artikel

actueel

Wetgeving

Werkgevers en werknemers moeten grotere verantwoordelijkheid krijgen voor de arbeidsomstandigheden binnen hun bedrijf of branche. De overheid moet haar controles beperken tot gevaarlijke arbeidssituaties. Voor werk met lage arbeidsrisico’s kunnen een hoop regels uit de Arbowet verdwijnen. Staatssecretaris Van Hoof heeft de Sociaal Economische Raad om advies gevraagd over deze plannen. De adviesaanvraag van het kabinet aan de SER volgt op een evaluatie van de Arbowet.

 

Daaruit concludeert het kabinet dat in de loop der jaren de mogelijkheden voor werkgevers en werknemers om verantwoordelijkheid te nemen geleidelijk aan steeds meer zijn ingevuld door regels. Het kabinet vraagt of de SER kan instemmen met minder regels. Ook vraagt het advies hoe de verantwoordelijkheid van werkgevers en werknemers het best kan worden ingevuld. Het kabinet stelt voor de regels bij lage arbeidsrisico’s, voor zover ze geen Europese verplichting zijn, uit de Arbowet te schrappen. Dit om te stimuleren dat werkgevers en werknemers in een branche zelf tot afspraken komen over goede arbeidsomstandigheden, bijvoorbeeld over het verminderen van lichamelijke belasting of werkdruk. Dit leidt tot meer maatwerk binnen bedrijven of branche, verwacht het kabinet. De afspraken moeten wel aan eisen voldoen.

 

Zo moeten in ieder geval een risico-inventarisatie en een plan van aanpak worden gemaakt om de risico’s zoveel mogelijk te beperken. Bij goede afspraken controleert de Arbeidsinspectie alleen bij misstanden of als veel gestapelde lage risico’s een gevaar vormen voor de gezondheid en veiligheid van werknemers. De overheid wil zich in de toekomst voornamelijk concentreren op regels voor grote risico’s, zoals explosiegevaar in de industrie, werken met asbest of hard geluid. Strikte regels hierover moeten streng gecontroleerd worden, vindt het kabinet. Bij overtredingen kan de Arbeidsinspectie een twee keer zo hoge boete opleggen. Voor ernstige overtredingen worden de boetes per 1 januari 2005 al met een derde verhoogd. Het kabinet overweegt ook de methode van naming en shaming in te zetten waarbij namen van bedrijven die zich schuldig maken aan misstanden publiek worden gemaakt. Het kabinet verwacht dat de voorstellen een vermindering opleveren van de administratieve lastendruk voor werkgevers van ten minste zestig tot zeventig miljoen euro. De Vakcentrale FNV vreest dat de voorgenomen aanpassing tot ‘onduidelijkheid en een grotere rompslomp zal leiden’.

 

De bond voorziet dat in de praktijk een wirwar van aanpakken ontstaat die uit oogpunt van doelmatigheid beter bij wet kan worden geregeld. De FNV vindt het ‘onbegrijpelijk’ dat het kabinet problemen zoals werkdruk en ongewenst gedrag op de werkdruk op een versnipperde wijze wil oplossen. ‘Dit leidt tot oneindig lange vergaderingen tussen ondernemingsraad, werkgever en branche en kan de arbeidsverhoudingen op scherp stellen. Verlichting van administratieve (regel)druk is een fictie. Want partijen mogen voor dergelijke problemen zelf het wiel gaan uitvinden. Beter is het om resultaten die behaald worden in arboconvenanten, om te zetten in handhaafbare normen, stelt vakcentrale FNV in een reactie op de kabinetsplannen. De bond is wel blij met de verzwaring van het boetestelsel en de inzet van de methode ‘naming and shaming’. De FNV verwacht dat hiervan een preventieve werking uitgaat.

 

De Brancheorganisatie Arbodiensten (BOA) vindt dat zorgverzekeraars in het toekomstige zorgstelsel meer ruimte moeten krijgen om te concurreren met collectieve contracten. De BOA hield dit pleidooi op het jubileumcongres ‘Werken aan de toekomst van arbeid’ dat BOA en het kennisnetwerk STECR samen organiseerden in Zeist. Ook in het nieuw beoogde zorgstelsel, met een basisverzekering voor iedereen en daarnaast de individuele mogelijkheid voor aanvullende verzekeringen, kunnen zorgverzekeraars bedrijven een collectief contract aanbieden. Maar zij kunnen alleen concurreren door te besparen op administratieve kosten die premieverschillen tot zo’n drie procent mogelijk maken. Inhoudelijke verschillen tussen polissen zijn niet toegestaan. De BOA vindt die concurrentieruimte te gering. BOA-directeur Ton Schoenmaeckers: ‘Als risico’s binnen bedrijven verschillen, moet je via premies kunnen concurreren. Ik kan me goed voorstellen dat je voor een bedrijf met veel arbeidsrisico’s een hogere ziektekostenpremie rekent dan voor een bedrijf dat een heel goed gezondheidsbeleid voert. Zolang het tenminste gaat om beinvloedbare factoren in ziektekostenlast. Waarom zouden flinke premieverschillen niet mogen, als het verschil in risico ook groot is?’

 

Schoenmaeckers realiseert zich dat discussies over premieverschillen in de zorg altijd gevoelig liggen. Er ontstaat onrust als de gelijkheid in de zorg ter discussie wordt gesteld. Schoenmaeckers: ‘Maar in ons voorstel gaat het niet om premieverschillen waar mensen geen invloed op kunnen uitoefenen. De BOA vindt dat de discussie niet te veel ideologisch, maar vooral pragmatisch gevoerd moet worden. En de mogelijkheid tot concurrentie kan een prikkel vormen voor bedrijven om goed gezondheidsbeleid te voeren. Daar zou de politiek een winstpunt in moeten zien.’

 

Volgens Schoenmaeckers komt de BOA met het pleidooi omdat ook arbodiensten als bedrijfstak er belang bij hebben dat bedrijven serieus werk maken van gezondheidsbeleid. ‘Een systeem dat die ontwikkeling prikkelt, willen wij graag stimuleren’, aldus de BOA-directeur. Op de bijeenkomst in Zeist werden ook nieuwe cijfers over de klantwaardering van arbodiensten gepresenteerd. De waardering van de dienstverlening steeg van gemiddeld een 6,3 in 2002 tot 6,9 nu. Uit de nieuwe cijfers van onderzoeksbureau Heliview blijkt dat steeds meer bedrijven (inmiddels driekwart van de werkgevers) de arbodiensten waarderen met een 7 of hoger.

 

Minder dan de helft van de Nederlanders (48 procent) beweegt dertig minuten per dag of langer. Ook Europees scoort Nederland laag, samen met Groot-Brittannie. Dit staat in het Trendrapport Bewegen en Gezondheid 2002-2003 van TNO Arbeid. De meeste Nederlanders weten dat dertig minuten bewegen per dag goed is voor hun gezondheid. Maar daadwerkelijk actief worden, is een ander verhaal. Toch signaleert TNO een positieve trend: het aantal Nederlanders dat voldoende beweegt, is licht toegenomen van 45 procent tot 48 procent. Ook de sportdeelname is licht gestegen. Voor veel mensen is woon-werkverkeer en de hoeveelheid beweging op het werk belangrijk voor het al dan niet halen van de beweegnormen.

 

Er is een gebrekkige afstemming tussen de medische sector, de arbozorg en verschillende arboprofessionals onderling. Daardoor krijgen werknemers soms tegenstrijdige adviezen over werkhervatting. Dit signaleert het Landelijk Meldpunt Arbodienstverlening (LMA) in zijn halfjaarrapport ‘Is de arbo u van dienst?’

 

In de eerste helft van 2004 belden 410 werknemers het LMA, onderdeel van het Breed Platform Verzekerden & Werk (BPV&W), met vragen of om ervaringen met een arbodienst door te geven.

 

Voor werknemers blijkt de opstelling van de arbodienst, vooral van de bedrijfsarts, nogal eens onduidelijk. Vooral als bij arbeidsconflicten medische en niet-medische kwesties door elkaar lopen. Werknemers gaan dan twijfelen aan de onpartijdigheid van de bedrijfsarts. Het LMA stelt dat helderheid over de rol van de arbodienst erg belangrijk is.

 

Ook het traject van verzuimbegeleiding en reintegratie is ingewikkeld, merkt het LMA. Ook daarin is de rolverdeling tussen de verschillende disciplines niet altijd duidelijk, aldus het rapport. Het LMA vindt bovendien dat er meer aandacht moet zijn voor de ideeen en oplossingen van de zieke werknemers zelf.

 

De omzet van arbodiensten is in de eerste drie maanden van 2004 met 2,5 procent gedaald in vergelijking met 2003. In voorbereiding op de liberalisering van de arbomarkt werd tegelijk flink geinvesteerd. Volgens de eerste rapportage van Branchemonitor van de Brancheorganisatie Arbodiensten (BOA) bedroeg de omzet van de deelnemende arbodiensten over heel 2003 763 miljoen euro. De omzetdaling in het eerste kwartaal van 2004 wordt verklaard uit de verzuimdaling, waardoor minder reintegratieactiviteiten nodig zijn. Ook kopen bedrijven kritischer in bij de diensten.

 

De arbodiensten investeerden in de eerste drie maanden van het jaar 10,6 procent van hun omzet in research & development, ict, trainingen en opleidingen. Dat was 11,2 procent meer dan in dezelfde maanden in 2003. Aan ict werd zelfs veertien procent meer uitgegeven.

 

De Branchemonitor wordt samengesteld op basis van gegevens die zeven toonaangevende arbodiensten aanleveren. De monitor dekt circa 85 procent van de markt.

 

Het UWV gaat gewoon door met keuringen voor arbeidsongeschiktheid. Volgens de Vakcentrale FNV zou de tijdsplanning van de keuringen in gevaar komen door een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over het Claim- en Beoordelingssysteem (CBBS). Het UWV maakte bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid tot 1 januari 2002 gebruik van het Functie Informatiesysteem (FIS) als ondersteunend computerprogramma. Dit is vervangen door het programma Claim- en Beoordelingssysteem.

 

Een aantal WAO’ers ging in beroep tegen het schattingsbesluit van het UWV dat aangeeft in hoeverre mensen arbeidsgeschikt zijn en voor welke functies zij inzetbaar zijn. De Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechter in sociale zekerheidszaken, stelt nu dat binnen CBBS een aantal kenmerken minder inzichtelijk, minder verifieerbaar en minder toetsbaar is dan voorheen bij het FIS. De rechter vindt dat niet genuanceerd genoeg wordt gekeken wat mensen nu wel en niet aankunnen.

 

Volgens de FNV staat het UWV nu voor de keus: ofwel elke keuring opnieuw tegen het licht houden, ofwel alle keuringen opschorten tot het systeem verbeterd is. In beide gevallen komt de tijdsplanning van de uitvoeringsinstelling in gevaar, voorziet de vakcentrale.

 

Maar zo’n vaart loopt het niet, meent Fanny Bot van het UWV. Voor het UWV is de uitspraak zeker geen reden om keuringen uit te stellen, zegt zij. Bot: ‘De raad beschouwt in het algemeen het CBBS als ondersteunend systeem heel aanvaardbaar. Dat staat ook in de uitspraak. Op een aantal punten moeten wijzigingen aangebracht worden zodat het systeem inzichtelijker wordt. Daar geeft de rechter ons tot 1 januari 2005 de tijd voor. Die aanpassingen gaan wij doorvoeren. Tot die tijd zullen we bij beoordelingen een uitgebreidere motivering geven. De tijdsplanning komt door de uitspraak op geen enkele manier in gevaar.’

 

Staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de Commissie Arbeidsomstandigheden van de SER advies gevraagd over aanpassing van het stelsel van MAC-waarden. Van Hoof wil het aantal gevaarlijke stoffen waarvoor de wet een Maximaal Aanvaarde Concentratie als norm voorschrijft verminderen.

 

Van Hoof wil in een nieuw stelsel onderscheid maken tussen laagen hoogrisico-stoffen. Wettelijke (publieke) normen gelden straks alleen voor stoffen met een hoog gezondheidsrisico of als de Europese Unie normen voorschrijft. In andere gevallen wil Van Hoof werkgevers en bedrijven zelf (privaat) de aanvaardbare concentraties laten vaststellen. Een bedrijf moet kunnen aantonen dat de stof niet schadelijk is voor de gezondheid van de werknemer.

 

De wijziging moet ertoe leiden dat bedrijven beter omgaan met gevaarlijke stoffen. Volgens de staatssecretaris blijkt het voor bedrijven in veel situaties moeilijk en duur om met de huidige wettelijke grenswaarden om te gaan. In het nieuwe stelsel komt de gebruikelijke haalbaarheidstoets via de SER en de brancheorganisaties te vervallen. Van Hoof wil uiterlijk 1 maart 2005 advies van de SER-commissie over de criteria, de harmonisatie in EU-verband, richtsnoeren voor het afleiden van private grenswaarden en de geplande invoerdatum van het vernieuwde stelsel: 1 januari 2006.

 

Verzuimprikkels hebben vooral effect als ook het arbobeleid, begeleiding en reintegratie goed zijn opgezet. Dit stelt TNO Arbeid in het onderzoek ‘Prikkels en Sancties, Bouwstenen voor een modern ziekteverzuimbeleid’.

 

In 2000 gebruikte ongeveer veertig procent van de bedrijven verzuimprikkels om werknemers te stimuleren aan het werk te blijven. Soms leveren werknemers een vrije dag in bij ziekmelding of betaalt de werkgever de eerste ziektedag niet uit. Aan de andere kant kunnen werknemers soms een extra dag verdienen als zij niet verzuimen. Bij een steekproef onder 123 CAO’s bevatten dit jaar 44 CAO’s een of meer verzuimprikkels.

 

Een verzuimprikkel is lang niet voor elk verzuimprobleem een oplossing, stelt het onderzoek. De keuze voor een prikkel moet ook maatwerk zijn en de vormgeving is bepalend voor het effect. Het TNO-rapport beschrijft daarom ook een stappenplan om werkgevers te helpen de mogelijkheden te onderzoeken als zij nadenken over de invoering van verzuimprikkels. Het rapport is te raadplegen via www.arbo.nl

 

De Nederlandse Freesmaatschappij heeft een praktische oplossing gevonden om omstanders en de bestuurders van freesmachines voor asfalt minder bloot te stellen aan kankerverwekkende kwartsstof. De vinding won de Goede Praktijken Prijs van de Europese Week voor Veiligheid en Gezondheid 2004 en dingt in Bilbao mee naar de Europese ‘Good Practice Award’.

 

In totaal waren er veertien inzendingen voor de Goede Praktijken Prijs. Het thema was dit jaar ‘veilig bouwen’.

 

De Nederlandse Freesmaatschappij gebruikt freesmachines om sleuven te snijden in asfalt. Bij dit werk komen veel stof en kwarts vrij. Het bedrijf maakte de freeskast van de machine luchtdicht en lucht wordt uit de freeskast afgezogen. Hierdoor worden stof en het kwartsgehalte in de ademzone van de machinist van de freesmachine verminderd. Ook de mensen die in de omgeving van de freesmachine werken, worden minder aan stof en kwarts blootgesteld. De Nederlandse Freesmaatschappij won met haar vinding 10.000 euro, te besteden aan de verbetering van arbeidsomstandigheden. Een gedeelde tweede prijs ging naar Stichting Leerplanontwikkeling in samenwerking met het platform Bouwtechniek (voor een lesprogramma voor het vmbo) en naar bouwbedrijf Aan de Stegge (verbetering tussen samenwerking planner bouwwerkzaamheden en uitvoerder).

 

Medewerkers in de verpleeg- en verzorgingshuizen (V&V) zijn ‘tevreden over werk en de werkomstandigheden’, aldus de werkgevers in de sector. Helemaal niet, menen de bonden. ‘Een op de vijf werknemers in de verpleeg- en verzorgingshuizen heeft geen plezier in het werk’, lezen wij in het medewerkertevredenheidsonderzoek ‘Werk in beeld’.

 

De bureaus Prismant en Atos peilden in 2004 voor de tweede keer de gemoedstoestand van het personeel in de sector. In 2002 gebeurde dit ook al eens. Het onderzoek, in opdracht van Arcares en de bij de CAO V&V betrokken vakbonden, werd uitgevoerd in 1332 verpleeg- en verzorgingshuizen met in totaal bijna 169.000 medewerkers. Veertig procent, 68.183 medewerkers, vulde het onderzoek in. De werkgevers zien in het rapport vooral positieve resultaten. Het is de verpleeg- en verzorgingshuizen gelukt om de CAO-doelstelling 20 procent minder werkdruk/psychische belasting te realiseren, stellen zij. Ook is bij instellingen een verbetering opgetreden in de mate waarin medewerkers zijn blootgesteld aan (te hoge) fysieke belasting. De verbeteringen worden vooral gerealiseerd door instellingen die doelgericht en concreet beleid hebben gevoerd op het gebied van werk en werkomstandigheden, aldus de werkgevers in Arcares.

 

De vakbonden ABVAKABO FNV, CNV Publieke Zaak en FHZ zien amper positieve resultaten. ‘Een op de vijf werknemers heeft geen plezier in het werk. Tevens vinden zij het werk niet voldoende uitdagend. Daarnaast heeft ook een vijfde van de medewerkers te maken met gezondheidsklachten en hebben zij het gevoel dat het werk zowel psychisch als lichamelijk te zwaar is. Bijna 12.000 werknemers hebben na een werkdag onvoldoende energie over voor andere activiteiten’, aldus de bonden. Zij maken zich hierover zorgen, omdat de sector juist extra maatregelen nam op het gebied van arbeidsomstandigheden en personeelsbeleid.

 

De bonden zijn vooral bezorgd over jonge werknemers in verpleeg- en verzorgingshuizen. Deze groep is het meest ontevreden. De bonden willen dat de signalen van ontevredenheid serieus worden genomen. ‘Als dat niet gebeurt, kan de sector in de nabije toekomst niet alleen onvoldoende nieuwe instroom in de verzorgende functies realiseren, maar schaadt ze daarmee ook de kwaliteit van de zorg’, waarschuwen de vakbonden.

 

Zij stellen eveneens vast dat de CAO-doelstelling voor het verminderen van de psychische belasting is gehaald. Maar zij voegen wel iets toe: in zestien procent van de geselecteerde instellingen is sprake van een achteruitgang, bij 37 procent is de score gelijk gebleven en bij 48 procent is de score erop vooruitgegaan. Of de doelstelling voor fysieke belasting is gehaald, blijkt pas eind dit jaar uit een onderzoek, aldus de bonden.

 

De Arbeidsinspectie gaat bedrijven in de industrie en zakelijke dienstverlening die een koeltoren hebben, onderhouden of schoonmaken, controleren op de risico’s van legionellabesmetting.

 

Koeltorens worden gebruikt om de warmte uit een installatie af te voeren. De torens kunnen een bron zijn voor legionellabesmetting van werknemers. Dit kan leiden tot ernstige longinfectie (veteranenziekte). Daaraan overlijden jaarlijks twintig tot dertig mensen in Nederland.

 

Bedrijven moeten vastleggen welke maatregelen ze nemen om de groei en verspreiding van legionella in koeltorens te voorkomen. Ook moeten ze regelmatig op legionella controleren. De AI bekijkt hoe bedrijven de risico’s in kaart brengen, welke maatregelen ze treffen bij onderhoud en schoonmaak, hoe de registratie van legionellacontroles eruit ziet en hoe de voorlichting aan werknemers verloopt.

 

Bert Bettink uit Buren heeft met zijn ‘kopplankhouder’ de FNV Arboprijs 2004 gewonnen. Met de vinding kunnen op de bouwplaats eenvoudig afscheidingen bij vloeren trapsparingen worden aangebracht.

 

Op de bouw ontstaan vaak onveilige situaties rond vloer- en trapsparingen. Deze worden meestal afgeschermd met balusters en planken. In veel gevallen wordt de kopplank daarbij boven op de basisplank gespijkerd. Dit is niet sterk genoeg om een val te breken. En als de kopplank vaak verwijderd wordt, voldoet de constructie steeds minder. De eigenaar van montagebedrijf Intermon Bettink kreeg voor zijn idee voor een kopplankhouder een geldprijs van 10.000 euro. Er werden nog drie andere vindingen beloond met een nominatie: de schroefstempel Arbo 850 (P. Feijen, BAM Woningbouw), een stofreduceersysteem voor asfaltfrezen (Van Martin Hogenes van Reproad BV), en een semi-automatische monsterarm voor het nemen van asfaltmonsters (Zuid-Nederlandse Asfalt Centrale).

 

De Gezondheidsraad (GR) heeft tien nieuwe adviezen uitgebracht voor de herziening van ‘oude’ grenswaarden voor de beroepsmatige blootstelling aan stoffen. Voor zes stoffen adviseert de GR lagere gezondheidskundige waarden dan de nu geldende MAC-waarden. Dit geldt voor de stoffen: cyanide en calciumcyanide, 3-nitrotolueen, prop-2-yn-1-ol, pyrethrum (pyrethrinen), resorcinol en sulfuryldifluoride.

 

In totaal evalueert een speciale commissie van de GR ruim 160 stoffen. Sinds december 2000 is over 132 van deze stoffen advies uitgebracht.

 

Hoe kan ik het verzuim in mijn bedrijf effectief terugdringen? En: hoe zorg ik ervoor dat de arbodienst levert wat ik wil hebben? De Brancheorganisatie Arbodiensten ontwikkelde voor werkgevers en ondernemingsraden een leidraad om te komen tot duidelijke afspraken met een arbodienst over dienstverlening op maat.

 

De leidraad ‘Sturen op resultaat, in vier stappen naar heldere afspraken met uw arbodienstverlener’ biedt werkgevers en werknemers houvast bij het inhuren van externe expertise op het gebied van gezondheidsbeleid, preventie en verzuimaanpak. De leidraad behandelt de mogelijkheden en voor- en nadelen van nieuwe contractvormen, zoals prestatie- en resultaatcontracten. Het biedt geen modelcontract. Het is juist van belang dat werkgever, werknemer en arbodienst per situatie het meest geeigende contract sluiten, aldus de BOA. De leidraad moet daarbij helpen.

 

De leidraad is te downloaden vanaf de BOA-website www.boaplein.nl of te bestellen via (070) 349 97 28.

 

Scholen doen nog te weinig om agressie en geweld tegen docenten en concierges tegen te gaan. Een op de vier medewerkers in het voortgezet onderwijs heeft te maken met agressie en geweld. Ook een deel van de basisscholen neemt te weinig maatregelen. Dat stelt de Arbeidsinspectie na een onderzoek onder 402 basisscholen en 591 middelbare scholen. De Arbeidsinspectie controleerde de onderwijsinstellingen in het schooljaar 2003/2004 op naleving van de Arbowet bij de onderwerpen werkdruk en agressie en geweld. Dat zijn in het onderwijs belangrijke oorzaken van ziekteverzuim en arbeidsongeschiktheid.

 

Een op de vier werknemers in het voortgezet onderwijs wordt wel eens geconfronteerd met agressie en geweld. Bij een op zes medewerkers neemt dit ernstige vormen aan. Het gaat niet alleen om ernstige incidenten, maar ook om allerlei andere vormen van agressie en geweld waar medewerkers regelmatig aan blootstaan. Concierges hebben doorgaans meer te verduren dan leerkrachten.

 

De meeste scholen in het voortgezet onderwijs voeren op een of andere manier beleid rond agressie en geweld. Maar dat is vaak onvolledig en daardoor mist het in veel gevallen zijn uitwerking, aldus de Arbeidsinspectie. Ruim een op de drie scholen besteedt te weinig aandacht aan agressie en geweld. De AI concludeert dat ‘het management van de scholen onvoldoende prioriteit geeft aan een structurele aanpak van agressie en geweld tegen werknemers’. Bij 27 procent van de geinspecteerde middelbare scholen is er te weinig aandacht voor de werkdruk van docenten.

 

De AI is iets positiever over de basisscholen. De meerderheid is volgens de AI ‘goed op weg’. Toch geeft 21 procent van de onderzochte basisscholen leerkrachten onvoldoende voorlichting en neemt te weinig maatregelen om de gevolgen na een incident te beperken. Wel hebben veel scholen schoolregels over omgangsvormen opgesteld. 34 procent van de basisscholen had te weinig aandacht voor de werkdruk van leerkrachten.

 

Er komt een nieuw certificatiesysteem voor arboverpleegkundigen. De Beroepsvereniging Arbeidsverpleegkunde werkt aan een eenduidige en objectieve methodiek voor het toetsen en vaststellen van de vakbekwaamheid van arboverpleegkundigen en hun werkzaamheden. De Stichting voor Certificatie van Vakbekwaamheid (SKO) ondersteunt de ontwikkeling van het nieuwe systeem.

 

Arbouw heeft een digitale Keuzewijzer Stofvrij Werken ontwikkeld. Via de website .stofvrijwerken.nl is binnenkort eenvoudig de juiste afzuiging bij handgereedschap vinden. De digitale keuzewijzer wil een oplossing bieden voor de blootstelling aan (kwarts)stof in de bouw.

 

Vies sanitair en vieze toiletten zijn de grootste ergernissen (75 procent) van werknemers. Dit blijkt uit onderzoek onder zeshonderd werknemers naar het belang van een schone werkplek. 67 procent vindt de werkplek over het algemeen schoon. De computer (45 procent) en vloeren (42 procent) worden als minst schoon ervaren.

 

Verzuim door stress kost bedrijven 1,5 miljard euro aan loondoorbetaling. Die berekening maken het vakblad voor personeelsmanagers PW en STECR op basis van een onderzoek onder 140 bedrijfsartsen. De kosten van eventuele vervanging en reintegratie zijn niet in dit bedrag meegenomen.

 

Staatssecretaris Van Hoof stelt tot 2007 21 miljoen euro subsidie beschikbaar voor projecten en experimenten die het ouderen makkelijker maken om ook op oudere leeftijd door te blijven werken.

 

Op de nieuwe website www.beroepsrisico.nl staat informatie over beroepsrisico’s en beroepsziekten van in totaal 125 sectoren en 500 beroepen. Het Verbond van Verzekeraars ontwikkelde de site samen met TNO Arbeid en het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten. Verzekeraars kunnen hierdoor een betere risicocalculatie voor beroepsrisico’s maken en werkgevers beter adviseren over preventie.

 

Het NIP, beroepsvereniging voor psychologen, wil meer psychologen inzetten bij de behandeling en reintegratie van werknemers en arbeidsgehandicapten. Het NIP haakt daarmee aan op het eerdere onderzoek van de Commissie Het Werkend Perspectief onder professionals. Veertig procent van de psychiaters en psychologen vindt dat bedrijfsartsen te weinig kennis hebben van de aanpak van verzuim wegens psychische klachten.

 

Het ministerie van SZW is een voorlichtingscampagne begonnen om het imago van de arboregels te verbeteren. De campagne wordt gevoerd met advertenties in dagbladen en op internetsites die veel worden bezocht door werkgevers van kleine bedrijven. De campagne is er ook op gericht om werkgevers te attenderen op de verbeterde informatievoorziening op www.arbo.nl. In het kader van de campagne heeft het ministerie ook een meldpunt geopend. Hierop kunnen werkgevers telefonisch en via internet doorgeven tegen welke problemen zij aanlopen bij het werken met arboregels. Het meldpunt arboregels is te vinden op internet (www.arbo.nl en www.szw.nl) en telefonisch bereikbaar op nummer: 0900 –799 33 75 (3 eurocent per minuut).

 

Reageer op dit artikel