artikel

BOETES VOOR EXPLOSIE BIJ AARDGASWINNING

Wetgeving

Eind mei 2005 zijn enkele werknemers van technische dienstverlener GTI bezig met onderhoudswerk op een NAM-locatie in Warffum. Tijdens laswerk aan een tank ontstaat een explosie. Twee werknemers komen om, een derde raakt zwaar gewond. GTI dacht dat de betrokken tank leeg was. De NAM wist dat er water en condensaat in zat, maar wist niet dat er gelast zou worden. Condensaat is een brandbaar restproduct dat vrijkomt bij de aardgaswinning.

 

De officier van justitie eist wegens overtreding van de voorschriften op grond van artikel 32 Arbowet ’98 een boete van 150.000 euro voor de NAM en 100.000 euro voor GTI. Omdat het onmogelijk blijkt een of meer personen aan te wijzen als direct verantwoordelijk voor de tekortkomingen, worden alleen de bedrijven vervolgd.

 

Bij het werk zijn met name organisatorische en procesmatige fouten gemaakt, die de rechtspersoon kunnen worden toegerekend. De NAM heeft daarvoor ook de volledige verantwoordelijkheid genomen. De feitelijke uitvoering van het werk was uitbesteed aan GTI. Uit de contractuele verhouding blijkt een nauwe en bewuste samenwerking. Vandaar dat er sprake is van medeplegen.

 

De rechtbank stelt vast dat taken onvoldoende zijn uitgevoerd en verantwoordelijkheden niet zijn genomen. Er is niet gekeken of de tank leeg was of gereinigd moest worden. De werknemers waren onvoldoende voorgelicht over de inhoud van de tank en de mogelijke risico’s van het lassen. Ook was er tussen de partijen sprake van onvoldoende samenwerking en communicatie. Belangrijke taken, zoals het vereiste toezicht op de naleving van de voorschriften, werden gedaan door personen die daarvoor niet de vereiste diploma’s en ervaring hadden. Ook waren de tanks niet voorzien van de vereiste gevaarsymbolen. Dit alles heeft tot de explosie geleid.

 

De rechtbank merkt op dat geen enkele straf recht kan doen aan de enorme gevolgen die het ongeval heeft gehad voor de slachtoffers en de nabestaanden. De rechtbank acht de NAM en GTI beide in gelijke mate verantwoordelijk. Omdat het feit is gepleegd door een rechtspersoon, kan alleen een geldboete worden opgelegd. De tekst van artikel 32 lid 1 Arbowet ’98 gaat uit van een meervoudige delictsomschrijving. Het artikel spreekt namelijk over ‘levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van een of meer werknemers’. Anders dan de officier van justitie heeft geeist, kan daarom de op te leggen geldboete niet worden vermenigvuldigd met het aantal slachtoffers. Maar de rechtbank legt gezien de ernst van het feit wel een boete op in de naast hoger gelegen (5e) categorie. Beide bedrijven krijgen een boete van 45.000 euro.

 

1) Voor de leesbaarheid zijn hierboven de verwijzingen naar relevante wetsartikelen niet in de tekst vermeld. De rechtbank heeft haar uitspraak echter gebaseerd op overtreding van de volgende wetsartikelen: art. 23, 24, 33, 33a, 47 en 51 Wetboek van Strafrecht; art. 1, 2 en 56 Wet op de economische delicten, art. 3, 8, 18 en 31 van de Arbowet ’98; art. 3:34 van het Arbobesluit en art. 8.12 van de Arboregeling.

 

2) De maximaal op te leggen boete in de 4e categorie bedraagt 16.750 euro. In de 5e categorie is dat maximum 67.000 euro (art. 23 lid 4 Wetboek van Strafrecht).

 

Rechtbank Groningen, 25 oktober 2007, LJN BB6506 & BB6505)

 

Reageer op dit artikel