede vriend.

Mr. ing. R.O.B. Poort is jurist en veiligheidskundige | Bureaupoort.nl

 

TIP: Congres Veilig werken op de bouwplaats

Bron: cobouw.nl

 

> TIP: het congres Veiligheid op de bouwplaats

bouw-congres veiligheid op de bouwplaats

Reageer op dit artikel