artikel

‘Alleingang’

Wetgeving

Het gebouw van Shell Health Services hangt vol met voorlichting. Zelfs de spiegel in het toilet spreekt je aan met ‘Wie is hier verantwoordelijk voor veiligheid?’ Meijer: ‘Door de leidingen lopen allerlei gevaarlijke stoffen, maar zolang ze goed ingepakt zijn, is er niets aan de hand. En waar we ze niet kunnen inpakken, moet de werknemer zijn bescherming dragen. Maar in principe moet je risico’s bij de bron aanpakken. Desondanks zitten wij ook wel eens met de handen in het haar. Tachtig procent van de ongevallen is te wijten aan gedrag, aan het bewust of onbewust de regels negeren.’

 

Analyse van ongevallen leert echter dat nooit een oorzaak aan te wijzen is voor een accident. Daarom bouwt Shell standaard drie barrieres in om risico’s goed te beheersen. Het slechten van de laatste barriere kan nooit de oorzaak zijn. ‘Het is fout om alleen naar gedrag te kijken. Ook de eerste twee barrieres spelen een rol. We hebben alle risico’s geclassificeerd in laag, midden en hoog. We onderzoeken ieder incident met een hoog risico.’ Volgens Meijer sluiten de ontwikkelingen op het gebied van de Arbowet, de Wet verbetering Poortwachter en het nieuwe denken over ziekteverzuim goed aan op het arbo- en veiligheidsbeleid van Shell. ‘Al sinds midden jaren tachtig hanteert het bedrijf een verzuimbeleid waarin het laat merken dat het van zijn werknemers houdt, en niet alleen als ze ziek zijn. Het klinkt misschien wat zweverig, maar er zit natuurlijk ook een economisch motief in. We houden altijd een vinger aan de pols. Werknemers vormen een van de meest waardevolle elementen in je organisatie.’

 

Eind dit jaar hoopt Shell een eigen bedrijfsgebonden arbocatalogus uit te rollen, gebaseerd op het eigen Veiligheid, Gezondheid, Welzijn en Milieu (VGWM)-zorgsysteem. Momenteel is het bedrijf er volop mee in de weer. Eerste stap was het inventariseren van de beheersmaatregelen op de locaties Assen, Leidschendam, Den Haag, Amsterdam, Rijswijk, Pernis en Moerdijk. Meijer: ‘De beste beheersmaatregelen uit ons VGWM-zorgsysteem plaatsen we in de arbocatalogus. Nieuwe beheersmaatregelen testen we uit. Het is de bedoeling dat we gezamenlijk beheersmaatregelen voor grote risico’s testen en daar lering uit trekken. Zo kan het voorkomen dat een locatie zich niet bewust was van een bepaald risico en het daarom ook niet beschreven heeft. Dat verandert nu.’

 

De arbocatalogus geldt straks voor het hele concern, zij het met de nodige nuance en differentiatie. Zo zijn de risico’s op het hoofdkantoor, pc-werk en stress, uiteraard niet te vergelijken met die van de aardgasinstallatie in Assen. Die op hun beurt weer anders zijn dan die van de raffinaderij in Pernis of de chemische fabriek in Moerdijk. Al zijn op de laatste locaties door de bank genomen werken op hoogte, geluid en blootstelling aan chemische stoffen de risico’s.

 

Meijer: ‘Maar het kan wel zo zijn dat bepaalde beheersmaatregelen voor risico’s ook voor andere locaties zinvol zijn. We houden een sterkte-zwakteanalyse en komen dan tot een boekwerk. Centraal staat de procesveiligheid die weer voortvloeit uit persoonlijke veiligheid natuurlijk. Voor het uitvoeren van de arbocatalogus hebben we de beschikking over veel hogere veiligheidskundigen. De arbocatalogus heeft twee doelstellingen. Intern beheersen we de arbeidsrisico’s. Extern is het een verantwoording naar de Centrale Ondernemingsraad en de overheid.’

 

De personeelsvertegenwoordiging is volgens Meijer nauw betrokken bij het proces. En niet als jaknikker. ‘Oh nee. Drie leden uit de Centrale Ondernemingsraad zitten in de voorbereidingsgroep. Die zijn constructief, maar ook zeer kritisch. Zo zien ze er op toe dat we geen regels toevoegen die niet efficient zijn, maar ze kijken ook of de goede werkomstandigheden van onze werknemers gegarandeerd blijven. Veel tijd zit in het overleggen. Ook met de locaties. Die hebben toch moeite om bestaande oplossingen los te laten en te vervangen door beheersmaatregelen die we beter vinden.’

 

Binnen de VNCI, en ook MKBNederland, bestaat er veel belangstelling voor de Shell bedrijfsarbocatalogus. Het bedrijf doet ook niet moeilijk over het beschikbaar stellen van het boekwerk aan collega-bedrijven, al kost de realisering van de catalogus volgens Meijer al gauw een tot twee fte’s, geen kattenpis voor een klein petrochemisch bedrijf. ‘Door die openheid krijg je erkenning voor waar je mee bezig bent. Bovendien kan een frisse blik uit de buitenwereld ook geen kwaad. Het voorkomt navelstaarderij.’

 

Met concurrenten als BP en Esso zijn de contacten goed. Al trekken de concerns niet samen op om een sectorarbocatalogus te maken. ‘Zo vreemd is dat niet’, reageert Meijer. ‘Wij hebben ons VGWM-systeem waarvan het Health Risk Assesment een onderdeel is. De catalogus is niets anders dan een verbeterde en op de locaties toegeschreven beschrijving van wat we al hebben. Ook Esso en BP hebben hun eigen systeem. Natuurlijk wil je als groot bedrijf laten zien wat je kunt, maar concurrentiegevoelige zaken spelen ook een rol. Voor het opstellen van de catalogus moeten we onder andere processen onderzoeken. Daarbij komt informatie boven water die we niet met de concurrentie willen uitwisselen. Dus over opzet en inhoud van de catalogus doen we niet geheimzinnig, maar over de bedrijfsprocessen wel.

 

De Arbeidsinspectie was welkom, maar wilde niet. ‘Helaas. ‘We horen het wel als jullie klaar zijn’, kregen we als reactie. Daar kan ik me wel iets bij voorstellen trouwens. Zo houd je een objectieve blik. De toetsing wordt overigens marginaal. Niet meer dan een dagdeel kijken ze naar onze catalogus. We onderhouden wel nauwe banden met Sociale Zaken en Werkgelegenheid, en ze hebben ons al laten weten dat we op de goede weg zijn.’

 

Reageer op dit artikel