artikel

Actueel

Wetgeving

FNV Bondgenoten dreigt uit de Sociaal Economische Raad (SER) te stappen. De kaderleden van de vakbond vinden dat het kabinet te vaak naar eigen goeddunken omgaat met SER-adviezen. Het polderoverleg in Nederland hangt volgens de bond voor een belangrijk deel af van de voorstellen voor een nieuwe Arbowet en het Arbobesluit. Een motie om de bondszetel in de SER per direct op te geven, haalde het begin februari net niet op de vergadering van de bondsraad. Maar een iets afgezwakte motie om de deelname aan de SER kritisch tegen het licht te houden werd door de kaderleden wel aangenomen.

 

Volgens Jan Warning, beleidsadviseur arbeidsomstandigheden bij FNV Bondgenoten, heeft de manier waarop het kabinet met SER-adviezen omgaat, wrevel gewekt bij de kaderleden. Warning: ‘Zij zien al jaren dat op tal van dossiers adviezen zogenaamd worden opgevolgd. Maar altijd met enkele kleine aanpassingen die precies passen in het straatje van het kabinet. Onze kaderleden voelen zich daardoor misbruikt. Zij sluiten compromissen met werkgevers en krijgen vervolgens op hun lazer, omdat er toch veranderingen in fietsen. Dat gaat er bij onze kaderleden niet in.’

 

Het steekt de bond vooral dat staatssecretaris Van Hoof zegt dat hij adviezen volgt en vervolgens dingen doet die in flagrante tegenspraak zijn met unanieme SER-adviezen. Warning noemt bij arbowetgeving als voorbeeld het onderscheid in hoge en lage arbeidsrisico’s en de tilnorm als middelvoorschrift. Warning: ‘Dat is een ridiculisering van begrippen. Waar ben je dan mee bezig als je een instituut als de SER nog serieus wilt nemen? Dat komt ook aan bij onze kaderleden. Die vragen zich af wat ze nog moeten met al het gepolder. Het is elkaar zand in de ogen strooien en toch doen wat je zelf wilt. En het kwalijke is dat het niet gezegd wordt.’

 

Warning verwacht dat de Arbowet en het Arbobesluit rond juni samen naar de Tweede Kamer gaan. De voorstellen zijn voor de bondsraad een belangrijk ijkpunt voor de SER-deelname, stelt hij. ‘Het ziet er naar uit dat het SER-advies daarin niet gevolgd wordt. Dat kan ook voor de overheid hele vervelende consequenties hebben. De lopende dossiers zijn ijkpunten voor de bondsraad en worden belangrijk voor het polderoverleg in Nederland’, aldus Warning.

 

De Beroepsorganisatie Arboverpleegkunde (BAV) viert 16 maart het zestigjarig bestaan van de vereniging met een feestelijk congres in Hotel Mitland in Utrecht. Na het welkomstwoord van Marja Bakker volgen bijdragen van staatssecretaris Van Hoof van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Ton Schoenmaeckers, directeur Brancheorganisatie Arbodiensten en Julie Staun, president Federation of Occupational Health Nurses Within The European Union. Prof. dr. F.J.N.Nijhuis van de Universiteit Maastricht geeft een lezing onder de titel ‘Verbandmeester, bedrijfsverpleegkunde, arboverpleegkunde’ en C. Berk van de Hogeschool Arnhem Nijmegen geeft antwoord op de vraag ‘de Arboverpleegkundige, een professie met toekomst?’ Onder leiding van dagvoorzitter Harriet Vinke, directeur Stecr, vindt een debat plaats. Na diverse workshops en een fototentoonstelling wordt de dag afgerond met een receptie en een borrel.

 

Vrachtwagen- en buschauffeurs moeten dagelijks verplicht elf uur rusten. De rusttijd mag in twee delen worden opgenomen. Het Europese parlement gaat akkoord met deze aanpassing in de Europese Verordening 3820/85 over rijtijden, onderbrekingen en rusttijden.

 

In het akkoord tussen de Raad van de Europese Gemeenschappen en het Europese parlement is verder afgesproken dat alle nieuwe vrachtwagens en personenbussen (touringcars) worden uitgerust met digitale tachografen. Die zijn minder fraudegevoelig dan analoge tachografen. Ook komen er meer controles.

 

De Europese verordening geeft regels over rijtijden, onderbrekingen en rusttijden. De tijd dat een chauffeur niet achter het stuur zit, wordt in de verordening beschouwd als rusttijd. De rusttijd telt volgens de Europese Arbeidstijdenrichtlijn wel als werktijd.

 

De sociale partners in het beroepsgoederenvervoer vinden voor de komende vijf jaar een gemiddelde werkweek van maximaal 55 uur acceptabel. De Nederlandse sector is, net zoals het wegvervoer in andere Europese landen, nog niet klaar voor de invoering van de 48-urige werkwerk. De Europese Commissie stelt in de Arbeidstijdenrichtlijn 2002/15/EC de maximale gemiddelde werkweek voor chauffeurs op 48 uur. De richtlijn moet de veiligheid en gezondheid bevorderen en oneigenlijke concurrentie verhinderen. De richtlijn had in maart 2005 door alle lidstaten ingevoerd moeten zijn, maar dat is niet gelukt. Binnen het Europese parlement en de Europese lidstaten is er nog veel discussie over de regels rond nachtarbeid en zogeheten ‘eigen rijders’ (zelfstandigen).De sociale partners in Nederland willen eerst onderzoek doen naar de effecten van de Europese regels voor de sector. Via de cao kunnen individuele werknemers nu al wel de mogelijkheid krijgen om gemiddeld maximaal 48 uur te werken.

 

TNO gaat voor de Europese Commissie in een Europees project de gevolgen van de nieuwe arbeidstijdenrichtlijn wegvervoer onderzoeken. Het onderzoek moet de stand van zaken rond de invoering van de richtlijn in de 25 lidstaten beschrijven. Daarnaast moet TNO de gevolgen voor onder andere veiligheid en concurrentieposities aangeven als de ‘eigen rijders’ uitgesloten worden. Ook moet zij laten weten hoe deze chauffeurs vanaf 2009 wel onder de richtlijn kunnen vallen. Anneke Goudszwaard, adviseur bij TNO Arbeid: ‘Zelfstandigen zijn aan geen enkele richtlijn gebonden. Daardoor werken bedrijven nu soms met chauffeurs die zich als ‘eigen rijders’ verhuren. In 2009 moet de richtlijn ook voor hen gaan gelden. Dat is een unicum. Wij gaan onderzoeken of dat kan en wat het precies betekent. Het onderzoek gaat vooral over de concurrentie binnen en tussen landen.’ Ook gaat TNO de gevolgen van de regels rond nachtarbeid in kaart brengen.

 

Jaarlijks sterven ongeveer 1850 mensen vroegtijdig door het werken met gevaarlijke stoffen. Dat blijkt uit onderzoek door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

 

In het onderzoek ‘Gezondheidseffecten en ziektelast door blootstelling aan stoffen op de werkplek – een verkennend onderzoek’ bekeek het RIVM bij tien ziekten de invloed van gevaarlijke stoffen op de werkplek. In een op de drie bedrijven wordt veel en vaak met gevaarlijke stoffen gewerkt.

 

Het RIVM schat dat er jaarlijks bijna 47.000 gezonde levensjaren verloren gaan door het werken met gevaarlijke stoffen. Astma en andere chronische aandoeningen aan de luchtwegen, asbestziekten en longkanker maken de meeste slachtoffers. Mesothelioom, asbestgerelateerde longkanker en asbestose, de schildersziekte OPS en inhalatiekoorts worden voor 100 procent door stoffenblootstelling op het werk veroorzaakt, aldus het onderzoek.

 

Het RIVM-onderzoek maakt volgens staatssecretaris Van Hoof duidelijk dat werkgevers en werknemers ‘hun verantwoordelijkheid moeten nemen en snel aan de slag moeten om de risico’s van het werken met gevaarlijke stoffen beter in kaart te brengen en te verminderen’.

 

De Nederlandse samenleving is volgens TNO Kwaliteit van Leven jaarlijks zes miljard euro kwijt door RSI en stress. Dat berekende het onderzoeksbureau in een rapport dat door staatssecretaris Van Hoof van Sociale Zaken en Werkgelegenheid naar de Tweede Kamer is gestuurd.

 

Elk jaar wordt 2 tot 4 procent van de werknemers ziek door stress op het werk. Jaarlijks krijgt 15 procent van de werknemers klachten aan nek, arm of schouder die tot beperkingen leiden. Vertaald in absolute getallen melden zich jaarlijks 150.000 tot 300.000 werknemers ziek vanwege stress. 340.000 tot 675.000 werknemers bezoeken jaarlijks de dokter met werkgerelateerde klachten aan arm, nek of schouder.

 

TNO komt tot deze bevindingen in een onderzoek naar gezondheidsschade en kosten die het gevolg zijn van psychosociale arbeidsbelasting en lichamelijke klachten aan arm, nek en schouder.

 

TNO schat dat een op de zeven WAO’ers door stress op het werk arbeidsongeschikt is geworden. Jaarlijks kost dit 1,7 miljard euro aan uitkeringen. De totale kosten van stress voor ondernemers en overheid schat TNO op vier miljard euro.

 

RSI kost de samenleving 1,8 miljard euro per jaar. Verzuim kost bijna een miljard euro per jaar en verminderde arbeidsproductiviteit door RSI ruim 800 miljoen euro per jaar. Waar veel kosten zijn, valt ook veel te besparen. Het bestrijden van stress is het meest rendabel in de top 5 van de grootleveranciers industrie, gezondheidszorg, handel, overheid, vervoer en communicatie. RSI komt het meest voor in gezondheidszorg, industrie, onderwijs, bouw en handel.

 

Het vaststellen van wettelijke grenswaarden voor stoffen met grote gezondheidsrisico’s moet door onafhankelijke deskundigen blijven gebeuren. Zij kunnen het best de hiervoor vereiste zorgvuldigheid waarborgen. Dat schrijft de Gezondheidsraad in een brief aan staatssecretaris Van Hoof. De Raad is bezorgd over het door de staatssecretaris voorgestelde nieuwe grenswaardenstelsel voor gevaarlijke stoffen. Het stelsel voorziet deels in wettelijke normen en private normen. Het bedrijfsleven krijgt in het nieuwe stelsel meer verantwoordelijkheid bij het opstellen van normen voor blootstelling van werknemers aan schadelijke stoffen. De grootste zorg gaat uit naar plannen voor de normering voor stoffen met grote gezondheidsrisico’s, zoals kankerverwekkende en immuunverstorende stoffen. De Raad vindt dat voor deze stoffen wettelijke normen moeten blijven gelden.

 

Werkdruk en RSI zijn niet verminderd, het verzuim en de WAO-instroom wel. En daarom sloot het arboconvenant Grafimedia verdeeld.

 

In 2001 spraken werkgeversvereniging KVGO, FNV Kiem, CNV Media en NDP Dagbladpers met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid af RSI en werkdruk en de blootstelling aan oplosmiddelen te verminderen en de reintegratie van zieke werknemers en de arbeidsomstandigheden te verbeteren.

 

Het ziekteverzuim zou moeten dalen van 5,3 procent in het peiljaar 2000 naar 4,7 procent in 2005. Dit percentage werd in 2004 al gehaald en als de voortekenen niet bedriegen komt het verzuimpercentage voor 2005 uit onder de 4,7 procent, verwachten de convenantspartijen. Ze geven wel eerlijk aan dat de omvang van het effect van de inspanningen die uit het convenant voortvloeiden, niet vast te stellen is. Ook veranderende wet- en regelgeving en de economische recessie kunnen een rol hebben gespeeld. Dat geldt ook voor de daling in de WAO-instroom. In 2000 werd een vermindering van 20 procent van de jaarlijkse WAO-instroom ten doel gesteld. Eind 2004 was de jaarlijkse WAO-instroom met 36 procent verminderd, bijna dubbel zoveel als de doelstelling.

 

Minder goed ging het met werkdruk en RSI waarbij weinig resultaat is geboekt. Dit terwijl het arboconvenant deze twee arbeidsrisico’s wel prioriteit gaf. De grafische sector bleek al eerder minder te scoren in ver gelijking met de industrie als geheel. Vooral de inspanningen van direct leidinggevenden, de mate van zelfstandig kunnen werken door de medewerkers en de leermogelijkheden waren ondermaats. Daarin is weinig verbetering opgetreden, zo concluderen de partners in het convenant. ‘De instrumenten die werden ontwikkeld om de werkdruk aan te pakken, zijn weinig ingezet door de bedrijven. Reden daarvan is dat de werkdruk als thema door werkgevers en werknemers niet wordt herkend, met als resultaat dat er weinig animo bestaat om de situatie rond werkdruk te meten.’

 

Jan Warning, hoofd arbobeleid van FNV Bondgenoten, is benoemd tot directeur van Bureau Beroepsziekten FNV. Hij volgde per 1 februari FNV-directeur Ineke de Jonge (tijdelijk directeur) en Jan de Jong (dagelijkse leiding) op. Volgens Warning heeft Bureau Beroepsziekten op korte termijn een belangrijke taak bij de Wet inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). ‘We gaan in kaart brengen hoe we de inkomenspositie van mensen die door een beroepsziekte in de WIA terechtkomen kunnen compenseren via eventueel verhaalbare claims bij werkgevers. Op de lange termijn willen we beroepsziekten uit de wereld helpen en onszelf overbodig maken.’ Warning gaat zijn nieuwe functie combineren met zijn huidige werk als hoofd arbobeleid van FNV Bondgenoten.

 

Een scheurmachine van Jacobs Constructie & Apparaten bouw heeft de Arboinnovatieprijs 2005 in de agrarische sector gewonnen. De scheurmachine neemt werknemers het handmatig snijden van wortelkluiten van planten en bomen uit handen. Dit scheelt volgens de jury veel zwaar werk. De machine is bovendien makkelijk inzetbaar op bedrijven in de planten- en boomkwekerijsectoren. De Arbo-innovatieprijs 2005 is een initiatief van het arboconvenant in de agrarische sector: Agro & arbo werkt beter.

 

De biologische klok vormt het onderzoeksobject van wetenschappers uity elf Europese landen. Het samenwerkingsproject EUCLOCK wil het mechanisme van het gelijkzetten van de biologische klok (circadiane klok) ontrafelen. De resultaten kunnen belangrijk zijn voor de mens in de moderne 24-uurs economie. De Europese Gemeenschap subsidieert het project de komende vijf jaar met meer dan 16 miljoen euro. Nederlandse deelnemers zijn de Rijksuniversiteit Groningen, het Leids Universitair Medisch Centrum, het Erasmus Medisch Centrum en Personal Health Institute Int. VOF.

 

Veranderingen in de maatschappij en de arbeidsorganisatie brengen nieuwe risico’s mee en stellen nieuwe eisen aan onderzoek naar veiligheid en gezondheid op het werk. Dat stelt het Europees Agentschap voor de gezondheid en veiligheid op het werk in het rapport ‘Onderzoeksprioriteiten op het gebied van de veiligheid en gezondheid op het werk EU-25’. Het rapport waarschuwt voor de toekomst voor toenemende werkstress, psychologisch geweld (alle vormen van pesterijen of intimidatie), spier- en skeletaandoeningen en risico’s bij het werken met gevaarlijke stoffen.

 

Via www.arbo.nl kunnen branches sinds kort zelf een digitale Risico-Inventarisatie en Evaluatie downloaden. De zogenaamde digiRIE tool helpt de branches om op maat een vragenlijst toegespitst op hun branche in te vullen.

 

Het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen daalt dit jaar naar ruim 851.000 en komt daarmee onder het niveau van 1996. Deze verwachting spreekt het UWV uit in de Januarinota die het uitvoeringsorgaan begin dit jaar naar minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stuurde. UWV wijt deze daling aan de herbeoordelingen, de Wet verbetering poortwachter en de invoering van de WIA. UWV denkt eind dit jaar 14.700 IVA-uitkeringen voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten te verstrekken en 9.800 WGA-uitkeringen voor gedeeltelijk arbeidsgeschikten.

 

Feest- en circustenten moeten aan Europese veiligheidsnormen voldoen om te voorkomen dat ze instorten bij stevige wind of dat de tent in brand vliegt. Deze normen zijn vastgelegd in de Europese norm NEN-EN 13782. De norm besteedt onder meer aandacht aan de stabiliteit onder invloed van windbelasting en zwaartekracht, de verankering aan de bodem en aan het toe te passen tentmateriaal.

 

Openbaar Vervoerbedrijven krijgen de komende maanden Arbeidsinspectie op bezoek. De dienst controleert of de bedrijven genoeg doen om te voorkomen dat hun medewerkers slachtoffer worden van agressief gedrag van klanten. Nederland telt volgens de inspectie zestien OV-bedrijven. In 2004 heeft zestig procent van de personeelsleden met agressie te maken gehad. Daardoor verzuimt deze groep meer dan andere werknemers. De inspectie kijkt vooral of in vervoermiddelen camera’s hangen en alarmeringssystemen aanwezig zijn en of het personeel goed afgeschermd werkt. Ook gaat de Arbeidsinspectie na of er trainingen worden gegeven in het omgaan met agressie.

 

Dat een hoog lichtniveau (1000-1500 lux) een vereiste is voor een gezonde werkomgeving wordt al langer vermoed, maar ook wetenschappelijk zijn er nu aanwijzingen voor. Dat beweert Myriam Aries die promoveerde op ‘Human lighting demands, healthy lighting in office environment’.

 

Reageer op dit artikel