artikel

ACTUEEL

Wetgeving

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is sinds deze maand van kracht. Het besluit legt veiligheidsnormen op aan overheden die besluiten nemen over bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein, zoals LPG-tankstations, spoorwegemplacementen en chemische fabrieken. Omdat deze bedrijven soms dichtbij huizen, ziekenhuizen en scholen gevestigd zijn, vormen ze volgens het ministerie van Volksgezondheid, Ruimtelijke Ordening en Milieu (Vrom) een risico voor de bevolking.

 

Met het besluit wil de overheid de risico’s beperken door gemeenten en provincies te verplichten rekening te houden met externe veiligheid als ze vergunningen willen verlenen en bestemmingsplannen maken.

 

In het besluit staan berekeningen voor een plaatsgebonden risico. Dit is de kans dat iemand die zich een jaar lang continu op een plek bevindt, overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Met die berekeningen in de hand moet de gemeente of provincie bepalen of een bedrijf een vergunning krijgt. Voor een aantal sectoren, zoals LPG-tankstations, ammoniakinstallaties en opslag van gevaarlijke stoffen, legde Vrom vaste veiligheidsafstanden vast. Deze afstand staat weer in een ministeri?le regeling die eveneens deze maand in werking trad. Ook voor het zogenaamde groepsrisico, de kans dat bij een ongeval tien, honderd of duizend doden vallen, geeft de Rijksoverheid aan wat nog acceptabel is. De gemeente en provincie mogen hiervan afwijken. Als zij een groter risico accepteren, moeten ze dit wel motiveren. De vergunningverlener moet bovendien vooraf overleg voeren met de gemeente waarin het bedrijf komt te staan en de brandweer.

 

Volgens Vrom zullen sommige bedrijven moeten verdwijnen. Zo dienen LPG-tankstations die binnen een straal van 25 meter vanaf het vulpunt of 15 meter vanaf de ondergrondse tank kwetsbare objecten hebben staan, ‘dringend te worden gesaneerd’. Voor bedrijven met propaantanks en bedrijven die vallen onder de richtlijn 15 van de Commissie voor preventie van rampen, onderzoekt Vrom nog hoeveel van deze bedrijven dienen te worden gesaneerd.

 

Voor de sanering trekt Vrom 150 miljoen euro uit in de periode 2002-2010. De gemeenten en provincies krijgen twintig miljoen euro van het Rijk voor het uitvoeren van het externe veiligheidsbeleid.

 

De Arbeidsinspectie (AI) voelt zich na onderzoek in de metaalsector waaruit blijkt dat bij 65 procent van in totaal 320 bezochte bedrijven overtredingen op het gebied van de arbeidsomstandigheden geconstateerd zijn, nog meer geroepen de sector streng te blijven volgen. Eerder dit jaar kondigde de inspectie al aan ‘de metaal’ streng te gaan controleren, nadat de werkgeversorganisatie FMECWM besloot de onderhandelingen over een arboconvenant op te zeggen.

 

Uit de onlangs uitgevoerde inspectie concludeert de AI dat bij ruim veertig procent de machines onveilig zijn. De inspectie legde 76 keer het werk stil omdat de machines ‘onaanvaardbare risico-’s veroorzaakten’.

 

De AI gaf daarnaast 341 keer een waarschuwing en deelde 55 boetes uit. De bezochte bedrijven gingen volgens de inspectie 468 keer in de fout. Van de 209 bedrijven die in overtreding waren, zijn er inmiddels 183 opnieuw bezocht. Bijna alle ondernemingen (180) bleken intussen orde op zaken te hebben gesteld.

 

Minister De Geus van SZW ziet niets in het deze zomer gelanceerde plan van FNV-bestuurder Ton Heerts om de arbeidsongeschiktheidsuitkering voor gedeeltelijk arbeidsongeschikten te privatiseren en slechts de uitkering voor volledig arbeidsongeschikten publiek te houden, zo zei hij in het Financieele Dagblad. SZW onderzocht al eerder de mogelijkheden om de gedeeltelijke WAO aan verzekeraars over te laten, maar concludeerde dat dit te kostbaar was. Bovendien stuitte dit plan op kritiek. De verzekeraars wilden wel, maar de invloed van de verzekeraars op de claimbeoordelingen en arbodienstverlening zou te groot worden.

 

In de arbodienstverlening gaat jaarlijks bijna een miljard euro om. Dat blijkt uit cijfers van het onderzoeksen adviesbureau MarketConcern. In 2003 groeide de omzet van de gezamenlijke arbodiensten met vijftig miljoen in vergelijking met 2002 tot 990 miljoen euro.

 

Gemiddeld geven bedrijven jaarlijks 140 euro per werknemer uit aan arbodienstverlening. Volgens de Arbodiensten en Reintegratiemarktmonitor 2003 van Heliview gaat 747 miljoen euro naar externe arbodiensten.

 

Nederland telt volgens de Branche Organisatie Arbodiensten (BOA) 91 externe en interne arbodiensten. De acht grote en middelgrote landelijke arbodiensten nemen 85 procent van de totale omzet voor hun rekening. De interne arbodiensten zagen hun deel van de omzet dalen. De kleine arbodiensten profiteerden hiervan. Dat komt vooral door outsourcing van enkele interne arbodiensten door grote bedrijven en door de komst van een aantal nieuwe spelers, aldus MarketConcern.

 

Terwijl deregulering het toverwoord lijkt, breekt Han Knegt van adviesbureau Aboma+ Keboma in Cobouw een lans voor gedetailleerdere regelgeving voor het werken op hoogte. Volgens hem gaat de Arbeidsinspectie ‘het moeilijk krijgen met de controle van ladderregels’. De inspectie kan met de deze zomer geformuleerde en zomer 2006 van kracht wordende ‘Europese richtlijn over werken op hoogte’ makkelijker dan nu een stabiele opstelling van de ladder afdwingen. ‘De eisen hiervoor zijn nu in het Arbobesluit opgenomen en daardoor rechtstreeks beboetbaar’, aldus Knegt. ‘Maar dat ligt anders bij de twee meest spraakmakende aspecten: de werkhoogte en de werkduur. Vriend en vijand zijn het er over eens dat een werkhoogte (handhoogte) van tien meter wel erg hoog is, maar de huidige beleidsregel 3.16 (van de Arbeidsinspectie) staat dit wel toe. En de overheid is vooralsnog niet van plan deze regel in te trekken of aan te passen.’

 

Voor de maximale werkduur geeft het nieuwe besluit geen grenzen aan, aldus Knegt. En al zou dit wel zo zijn, de controle is moeilijk. De arbeidsinspecteur kan moeilijk met een stoel bij het werk gaan zitten. Knegt: ‘Het lijkt er op, dat de overheid met dit onderwerp een flinke steen in de vijver heeft gegooid, maar het is de vraag of hij golfjes veroorzaakt.’

 

Volgens Knegt zal de komende jaren duidelijk worden hoe werkgevers en overheid omgaan met de invulling van deze globaal geformuleerde wetgeving. Dat is interessant, want het gaat niet over zomaar een onderwerp. De aanpak van valgevaar staat nationaal en internationaal hoog op elke prioriteitenlijst, aldus de adviseur.

 

Vakcentrale FNV vindt het onverantwoord dat gefilterde lucht in ruimten waar met kankerverwekkende stoffen wordt gewerkt, straks wordt gerecycled door die lucht weer de werkruimte in te blazen. De bond heeft staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken en Werkgelegenheid om opheldering gevraagd na publicatie van een wijziging in de Arbeidsomstandighedenregeling.

 

Het recyclen van lucht die kankerverwekkende of andere gevaarlijke stoffen bevat, is nu nog verboden, maar onder een aantal voorwaarden straks toegestaan. Zo mag de lucht alleen ruimten in worden geblazen waar de desbetreffende stof al voorkomt en voordat dit gebeurt, moet de lucht worden gefilterd. De opnieuw in circulatie gebrachte lucht mag maximaal een tiende deel van de maximaal aanvaarde concentratie (MAC) van die stof bevatten. Volgens de FNV zijn voor veel chemische stoffen geen MAC-waarden bepaald en kunnen luchtfilters stukgaan waardoor toch de vervuilde lucht binnenkomt. Bovendien vindt de FNV dat de wijziging van de regeling eerder aan de Commissie Arbeidsomstandigheden van de SER had moeten worden voorgelegd dan de conceptfase waarin het nu gebeurde.

 

In een vorige maand uitgebracht advies over werk en religie stelt de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) dat een werkgever een sollicitant niet mag weigeren omdat deze een hoofddoek draagt. Ook mag de werkgever tijdens de sollicitatie niet vragen naar de religie van de sollicitant. Deze onderwerpen mogen wel ter tafel komen als ze voor de uit te oefenen functie erg belangrijk zijn. De CGB bracht het advies uit aan het Meldpunt Discriminatie Amsterdam dat veel vragen binnenkreeg over bidden op het werk, het dragen van een hoofddoek en het eisen van een vrije dag voor een religieuze feestdag. Een algeheel verbod om te bidden op het werk is niet toegestaan, al mag de werkgever wel voorwaarden stellen. De werkgever hoeft geen gebedsruimte te maken. Het weigeren van een vrije dag voor een religieuze feestdag mag slechts als het tot aantoonbaar ernstige problemen op het werk leidt.

 

Ontslag vanwege het dragen van een hoofddoek of bidden op het werk is dan ook uit den boze, zo stelt de commissie.

 

Volgens CNV Publieke Zaak krijgen steeds meer burgemeesters en wethouders te maken met agressie. Een op de drie gemeentebesturen krijgt te maken met agressie. Dat concludeert CNV na eigen onderzoek.

 

De helft van de burgemeesters zegt met agressie te maken te krijgen. Bijna de helft (46 procent) van de wethouders geeft aan agressie te ondervinden. Mondelinge agressie komt het meest voor, maar ook fysieke en schriftelijke agressie komen voor, en zelfs doodsbedreigingen.

 

Een van de drie gemeenten formuleert na een agressiedelict specifiek beleid.

 

CNV hield het onderzoek nadat een wethouder aftrad vanwege bedreigingen aan zijn adres. De bond stuurde alle gemeentebesturen een vragenlijst met vragen over agressie en geweld. Tien procent van hen (180 besturen) reageerde. CNV Publieke Zaak wil de uitkomsten van het onderzoek snel aan de orde stellen in het overleg met het ministerie van Binnenlandse Zaken.

 

Uit ‘Trends in Arbeid’, dat TNO Arbeid deze zomer publiceerde, blijkt dat werkenden de laatste tien jaar aanzienlijk meer beslissingsruimte in het werk kregen. Dat is volgens het Hoofddorpse kennis- en adviescentrum gunstig omdat uit eerder onderzoek bleek dat het werk daardoor wordt ervaren als prettiger.

 

‘Trends in Arbeid’ laat zien dat de grotere beslissingsruimte vooral komt omdat de werkgelegenheid zich verplaatst naar sectoren waar van oudsher meer ruimte is voor eigen verantwoordelijkheid en initiatief. De werkgelegenheid in de industrie nam af in vergelijking

 

Wanneer werkgevers een deel van de kosten van WAO-uitkeringen gaan betalen, leidt dit tot een substantiele verlaging van de instroom in de WAO. Veel werkgevers hebben zich laten verrassen door premieverhogingen die het gevolg zijn van instroom in de WAO. Daardoor gingen ze meer aan preventie doen, met als gevolg een verlaging van de WAO-instroom met circa vijftien procent na een jaar. Dit concludeert Pierre Koning van het Centraal Planbureau (CPB) in ‘Estimating the impact of experience rating on the inflow into disability insurance in the Netherlands’.

 

Ex-Groenlinks voorman Paul Rosenmoller is lid van de Raad van Advies van het UWV geworden. De benoeming is voor de periode 1 augustus 2004 tot 1 januari 2005.

 

Ten minste een op de zes door de Arbeidsinspectie bezochte industriele bedrijven heeft onvoldoende maatregelen genomen om risicovol tillen te voorkomen of te beperken. Vooral de voedings- en genotmiddelenindustrie doet het slecht.

 

De inspectie gaf aan de 868 bezochte industriele bedrijven 204 waarschuwingen, deelde 22 boetes uit en legde het werk negen keer stil.

 

De uitzendsector betaalt voortaan nog maar 75 procent van de loondoorbetaling bij ziekte. De rest wordt opgebracht door alle werkgevers via het Algemeen Werkloosheidsfonds. Dit omdat de sector niet dezelfde invloed kan uitoefenen op arbeidsomstandigheden als reguliere werkgevers. Minister De Geus van SZW nam met het indienen van een wetsvoorstel van deze strekking een advies van de SER over.

 

met de zakelijke dienstverlening. Ook een nieuwe werkvorm als telewerken nam de afgelopen tien jaar sterk toe. En werkvorm die meer ruimte laat voor eigen beslissingen. De gezondheidszorg, welzijnssector, horeca en onderwijs zijn dissonant. Zij kampen met hogere taakeisen en juist minder beslissingsruimte en evenwichtiger werktempo. Dit komt volgens Trend in Arbeid mede omdat deze sectoren gebonden zijn aan vaste werktijden en een vaste locatie. Uit het rapport van TNO blijkt tevens dat overwerk toeneemt en de contractuele arbeidstijd afneemt. Dit verklaren de opstellers door de toenemende deelname van vrouwen aan de arbeidsmarkt. Veel van hen werken parttime waardoor de werkweek gemiddeld korter wordt. ‘Trends in Arbeid’ gaat ook in op beroepsziekten, de lange werktijden in Nederland, de arbeidsmarkt voor oudere werknemers en de arbeidsdeelname van vrouwen vergeleken met andere Europese landen.

 

De verplichte aansluiting van bedrijven bij een arbodienst komt te vervallen, WAO’ers worden opnieuw gekeurd en de Arbowet moet eenvoudiger. Voer genoeg dus voor het landelijk arbocongres dat 7 oktober wordt gehouden in het Beatrixgebouw in Utrecht. Het congres is bedoeld voor arboprofessionals als arbocoordinatoren en bedrijfsartsen, maar ook voor verzekeraars, ondernemingsraadleden en re?ntegratiebedrijven.

 

Na een plenaire sessie in de ochtend gaan de congresgangers ’s middags ieder hun eigen weg door te kiezen uit een divers aanbod. Ze kunnen kiezen uit versoepeling arbeidstijdenwet, samenwerking bedrijfsarts, huisarts, de veranderende rol van de arbozorgcoordinator en het rookbeleid in de praktijk.

 

Ernstige vermoeidheid is een belangrijke oorzaak van aanvaringen en strandingen in de koopvaardij. Een op de tien keer heeft het ongeval te maken met vermoeidheid, blijkt uit onderzoek van de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IWV). IWV analyseerde 141 scheepsongevallen die onderzocht zijn door de Raad voor de Scheepvaart in de periode 1997-2001. Daaruit blijkt het directe causale verband tussen de scheepsongevallen en ernstige vermoeidheid op de brug van schepen tijdens de vaart. Het betrof koopvaardijschepen die een zogenaamd 2-wachtenstelsel (twee bemanningsleden: zes uur op en zes uur af) in plaats van een 3-wachtenstelsel hadden en vissersschepen die op thuisreis waren na de visweek. De meeste ongevallen vonden plaats in de nachtelijke uren als er een persoon wacht had.

 

De IWV denkt dat het percentage hoger ligt. Volgens de inspectie willen weinig bemanningsleden toegeven dat ze tijdens hun wacht in slaap zijn gevallen, of zo vermoeid waren dat ze hun taken niet meer naar behoren konden uitvoeren.

 

Tal van autoriteiten op het gebied van RSI gaan op 6 oktober in De Reehorst in Ede in op de laatste stand van zaken op onderzoeksgebied, de verhouding behandelaars en wetenschap en effectief arbobeleid. Aanmelding kan tot 29 september. Meer info: p.vankempen@erasmusmc.nl, 010-4632000, voor vragen over aanmelding 0346-577322.

 

Ondanks tv-spotjes van de overheid en een nationale en Europese focus op valgevaar blijken bouwplaatsen nog steeds erg gevaarlijk. Uit onderzoek van de Arbeidsinspectie onder 347 bouwplaatsen blijkt dat tweederde van de bezochte bedrijven de Arbowet overtrad. Bijna zeventig procent van de overtredingen had te maken met valgevaar. In 162 gevallen was de situatie zo gevaarlijk dat de inspectie het werk stillegde. De Arbeidsinspectie deelde 85 boetes uit en gaf 46 waarschuwingen. In totaal constateerde de inspectie bij de circa 230 bedrijven die de wet overtraden, 293 overtredingen.

 

De controles van de Arbeidsinspectie zijn onderdeel van een groot Europees project. Volgens SZW vallen jaarlijks dertienhonderd slachtoffers onder bouwvakkers door een val op het werk. In Nederland zijn dat er volgens het ministerie jaarlijks twintig. In alle vijftien lidstaten van de EU plus Noorwegen en IJsland hebben de nationale arbeidsinspecties in juni controles uitgevoerd. Er werd vooral gelet op beveiliging tegen vallen van bijvoorbeeld ladders, daken en steigers.

 

De resultaten van andere Europese landen zijn nog niet bekend. Vorig jaar werden 32.000 bouwplaatsen bezocht en ruim 82.000 overtredingen geconstateerd. In 3.155 gevallen moest het werk worden stilgelegd. Verder werden meer dan 23.000 boetes uitgedeeld en werd in 1.000 gevallen proces-verbaal opgemaakt. In de overige gevallen ging het om schriftelijke of mondelinge waarschuwingen (55.000 maal).

 

Geld uit het Europees Sociaal Fonds (ESF) mag ook worden gebruikt voor projecten om arbeidsomstandigheden te verbeteren of de WAO-instroom terug te dringen. SZW had hiervoor toestemming gevraagd van de Europese Commissie en kreeg die toestemming vorige maand.

 

Op 1 januari gaat de verplichte aansluiting bij een integraal gecertificeerde arbodienst op de helling. Elsevier houdt op 30 september een congres voor professionals in de preventie, verzuimbegeleiding en reintegratie. Plaats: Novotel Rotterdam. Meer informatie: 070-4415795 of www.elseviercongressen.nl.

 

Het pilotproject ‘Inzet en gebruik van hulpmiddelen ter vermindering van fysieke belasting in de bouwnijverheid’ is afgerond. Met succes, aldus de initiatiefnemers die werken vanuit het arboconvenant Bouw met de projectnaam Werkgoed. De vermindering van fysieke belasting staat op de agenda, al dient de kennisoverdracht wel te worden verbeterd en moet er nog een vervolgonderzoek komen naar kosten en baten van hulpmiddelen.

 

Nederland scoorde in 2003 qua veiligheid op bouwplaatsen gemiddeld ten opzichte van andere Europese landen. Hoe noordelijker de lidstaat, hoe beter het met de arbeidsomstandigheden gesteld was. Koploper was Itali?. Daar werden vorig jaar 9721 bouwplaatsen bezocht. De Italiaanse inspectie deelde maar liefst 18.647 boetes uit. In 322 gevallen volgde er zelfs een rechtszaak. Volgende maand herhalen de inspecties de controles.

 

Werkgoed, de digitale vraagbaak voor veilig en gezond werken in de bouw is uitgebreid, aldus de webredacteuren van de in het kader van het arboconvenant in de bouw gelanceerde site. Nieuw zijn ‘factsheets’, persberichten, ‘quick links’ en informatie onder de knoppen met de vier hoofdonderwerpen. Verder vinden we er als vanouds veel informatie over waar het allemaal om gaat bij het arboconvenant: fysieke belasting, kwartsstof, OPS en werkdruk.

 

Het Nederlands Instituut voor Bedrijfshulpverlening (NIBHV) reikte woensdag 1 september de eerste Keurmerkcertificaten uit aan opleidingsinstituten bedrijfshulp-verlening. Alleen BHV-opleidingsinstituten die voldoen aan de in het Keurmerkreglement gestelde kwaliteitseisen, krijgen het keurmerk. Daardoor is volgens het instituut de kwaliteit van de opleidingen gegarandeerd. Bedrijfshulpverleners zijn sinds een tiental jaren verplicht binnen grote bedrijven. Ze verrichten veiligheidstaken, waaronder communicatie (in- en extern), het bestrijden van een (beginnende) brand, ontruiming en eerste hulp. Volgens het NIBHV heeft een groot aantal instituten zich aangemeld voor het Keurmerk. Het NIBHV zegt toe regelmatig te controleren of de deelnemer voldoet aan de gestelde eisen die zijn opgenomen in de erkenningsregeling.

 

Het aantal bedrijven met een alcoholbeleid neemt toe. Inmiddels voert een derde van de werkgevers een alcoholbeleid. In 2002 was dit nog maar 22 procent.

 

Toch schenken werkgevers na werktijd nog te vaak een borrel, vindt het Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie (NIGZ). In opdracht van het NIGZ deed TNS Nipo onderzoek onder 1102 werkgevers en 837 werknemers naar alcoholbeleid binnen bedrijven.

 

Horecabedrijven lopen voorop met alcoholbeleid (61 procent), gevolgd door de gezondheidszorg (44 procent) en de bouw (42 procent). Vlak voor en tijdens het werk wordt weinig gedronken. Maar gemiddeld 24 procent van de werkgevers schenkt na werktijd geregeld alcoholhoudende drank. Bij middelgrote werkgevers is dit percentage zelfs 41. Vooral in de bouw, horeca en overheid wordt er na werktijd geborreld. Volgens het NIGZ spelen leidinggevenden een cruciale rol in het initi?ren van alcoholbeleid en het bespreekbaar maken van alcoholgerelateerde problemen. Het NIGZ houdt hierover op 3 november in Utrecht voor leidinggevenden een werkconferentie.

 

Uit controle van de Arbeidsinspectie blijkt dat tweederde van de bezochte bedrijven zich houdt aan de regels voor vakantiewerk. Van de 480 bezochte bedrijven hield 72 procent zich keurig aan de regels. Bij de overige 28 procent werden in totaal 187 overtredingen geconstateerd. Bijna eenderde van de overtredingen betrof werk dat niet door 13-, 14- of 15 -jarigen gedaan mocht worden. Veertig overtredingen hadden te maken met het ontbreken van een risico-inventarisatie en evaluatie en in 26 gevallen werkten jongeren op zaterdag en zondag, hetgeen niet mag. Zestien keer ontbrak een goede registratie van de werktijden.

 

Dit jaar kwamen volgens de inspectie twee jonge vakantiewerkers om bij een ongeval op het werk.

 

Het hogere ziekteverzuim van vrouwen heeft niets te maken met ongunstige werkomstandigheden maar met de persoonlijke gezondheid en een belastende thuissituatie. Dit beweert TNO Arbeid na analyse van een databestand van het CBS van bijna achttienduizend werkenden.

 

Vrouwen verzuimden in de periode 1997-2000 gemiddeld 12,6 werkdagen en mannen 10 dagen per jaar. Het verschil komt volgens TNO Arbeid onder meer door de persoonlijke gezondheid. Ook is de thuissituatie voor vrouwen belastender. Ze werken beduidend meer dan mannen in de huishouding. Daar staat tegenover dat de werksituatie van vrouwen juist gunstiger is dan die van mannen. Vrouwen werken korter dan mannen en hun werk is lichamelijk minder belastend.

 

TNO Arbeid pleit voor een verschillende aanpak van verzuim en breekt nog maar een keer een lans voor het bevorderen van een goede afstemming tussen werk en priveleven, zoals het aanbieden van soepele verlofregelingen, flexibele aanvangs- en eindewerktijden, en goede kinderopvang.

 

Goed nieuws voor liefhebbers van jubileumcongressen en -festiviteiten. Het bericht in de vorige ARBO dat de beroepsvereniging voor A&O’ers en de Branche Organisatie van Arbodiensten (BOA) samen een feestelijke dag organiseren is onjuist. Ze houden allebei hun eigen feestje. De beroepsvereniging voor A&O’ers maakt 11 november de balans op van haar eerste decennium, het BOA/STECR-lustrumcongres

 

vindt een dag later plaats. Dat betekent dus niet een, maar twee interessante bijeenkomsten die maand. Neem voor meer informatie over de conferentie van de A&O’ers contact op met Margot Smits, 020-462 78 80; bel met uitgeverij Kerckebosch, 030-698 42 22 voor de achtergronden van het BOA-congres. Overigens vermeldden wij eerder dat de Europarlementarier Frans Leijnse op het BOA/STECR-congres zou spreken. Leijnse is echter geen Europarlementarier, wel onder meer scheidend voorzitter van de HBO Raad, ex-lid van de Tweede Kamer en oudkabinetsinformateur.

 

De Backshop organiseert 26 oktober in Soestduinen een middag over RSI en ‘biofeedback’. Daarop zullen diverse sprekers betogen dat klachten als RSI, chronische vermoeidheid en burnout voor een belangrijk deel voortvloeien uit het zogenaamde ‘stress en onbeweeglijkheids-syndroom’.

 

Omdat de mens de kunst van het ontspannen en tijdig herstellen verleerd is, is hij niet meer goed tegen de werk- en privedruk opgewassen. Remedie voor de bovengenoemde kwalen schuilt volgens de sprekers dan ook in het weer een beweeglijke en ontspannen manier leren leven en werken.

 

Dit is het punt waarop ‘biofeedback’ om de hoek komt kijken: het is een methode die mensen helpt om zich van onnodige spanningen bewust te worden.

 

Op het seminar spreken onder andere Erik Peper en Albert Weijman, auteurs van een boek over het onbeweeglijkheidssyndroom. Daarnaast doen Bob Couwenberg van ABN-AMRO Arbo Services en Maleene Ridder hun verhaal over de integrale aanpak van RSI en de inzet van ergo-coaches.

 

ARBO-lezers krijgen korting op de deelnameprijs.

 

Reageer op dit artikel