artikel

Actueel

Wetgeving

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is bereid een onderzoek uit de RSI-programmeringsstudie te betalen. Het onderzoek wordt gekoppeld aan een arboconvenant. Voor overige RSI-studies moeten de wetenschap en het arboveld zelf verantwoordelijkheid nemen en in de buidel tasten. Dat heeft staatssecretaris Van Hoof van SZW de Tweede Kamer in een brief laten weten. In de brief zet de staatssecretaris uiteen wat de RSI-programmeringsstudie heeft opgeleverd en wat hij op basis daarvan van plan is te doen.

 

De studie concludeert dat er ‘nog steeds weinig goed onderzoek’ ligt. Daardoor is het niet mogelijk bewezen effectieve maatregelen aan te wijzen op het gebied van preventie, behandelingen en reintegratie. Preventief lijkt de ergonomische vaardigheidstraining de kans op RSI te verminderen. Bij behandelingen en reintegratie lijkt het aanschaffen van alternatieve toetsenborden voor beeldschermwerk effectief te zijn. Alleen is onduidelijk welk soort toetsenbord dat zou moeten zijn.

 

Er is daarom meer onderzoek nodig. De programmeringsstudie benoemt een top-drie op het gebied van preventie: onderzoek naar pauzesoftware, onderzoek naar alternatieve invoer en -aanwijsmiddelen, en onderzoek naar maatregelen op het terrein van werktaken, -processen en -druk bij beeldschermwerk. De top-drie van onderzoeksprioriteiten bij behandeling en reintegratie zijn: oefentherapie door een fysio- of oefentherapeut, multidisciplinaire reintegratieprogramma’s van reintegratiebedrijven en, op drie, werk(plek)aanpassingen in samenspraak met de werknemer.

 

Staatssecretaris Van Hoof heeft te weinig geld in kas voor uitvoering van al deze onderzoeken, meldt hij de Kamer. Onderzoeksinstituten moeten vooral zelf met prioriteiten schuiven en aanvullende financiering zoeken, vindt Van Hoof. Hij stelt dat universiteiten, arbodiensten, reintegratiebedrijven, brancheorganisaties, verzekeraars en werkgeversorganisaties zelf ook hun verantwoordelijkheid moeten nemen en een bijdrage moeten leveren aan financiering. Wel wil Van Hoof zo mogelijk de partijen bij elkaar brengen. Het ministerie zelf wil een onderzoek betalen. ‘Een verbinding met de arboconvenanten kan het eenvoudiger maken een geschikte onderzoekspopulatie te vinden en de resultaten van het onderzoek direct in de praktijk te gebruiken’, aldus Van Hoof.

 

De staatssecretaris wijst er verder op dat de ministeries van SZW en VWS ook de Brancheorganisatie Arbodiensten (BOA) subsidieren voor een programma kennis- en onderzoeksinfrastructuur op het terrein van Arbeid en Gezondheid. Ook zij worden geacht aandacht te besteden aan RSI-onderzoek, aldus de staatssecretaris.

 

Hij meldt en passant dat een meerjarig beleidsprogramma voor RSI en werkdruk, toegezegd door zijn voorgangers, er voorlopig niet komt. Hij wil eerst de resultaten afwachten van arboconvenanten waarin RSI en Psychosociale Arbeidsbelasting (PsA) aandacht krijgen. Het past bovendien niet meer in het algemene kabinetsbeleid, aldus Van Hoof aan de Kamer.

 

Werkgevers- en werknemersorganisaties in de Stichting voor de Arbeid pleiten voor het maken van CAO-afspraken die de productiviteit kunnen verhogen. Dat schrijven ze in de onlangs verschenen notitie Op weg naar een meer productieve economie. De opstellers van de notitie hebben hoge verwachtingen van een betere afstemming van de arbeidstijden aan het werkaanbod, modernisering van de arbeidsverhoudingen, scholing en employability, resultaatgerichte beloningsvormen en het terugdringen van het ziekteverzuim. Voor dat laatste denkt de stichting aan instrumenten als het ontwikkelen van beleid op brancheniveau, het terugdringen van psychische arbeidsongeschiktheid, het verlagen van te hoge werkdruk en de ontwikkeling van gezondheidsbeleid.

 

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel over de liberalisering van de arbodienstverlening ongewijzigd aangenomen. Werkgevers krijgen in het voorstel meer vrijheid om de deskundige ondersteuning bij arbobeleid te organiseren.

 

Door de wetswijziging vervalt voor bedrijven de verplichte aansluiting bij een arbodienst. Als er overeenstemming is met de Ondernemingsraad, de personeelsvertegenwoordiging of op brancheniveau met de vakbonden, mag de werkgever de deskundige ondersteuning ook anders regelen. Wel moeten bedrijven intern een preventiemedewerker aanstellen.

 

Voor de arbodiensten verdwijnt de ‘inhoofdzaak-bepaling’, die bepaalt dat arbodiensten het grootste deel van hun omzet moeten halen uit wettelijk verplichte diensten. Om niet te veel van hun marktaandeel te verliezen, ontwikkelen arbodiensten nu nieuwe concepten van dienstverlening die nauwer aansluiten bij de wensen en behoeften van bedrijven.

 

Na goedkeuring door de Eerste Kamer wordt de wet 1 juli 2005 definitief.

 

De papier- en kartonindustrie gaat binnen elk bedrijf de mogelijkheden onderzoeken om ziekteverzuim te verminderen. Dat is een van de concrete maatregelen die de sector neemt om binnen tweeenhalf jaar 15 procent minder verzuim en 20 procent minder WAO-instroom te hebben dan in de rest van de industrie.

 

Dit hebben overheid en sociale partners afgesproken in een arboplusconvenant. De partijen willen bereiken dat de sector op een andere manier omgaat met ziekteverzuim. Verzuim mag niet langer worden beschouwd als een gegeven.

 

Een kort onderzoek binnen elk bedrijf moet bedrijven op het spoor zetten van wat zij tegen ziekteverzuim kunnen doen. Bedrijven maken vervolgens zelf een plan van aanpak om het verzuim omlaag te brengen. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zorgt voor cijfers uit andere landen, zodat bedrijven zich kunnen vergelijken met Europese collega’s.

 

Leidinggevenden en personeelsmedewerkers krijgen verder een basiscursus om snel en doeltreffend in te grijpen bij ziekteverzuim. Dit voorkomt in veel gevallen langdurend verzuim. Ook kunnen de medewerkers aanvullende cursussen volgen, bijvoorbeeld over het voorkomen van werkdruk of klachten aan rug, armen en benen.

 

De vakbonden gaan personeelsvertegenwoordigingen ondersteunen bij het terugdringen van het ziekteverzuim. Zij bieden hierover ook cursussen aan.

 

Het arboplusconvenant is een vervolg op het eerdere arboconvenant (2001) binnen de sector. Sinds die tijd is het aantal ongevallen met verzuim gedaald met 35 procent. De WAO-instroom verminderde met 40 procent. Er werken bijna 15.000 mensen in de papieren kartonproducerende en -verwerkende industrie. Het ministerie en de sociale partners investeren samen bijna een half miljoen euro in het nieuwe convenant.

 

De Commissie Herevaluatie Oude MAC-waarden van de Gezondheidsraad heeft elf nieuwe conceptrapporten openbaar gemaakt. De rapporten gaan over de gezondheidsrisico’s bij beroepsmatige blootstelling aan: bromine, calciumoxide, diborontrioxide, diphenyl ether, 6,6’-ditert-butyl-4,4’-thiodi-m-cresol, ethylene dinitrate, formic acid, glycerol trinitrate, hydroxypropyl acrylate (all isomers), 2,2’-iminodiethanol, en tributyl phosphate.

 

De commissie heeft van vijf van deze stoffen na commentaar of nieuwe gegevens een eerder conceptrapport aangepast. De rapporten liggen tot 21 februari open voor commentaar. Info via 070-340 67 79 of www.gr.nl

 

Grote bedrijven hebben over het algemeen veel aandacht voor arbeidsomstandigheden. Zij doen vaak meer aan arbobeleid dan wettelijk is voorgeschreven. Dit blijkt uit het rapport ‘Arbobeleid of preventiecultuur?’ van Research voor Beleid. In het onderzoek zijn 150 grote ondernemingen met meer dan 200 werknemers bevraagd. Staatssecretaris Van Hoof (SZW) voelt zich door het rapport gesteund in zijn opvatting dat de overheid zich terughoudender moet opstellen tegenover bedrijven die een actief intern arbobeleid voeren, schrijft hij de Tweede Kamer in de aanbiedingsbrief van het rapport.

 

RSI is als beroepsziekte door de rechter erkend, stelt de vakbond FNV. De bond citeert een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep in Utrecht. Een administratief medewerkster van de belastingdienst Oost-Brabant moest door nek-, schouderen armklachten haar werk medio 1997 staken. De belastingdienst weigerde RSI als beroepsziekte te erkennen. De rechtbank in Den Haag stelde de dienst in het gelijk, maar het hoger beroep viel wel in het voordeel van de medewerkster uit, aldus de FNV.

 

Nieuws voor potentiele klokkenluiders: werknemers die een misstand in hun onderneming ontdekken, moeten dit volgens de in 2003 opgestelde gedragscode van de Stichting van de Arbeid bij een vertrouwenspersoon kunnen melden. Een afzonderlijke commissie, zoals in de publieke sector, is voor deze ‘klokkenluiders’ niet nodig. Dat stelt de Commissie Arbeid, Onderneming en Medezeggenschap van de SER in een advies dat minister De Geus heeft aangevraagd.

 

Er lijkt een stijgende lijn te zitten in het aantal overtredingen van de Arbowet. De Arbeidsinspectie constateerde in 2003 althans 17.500 overtredingen, tegen 15.500 het jaar daarvoor. Dat maakte de inspectie eind vorig j aar bekend. De Arbeidsinspectie legde voor bijna zeven miljoen euro aan boetes op.

 

Het poldermodel raakt steeds verder ondermijnd. De Vakcentrale FNV wil selectiever meewerken aan SER-adviezen. De FNV wil zich alleen nog over kwesties buigen als er geen afgeronde politieke standpunten zijn ingenomen en adviezen nog een zwaarwegende rol spelen in de besluitvorming. Desnoods stapt de bond tijdens een adviestraject uit. FNV-voorzitter Lodewijk de Waal uitte dit voornemen in zijn nieuwjaarstoespraak.

 

Het aandeel flexwerkers in de beroepsbevolking is volgens CBS-gegevens licht afgenomen. Bijna een half miljoen mensen had in 2003 een flexibel arbeidscontract, zo’n 6,6 procent van de werkzame beroeps bevolking.

 

De werkgeversorganisaties VNO-NCW, AWN en FME-CWM organisaren een serie voorlichtingsbijeenkomsten over het nieuwe stelsel van arbodienstverlening. De organisaties willen de leden informeren over de nieuwe wetgeving die 1 juli van kracht wordt en de nieuwe mogelijkheden die de wet biedt. De verplichte pre ventiemedewerker en de mogelijkheid arbodienstverlening elders in te kopen staan centraal in de voorlichting. Daarnaast komen de voor- en nadelen van een interne arbodienst, taken en deskundigheidseisen van een preventiemedewerker, positie van de personeelsvertegenwoordiging en de RI&E aan de orde.

 

De sector beroepsonderwijs en volwasseneneducatie (BVE-sector) wil de komende tweeenhalf jaar het ziekteverzuim en de WAO-instroom met twintig procent verminderen.

 

De overheid en sociale partners hebben in een arboplusconvenant afspraken gemaakt over een reeks maatregelen die tot het gewenste resultaat moeten leiden. Er is tot 2007 2,5 miljoen euro beschikbaar.

 

Onderdeel van het convenant is de inzet van deskundigen bij instellingen die te maken hebben met veel en langdurend verzuim. De deskundigen gaan de scholen helpen met het opstellen van toegesneden plannen van aanpak. Ook kunnen zij adviseren over het inhuren van arbodiensten voor specifieke problemen. Daarnaast krijgen scholen een instrument om een kosten- en batenafweging te maken tussen de verschillende maatregelen om ziekteverzuim te verminderen. De sector gaat verder inventariseren wat scholen zoal doen tegen agressie en geweld en welke scholen behoefte hebben aan maatregelen. Daar komt een plan van aanpak voor. Ook komt er een meldpunt voor incidenten met agressie en geweld. Een alarmsysteem moet voorkomen dat instellingen langdurig zieken uit het oog verliezen. In proefprojecten wordt geprobeerd veelvuldige of langdurige ziekte via coaching en mediation te doorbreken. De hele sector krijgt een praktische handleiding over de resultaten. De sector sloot eerder een convenant in 2000. Sindsdien daalde het verzuim van zeven procent in 2002 tot ruim vijf procent in 2004.

 

Commit ontwikkelt, in samenwerking met branches en in opdracht van TNO Arbeid, acht van de vijftien digitale checklisten voor risicoinventarisaties en -evaluaties (RI&E). Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid betaalt de ontwikkeling van in totaal vijftien branchespecifieke digitale RI&E-checklisten. Commit richt zich op de branches NUVO (opticiens), Mitex (kleding), NBPW (poeliers), KNDB (drogisten), ANVR (reisorganisatie) en drie agrarische branches. De digitale RI&E’s komen medio oktober via de internetsites van de betrokken partijen beschikbaar. Bedrijven met minder dan 25 werknemers kunnen straks volstaan met een schriftelijke toetsing van de RI&E. Voorwaarde is wel dat werkgevers- en werknemersorganisaties overeenstemming hebben over de branchespecifieke RI&E.

 

Politieagenten krijgen vermoedelijk vanaf 2006 nieuwe veiligheidsvesten. Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de politievakbonden zijn het eens geworden over de eisen waaraan de nieuwe vesten moeten voldoen.

 

Het is de bedoeling dat agenten de veiligheidsvesten in de toekomst dragen onder hun overhemd. De korpsbeheerder van elk korps beslist welke agenten een vest krijgen en stelt regels op over het verplicht of vrijwillig dragen van het vest.

 

Naast technische eisen over de bescherming tegen kogels en messteken zijn daarom ook eisen gesteld aan het draagcomfort en de bewegingsvrijheid in bepaalde situaties. Vesten die ook bescherming bieden tegen prikken met injectienaalden, hebben bij de aanschaf de voorkeur.

 

De leidraad ‘Sturen op resultaat’ van de Brancheorganisatie Arbodiensten (BOA) blijkt een gewild instrument. Er is zoveel vraag naar de leidraad dat de BOA papieren exemplaren van het document heeft laten bijdrukken. De leidraad ‘Sturen op resultaat, in vier stappen naar heldere afspraken met uw arbodienstverlener’ helpt werkgevers en ondernemingsraden bij het maken van duidelijke afspraken met een arbodienst over dienstverlening op maat. De leidraad biedt houvast bij het inhuren van externe expertise op het gebied van gezondheidsbeleid, preventie en verzuimaanpak. Ook behandelt de leidraad de mogelijkheden en voor- en nadelen van nieuwe contractvormen, zoals prestatieen resultaatcontracten. Het biedt bewust geen modelcontract. Het is juist van belang dat werkgever, werknemer en arbodienst per situatie het meest geeigende contract sluiten, aldus de BOA.

 

De leidraad verscheen in november vorig jaar. Sindsdien is het instrument veel gedownload van de website van de BOA. Daarnaast vragen veel werkgevers en ondernemingsraden een papieren exemplaar aan bij de brancheorganisatie. ‘Sturen op resultaat’ is nog steeds te downloaden vanaf de BOA-website www.boaplein.nl of (weer) te bestellen via 070-349 97 28.

 

Bij werknemers met vage klachten moet de aandacht zich richten op stressoorzaken en de gevolgen. Dit kan het verzuim met weken terugbrengen, stelt arbodienst ArboNed.

 

ArboNed gaat haar bedrijfsartsen, bedrijfsmaatschappelijk werkers en psychologen nadrukkelijker trainen in het demedicaliseren van vage klachten.

 

Vaak kunnen artsen bij patienten geen medische oorzaak vinden voor de klachten. Een huisarts zou in twintig tot vijftig procent geen medische diagnose kunnen stellen. Bij rugklachten heeft volgens bedrijfsfysiotherapeut Casper Bellink van reintegratiebedrijf Fysergo zelfs negentig procent van de klachten geen aantoonbare directe medische oorzaak.

 

Volgens ArboNed verzuimen werknemers met dergelijke klachten jaarlijks zes weken. Daarmee zijn zij drie keer zo lang ziek of drie keer zo vaak ziek als de gemiddelde werknemer.

 

In plaats van te medicaliseren – zich laten verleiden om toch met een medische verklaring te komen wanneer geen medische oorzaak te vinden is – moet de arts aandacht besteden aan de lichamelijke klacht en de beleving van de patient. Zo’n aanpak werkt volgens Arbo-Ned het snelst. ‘De arts erkent met de aandacht de klachten van de patient waardoor hij hem geruststelt. Vervolgens zoekt de bedrijfsarts of er stressoren zijn die met de klacht samenhangen. De bedrijfsarts helpt de werknemer deze verbanden te herkennen’, aldus de arbodienst. Een nieuwe en ook succesvolle aanpak is als de bedrijfsarts de gevolgen van de klachten in zijn spreekuur bespreekt. De bedrijfsarts omzeilt hiermee de valkuil dat de werknemer denkt zijn werk alleen te kunnen hervatten als de oorzaak van zijn klachten is gevonden.

 

Volgens de arbodienst kunnen specifiek getrainde huisartsen het verzuim bij vage klachten op deze manier met weken terugbrengen. De aanpak heeft vooral resultaat als de patient binnen twee weken op het spreekuur komt.

 

Ook volgens bedrijfsfysiotherapeut Bellink hebben artsen meer training nodig. Artsen en paramedici zijn niet altijd voldoende getraind in het geven van een niet-medische uitleg, stelt hij in de laatste nieuwsbrief Demedicaliseren Arbodienstverlening van het Breed Platform Verzekerden en Werk (BPV&W). Bellink: ‘(Bedrijfs)-artsen en paramedici kunnen leren hoe ze aan patienten op een goede, heldere manier uitleg kunnen geven. Voorts is een verdieping nodig, reflectie over inleven en empathie. Het is van groot belang dat de hele attitude, de uitstraling, de verbale benaderingswijze, de uitleg en de handelingen bij de diagnosestelling oprecht zijn’, aldus Bellink.

 

Minister Hoogervorst van VWS trekt de touwtjes strakker aan om roken binnen zorginstellingen, zoals psychiatrische ziekenhuizen, verder te ontmoedigen. Sinds 1 januari 2004 is het verboden te roken in ruimten waar mensen werken, maar voor zorginstellingen maakte de minister een uitzondering. Zij kregen een jaar extra de tijd om hun zaakjes op orde te maken. Volgens VWS zijn ze echter in gebreke gebleven. Lang niet overal zijn aparte rookruimten gemaakt, waardoor er toch nog gerookt wordt.

 

Volgens de koepelorganisaties in de zorg ligt het probleem bij kleinschalige woonvormen waarbinnen het niet mogelijk zou zijn afgesloten rookruimten in te richten. De koepelorganisaties willen dat deze voorzieningen niet aan de Tabakswet hoeven te voldoen. VWS gaat daar niet in mee. Het departement meent dat ook hier rookvrije ruimten mogelijk zijn. Alleen voor kleine woonvormen die niet gefinancierd worden uit VWS-wetgeving, wil het ministerie een uitzondering maken.

 

Hoogervorst wil dat het personeel binnen zorginstellingen meer meewerkt aan de Tabakswet en niet meer rookt in aanwezigheid van patienten.

 

Hoe zijn de arbeidsomstandigheden in Suriname? Voor de bedrijfs- en verzekeringsartsen en andere arboprofessionals die dat willen organiseert de NSPOH in oktober een reis naar Paramaribo en omstreken, die 24 uur accreditatie oplevert. Kijk voor meer informatie op de website van de NSPOH (www.nspoh.nl), of neem contact op met Goof Claessen, opleideradviseur NSPOH, tel. 020-566 49 49, e-mail g.claessen@nspoh.nl.

 

De Nederlandse werknemer moet productiever worden. Dat staat in de nota ‘Op weg naar een meer productieve economie’ die de sociale partners vorige maand publiceerden.

 

‘Wie ging Sylvia Toth voor in de Avanta top 100?’en wie zijn de personen op de foto’s?’ mailt Ellen van Buiten ons naar aanleiding van het artikel Vizier op scherp in ARBO 12/2004. We geven het onmiddellijk toe: je moet een fors stuk van het artikel lezen om daarachter te komen. Foutje van de eindredactie. ‘Meer zorgvuldigheid in de tekst qua naamsvermelding en een bijschrift bij de foto zou op zijn plaats zijn’, vervolgt Van Buiten haar mail. Wij kunnen ons daar alleen maar beschaamd bij aansluiten.

 

NEN, het centrum van normalisatie, heeft een nieuwe norm voor overdrukbeveiligingen gepubliceerd: NEN-EN-ISO 4126 ‘Veiligheidsvoorzieningen voor bescherming tegen ontoelaatbare overdruk’.

 

De zes definitieve delen gaan over veiligheidskleppen, veiligheidsvoorzieningen met een breekplaat, pilootgestuurde veiligheidskleppen, gestuurde drukontlastsystemen (CSPRS), toepassing, selectie en installatie van veiligheidsvoorzieningen met een breekplaat en een deel met algemene gegevens. De norm is van belang voor de beveiliging tegen de overdruk van apparaten die aan de Europese richtlijn voor drukapparatuur moeten voldoen.

 

De Arbeidsinspectie controleert de arbeidsomstandigheden van de werknemers in de kinderopvang. Dit jaar bezoekt de inspectie duizend kinderdagverblijven. Volgens de Arbeidsinspectie is lichamelijke overbelasting de belangrijkste oorzaak voor ziekteverzuim in de kinderopvang. Vooral rug, nek en schouder moeten het ontgelden. Dit komt omdat medewerkers vaak kinderen optillen en veel werk in een verkeerde houding doen. Onderzoek toont aan dat ruim 40 procent van de medewerkers ‘regelmatig’ of ‘zeer vaak’ last van de rug heeft, aldus de Arbeidsinspectie.

 

In 1999 spraken de sociale partners met de overheid in een convenant af dat de kinderdagverblijven aan een aantal normen moeten voldoen waardoor het werk lichamelijk minder zwaar wordt. Van 1999 tot 2005 werd nauwelijks gecontroleerd om de werkgevers de kans te geven de regels door te voeren. In hoogte verstelbare aankleedtafels, boxen met verstelbare bodems en het op volwassen hoogte brengen van tafels en stoelen zijn voorbeelden van een betere inrichting, aldus de inspectie, die het nu tijd vindt om te kijken of deze aanpak werkte en de werknemers geen risico meer lopen op lichamelijk overbelasting.

 

Volgens ArboNed verzuimden werknemers vorig jaar minder vaak dan in 2003. De arbodienst becijferde dat het aantal keren dat werknemers zich in 2004 wegens ziekte afmeldden, tien procent lager ligt dan in 2003. De gemiddelde werknemer meldde zich vorig jaar 1,08 keer per jaar ziek en in 20031,2 keer. Ook het verzuimpercentage daalde met twee procent, aldus ArboNed. Het verzuimpercentage van werknemers die bij ArboNed onder contract staan, lag tot en met november 2004 op gemiddeld 4,4 procent: 0,1 procent lager dan het percentage dat ArboNed vorig jaar noteerde. Het landelijke verzuimpercentage lag in 2003 op 4,7 procent (CBS).

 

Volgens ArboNed is de daling te danken aan de toenemende belangstelling voor gezondheid. Tien jaar na de privatisering van de Ziektewet is gezondheid een vast onderdeel op de beleidsagenda van organisaties geworden, aldus de arbodienst.

 

Dit is mede te danken aan de financiele prikkel die de werkgever krijgt omdat hij twee jaar lang het loon van zijn verzuimende werknemer moet doorbetalen. Ook de Wet verbetering poortwachter en de daaruit voortvloeiende verplichte samenwerking met de arbodienst was volgens ArboNed een belangrijke impuls. Maar ook in de teruggang van de economie en de daarmee gepaard gaande angst een baan te verliezen ligt een verklaring voor het dalende verzuim, zo meent de arbodienst.

 

Aan het eind van het eerste ziektejaar dienen werkgever en werknemer de voortgang van de reintegratie te evalueren en eventueel het plan van aanpak bijstellen. Dat staat in de regeling procesgang Poortwachter. De wijziging ging eind december 2004 in.

 

Dit zogenoemde ‘opschudmoment’ dat tussen de 46e en 52e verzuimweek plaatsvindt, vloeit voort uit het verlengen van de loondoorbetalingsverplichting van een naar twee jaar.

 

Het ‘opschudmoment’ wordt schriftelijk vastgelegd en dient als input voor de beoordeling door het UWV van de reintegratie-inspanningen. Daarmee komt het voornemen om na het eerste jaar een tussentijdse UWV-toetsing in te lassen, te vervallen.

 

In een toelichting op de wijziging geeft het kabinet aan wanneer getwijfeld moet worden aan de effectiviteit van de reintegratie. Naast logische zaken als stagnatie van herstel benoemt de wetgever ook het langer dan zes weken werken op arbeidstherapeutische basis en het werken op een lager niveau.

 

Als het UWV vindt dat de reintegratie-inspanningen onvoldoende zijn geweest, dan wordt de periode waarover de werkgever loon dient te betalen, met nog eens een jaar verlengd.

 

Een apparaatje dat het mogelijk maakt kartonnen dozen met een hand te pakken won vorige maand de Arbo Innovation Award 2005 tijdens Arbo 2005 in de RAI. De jury koos voor de ‘Liftmates Solo Lift’ omdat het een oplossing biedt voor het tillen in de laatste fase van de goederendistributie.

 

De Solo Lift kan makkelijk toegepast worden bij het werken met de bestaande toestane eenheidsverpakkingen. Wel bestaat een toename in het risico op klachten in de arm door eenhandig tillen. Maar de jury vond dit risico acceptabel, ‘ook omdat in onderzoek het gunstige effect op de rugbelasting is aangetoond’.

 

WAO’ers die door herbeoordeling in de WW komen, mogen scholing volgen en krijgen tot het einde van de opleiding een WW-uitkering. Dat besloot minister De Geus tijdens de behandeling in de Eerste Kamer van de Wet vereenvoudiging van een aantal sociale verzekeringswetten. Deze wet treedt medio 2005 in werking met terugwerkende kracht tot 1 januari 2005. In de wet staat dat de mogelijkheid verdwijnt om een WW-uitkering te verlengen voor arbeidsgehandicapten die scholing volgen. Voor WAO’ers die door de herbeoordeling in de WW komen, wordt een uitzondering gemaakt, mits de scholing noodzakelijk is voor het vinden van werk.

 

De herbeoordeling WAO ging op 1 oktober vorig jaar van start. Het UWV kijkt met behulp van nieuwe criteria naar wat de WAO’er nog wel kan. Dat bepaalt de hoogte van de uitkering. Alle arbeidsongeschikten die na 1 juli 1954 zijn geboren en niet horen tot de groep waarvoor bij eerdere wijzigingen in de WAO uitzonderingen zijn gemaakt, worden voor herbeoordeling opgeroepen. De hele operatie neemt tweeenhalf jaar in beslag.

 

In een antwoord vorige maand op Kamervragen van PvdA-Tweede Kamerlid Jet Bussemaker bevestigt staatssecretaris Van Hoof dat een werknemer niet verplicht is informatie over aard of oorzaak van zijn ziekte te verstrekken aan de werkgever. Ook niet als deze daarom vraagt. De werkgever dient de informatie wel desgevraagd aan de bedrijfsarts van de werkgever te verstrekken.

 

Volgens Van Hoof heeft de werkgever voldoende aan de informatie over het bestaan van arbeidsongeschiktheid, de beperkingen van de werknemer en de mogelijkheden om werkhervatting te bevorderen om aan verplichtingen als loondoorbetaling en reintegratie te voldoen. Curieus is wel dat de staatssecretaris hiermee niet de vraag van Bussemaker beantwoordt. Deze vroeg of Van Hoof de opvatting deelde dat de werkgever niet eens het recht heeft om naar een medische achtergrond van de werknemer te vragen.

 

Zie voor meer informatie over de privacy van zieke werknemers bij reintegratie het artikel op bladzijde 58.

 

De komende jaren neemt het aantal thuiswerkers fors toe. Vooral binnen grote ondernemingen. Dat blijkt uit onderzoek van Ernst & Young. Bovendien vinden ondernemingen volgens Ernst & Young dat het tekort aan goed opgeleide ICT-ers door de overheid moet worden opgelost door te investeren in onderwijs.

 

Wat in de praktijk al werd aangenomen, wordt nu ook in een enquete bevestigd. Sinds de Wet verbetering poortwachter (Wvp) in april 2002 van kracht werd, investeren werkgevers, werknemers, arbodiensten en verzekeraars veel meer in adequate zorg voor verzuimende werknemers en in tijdige reintegratie.

 

Dit concludeert TNO Arbeid na de vijfde meting van het Arbodienstenpanel, een jaarlijkse schriftelijke enquete onder arbodiensten waaraan ruim de helft van de arbodiensten meewerkte. Maar liefst 87 procent van de ondervraagde arbodiensten zegt dat de betrokkenheid van de werkgevers bij verzuim en reintegratie sinds ‘Poortwachter’ toenam. 65 procent ziet ook toenemende betrokkenheid van werknemers.

 

Ook de reintegratiemogelijkheden binnen bedrijven nam toe en driekwart van de arbodiensten zegt voldoende ruimte te krijgen voor een goede uitvoering van de Wvp.

 

Wel zouden de arbodiensten in de wet graag een nadere omschrijving zien van ‘dreigend langdurig verzuim’ en duidelijkheid over wanneer een plan van aanpak moet worden opgesteld. Ook ziet een aantal arbodiensten meer vraag naar preventieve diensten. De helft van de ondervraagde arbodiensten verwacht ook dit jaar een verdere stijging.

 

Het arbodienstenpanel herbergt vrijwel alle arbodiensten. Aan de vijfde meting sinds 1996 deden 86 diensten mee, dat is 61 procent van alle panelleden. Het panel werd in 1996 opgericht door TNO in overleg met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en de Brancheorganisatie Arbodiensten (BOA).

 

Reageer op dit artikel