artikel

‘Arbo wordt niet vrijgegeven ’

Wetgeving

Van Hoof bestrijdt te vuur en te zwaard de opvatting dat dit kabinet arbeidsomstandigheden niet belangrijk vindt en de wet daarom een veeg geeft. Het gesprek met ARBO kent diverse momenten waarin hij met dikke vette letters wenst aan te geven arbeidsomstandigheden erg belangrijk te vinden en niet zomaar tot deregulering over te gaan. ‘Arbeidsomstandigheden worden niet vrijgegeven. Laat ik dat misverstand voor eens en voor altijd uit de weg ruimen. We weten dat regels om de veiligheid en gezondheid van werknemers te garanderen niet uit de lucht vallen. De evaluatie van de Arbowet en adviesaanvraag aan de SER bevatten niet zomaar opmerkingen. Het zijn serieuze opmerkingen over maatregelen die ingrijpend genoeg zijn. Het gaat om de gezondheid en veiligheid van de werknemers. Daar is door ons heel goed over nagedacht.’

 

De staatssecretaris vindt dat zowel werkgevers als werknemers baat hebben bij gezonde werkomstandigheden. Daarom durft hij een deel van de regelgeving af te schaffen en bij de sociale partners neer te leggen. ‘Het is spannend, dat geef ik toe. Maar ik heb er alle vertrouwen in. En nee, ik heb geen noodscenario voor handen, mocht dit vertrouwen beschaamd worden. Dat zou betekenen dat ik er geen geloof in heb. En dat heb ik wel.’ Volgens de bewindsman kan de huidige Arbowet niet alleen contraproductief werken vanwege de hoge regeldruk, het gebrek aan draagvlak en hoge financiele lasten. Ook bieden generieke maatregelen niet altijd soelaas. ‘Werknemers hebben belang bij goede arbeidsomstandigheden omdat het vervelend is als je een ongeluk of aandoening krijgt. De werknemer heeft baat bij goede arbeidsomstandigheden en moet zelf goed opletten. Dat komt ook weer ten goede aan de werkgever. Door allerlei financiele prikkels heeft hij ook veel aandacht voor en belang bij goede arbeidsomstandigheden, zo zou je verwachten. Generieke maatregelen vanuit de overheid kunnen in sommige situaties overdreven of verkeerd gericht zijn. Ook kunnen die maatregelen tekortschieten. Laat daarom ieder vanuit het eigen belang werken en maatwerk bieden.’

 

Zou Van Hoof ook kunnen instemmen met verkeerslichten die na goeddunken van weggebruikers op rood, oranje of groen springen? Want komt daar de vergrote verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven voor arbeidsomstandigheden niet op neer? Van Hoof: ‘Het is dus niet zo dat er minder aandacht komt voor arbeidsomstandigheden. Wel komen er minder regels en worden de risico’s goed in kaart gebracht door de werkgevers.

 

Dus we houden de verkeerslichten wel op rood, oranje en groen. We willen alleen dat de werkgevers en werknemers zelf invullen hoe lang het licht op rood staat, wanneer het op oranje kan en wanneer het altijd op groen staat. Dat moet men dan ook wel doen. De RI&E’s moeten op orde zijn en een goed plan van aanpak dient op tafel te liggen. Natuurlijk gaan we wel toetsen of binnen een bedrijf of branche goede afspraken zijn gemaakt. De Arbeidsinspectie komt langs om te kijken of een goede risicoinventarisatie en -evaluatie is gemaakt. Is dit het geval en zijn er goede oplossingen voor risico’s gemaakt, dan krijgt het bedrijf of de branche ‘een stempel’ van de inspectie. Komt de inspectie langs en merkt ze dat het een puinhoop is, dan kunnen ze een boete krijgen. In ieder geval wordt het bedrijf of de branche dan gemaand werk te maken van arbeidsom_

 

standigheden. Dat kan door plannen van aanpak die elders goed werken over te nemen. Dit betekent ook een verandering in de manier van handhaven door de inspectie.’

 

De plannen van Van Hoof behelzen ook een onderscheid in risico’s. Zogenaamde hoge risico’s als blootstelling aan asbest en explosiegevaar blijven onderhevig aan generieke regelgeving en strikte handhaving door de overheid. Sterker, de boetes voor ernstige overtredingen worden op 1 januari 2005 met eenderde verhoogd. Dit valt nog binnen de huidige wettelijke kaders. Het kabinet wil echter de boetes nog verder verhogen en vraagt hierover ook advies aan de SER. Onder deze hoge risico’s komt dan een grote groep midden risico’s, zoals werkdruk en tilbelasting, waarover werkgevers hun eigen licht mogen laten schijnen. De goedkeuring van de Arbeidsinspectie is hier echter wel noodzakelijk. Daarnaast komt er nog een soort onderklasse die Van Hoof illustreert met de toiletgroep. ‘Of je nou twee heren en zes damestoiletten hebt, vinden we niet zo belangrijk. Als je het wil regelen, prima, regel je het niet, ook goed. De Europese richtlijn zegt dat er een toiletgroep moet zijn. Daar houden we ons aan. En dat is ook genoeg. Je hoeft toch niet in de wet te zetten dat er een toiletgroep moet zijn en hoe die er precies uit moet zien? Flauwekul. Dus hoge risico’s worden door de overheid via regels gecontroleerd. Dan heb je risico’s die door regelgeving vanuit Europa worden beheerst. Vervolgens krijg je een groep middenrisico’s als tillen en trillen die vanuit het bedrijfsleven zelf geregeld gaat worden. Tot slot houden we dan nog een groep maatregelen over die men mag, maar niet hoeft te treffen, zoals regels voor toiletindeling.’

 

De maatschappij hangt steeds vaker en meer de leer van ‘zero tolerance’ aan en premier Balkenende laat niet na om zijn normen-en-waardendebat op de agenda te zetten, ook op de Europese. De samenleving tendeert naar steeds meer regels en voorschriften voor het burgerschap. In het bedrijfsleven lijken we de andere kant op te gaan. Toch is hier volgens Van Hoof geen sprake van een tegenstrijdigheid. ‘Nee, u suggereert dat je normen en waarden zou kunnen reguleren. Dat is niet zo. Normen en waarden moeten uit de mensen zelf komen. Hetzelfde geldt voor veiligheid op de werkvloer. Het is toch van de dolle dat mensen dat zelf niet zouden kunnen regelen?’

 

In 1998 zag de laatste versie van de Arbowet het levenslicht. Ook toen al was het verschuiven van middel naar doelvoorschriften de inzet. Van Hoof ziet de evaluatie van de Arbowet en de adviesaanvraag richting SER niet als het failliet van de poging uit 1998. ‘Nee, de hoofdlijn wordt dat men afdoende maatregelen neemt en de manier waarop is minder interessant. Zie deze evaluatie als een volgende stap in dit proces. De risicoinventarisatie speelt hierbij een erg belangrijke rol. Het gaat om het in kaart brengen van risico’s en het treffen van maatregelen die niet door de overheid worden voorgeschreven.’

 

Volgens het MKB kan het niet zo zijn dat het risico dat eventuele slechte werkgevers veroorzaken uitgangspunt voor wetgeving is. Van Hoof is het daarmee eens. ‘Ik vind dat je geen ingewikkelde en dichte regelgeving moet maken om die slechte werkgevers te bestrijden. Je moet er wel goed op letten dat ze de vrijheid om het op brancheniveau te regelen goed nakomen. Meer eigen verantwoordelijkheid betekent ook dat je zelf meer actie onderneemt. Zo zullen arbodiensten hun aanbod aanpassen aan de vraag uit de markt en kunnen werkgevers op tal van websites, vakbladen en wat dies meer zij terecht voor hulp. Bijvoorbeeld door een digitale RI&E te downloaden. Ondernemers zijn slim genoeg om goedkoop en goed in te kopen.’

 

Geluiden dat SZW zijn oren heeft laten hangen naar de werkgevers, legt Van Hoof naast zich neer. Evenals kritiek dat de Arbowet zou zijn afgeschaft. ‘Nee, ik heb mijn oren niet laten hangen. Naar niemand. Ik kwam hier binnen als opvolger van Rutte toen dit proces liep. Maar ik heb genoeg mogelijkheden gehad om het proces te beinvloeden. Na gesprekken met diverse betrokkenen kwam de adviesaanvraag richting SER er uit. Ik ben benieuwd wat de SER ervan vindt. De Arbowet wordt niet afgeschaft, maar anders gestructureerd.’

 

In een ander wettelijk traject krijgt de arbodienstverlening een andere structuur. Zo mogen bedrijven hun preventieve arbozorg elders inkopen, mits toestemming wordt verkregen van de werknemersvertegenwoordiging. MKB Nederland wil graag van die verplichting af voor bedrijven met minder dan tien werknemers. De staatssecretaris is daar kort over: ‘Wij veranderen niets aan het betreffende wetsvoorstel. MKB-Nederland krijgt haar zin niet als het aan mij ligt.’

 

Meer verantwoordelijkheid zou kunnen leiden tot meer aansprakelijkheid van werkgevers en dus ook wat meer claims bij de rechter. De discussie over ‘risque professionnel’ en ‘risque social’ zou dus weer uit de kast kunnen worden gehaald. Van Hoof ziet daar voorlopig geen heil in. ‘Nee, dat voegt niets toe aan dit proces. Er is nog zoveel onduidelijk hierover. Een kleine anekdote: in Duitsland kreeg een werknemer op zondag een auto-ongeluk. Hij raakte arbeidsongeschikt. Hij klaagde zijn werkgever aan omdat hij naar eigen zeggen tijdens de rit zo met zijn werk bezig was dat hij een ongeluk kreeg. De rechter wees de claim toe.’

 

Ook de werknemer moet verantwoordelijk worden gehouden voor zijn eigen roekeloze gedrag, schrijft SZW in de SER-adviesaanvraag. De vraag hoe dat te handhaven, vult Van Hoof niet in. ‘Hoe de werknemer hiertoe te krijgen vragen we aan de SER. Ik ben benieuwd wat ze gaan zeggen.’ Volgens de staatssecretaris kan twintig tot dertig procent van de arboregelgeving verdwijnen. De kop die Nederland op de richtlijnen uit Brussel zet, sneuvelt. Maar deze houtskoolschets verdient nog nadere belijning. ‘Zeventig tot tachtig procent van de huidige regelgeving komt uit Europa. Dat handhaven we. Al zitten daar ook regels tussen waarvan wij het nut niet zo inzien. Ik kan me voorstellen dat we daar dan wat minder energie in steken. Ook zitten er ongetwijfeld in de extra regels uit ons land hoge risico’s. Dan blijven ze natuurlijk gehandhaafd. We zijn druk aan het inventariseren. Zo heeft Europa minder regels voor geluidsbegrenzing dan wij. Volgend jaar trekt Europa bij. Dus die regels schrappen we niet. Het zou onzin zijn die regels voor een jaar te schrappen en dan weer in te voeren. Je moet wel een beetje efficient blijven.’

 

Van de Arbeidsinspectie wordt een andere manier van handhaven verwacht. Op een EU-congres over de sectorale aanpak van arbeidsomstandigheden werd over deregulering verschillend gedacht. Zo liet een prominente Nederlandse congresganger weten dat de inspecteurs daar ook helemaal geen behoefte aan hebben. Nu wordt meer sturing op afstand verwacht van de inspectie. Geconfronteerd met kritiek vanuit die kring dat de overheid juist te weinig regels voorschrijft, is Van Hoof stellig. ‘De inspectie gaat over handhaven. Of ze behoefte hebben aan meer regels is niet belangrijk. De inspectie wordt aangepast.

 

Ze krijgt straks twee hoofdtaken: het toetsen of middenrisico’s goed in kaart zijn gebracht en het controleren van voorschriften voor hoge risico’s.’

 

Want dat laatste blijft toch een overheidstaak, aldus Van Hoof. Of dat geen tegenstrijdigheid in zich draagt, zo willen we van hem weten. Veel verantwoordelijkheid en vertrouwen voor lage risico’s, maar geen eigen verantwoordelijkheid en dus ook geen vertrouwen voor de hoge risico’s?

 

‘Nee. Wij denken dat lage risico’s het best op de werkvloer kunnen worden beheerst. Ik kan me ook voorstellen dat je tot verschillende inschattingen komt. Zo zou het kunnen dat in de bouw tillen tot 25 kilo mogelijk wordt en dat balletdansers veel meer mogen tillen. Hoge risico’s blijven onze verantwoordelijkheid. Dat houden we scherp in de gaten. Die hebben levensbedreigende gevolgen als het mis gaat.

 

U zegt dat pesten op het werk en seksuele intimidatie ook ernstige gevolgen kunnen hebben? Natuurlijk. Maar dat is nou precies een voorbeeld van maatwerk. Werkgevers en werknemers kunnen heel goed zelf beleid maken op dit gebied. Ja, ook een bouwbedrijf met een of twee vrouwelijke bouwvakkers.

 

Zal ik u eens wat vertellen. Ik ben marineofficier geweest en maakte de tijd mee dat de eerste vrouwen aan boord van schepen kwamen. Vooraf waren de meest verschrikkelijke beelden geschetst. Vrouwen en mannen samen op een boot. Dat kon toch niet! Achteraf is het allemaal prima verlopen en werken vrouwen tot volle tevredenheid van alle betrokkenen bij de marine.’

 

Reageer op dit artikel