artikel

Certificerende instellingen onder de loep

Wetgeving

CKI’s hebben dus een controlerende functie. Maar zelf worden ze ook in de gaten gehouden. Dat doet de Inspectie Werk en Inkomen (IWI), die zich hiervoor tot nu toe vooral op de jaarrapportages van de instellingen baseert. Ze houdt met name toezicht op de doelmatigheid en rechtmatigheid van de uitvoering van de opgedragen taken en kijkt overigens ook naar financiele aspecten. De wet geeft een maximaal uurtarief aan en dat mag niet worden overschreden. In haar handhaving gaat de IWI mede uit van de bevindingen van de Raad voor Accreditatie (RvA) aangaande de betreffende CKI.

 

Over het jaar 2002 heeft de IWI voor het eerst gerapporteerd over de resultaten van haar toezicht op deze instellingen. In haar rapport belicht ze haar bevindingen op vijf terreinen: het wel en wee van de CKI’s, productcertificatie en -keuring, persoonscertificatie;

 

de certificatie van arbodiensten (systeemcertificatie) en het gebruik van accreditatie. Overigens diende de helft van de CKI’s de jaarrapportage over 2002 pas na 1 maart in, te laat dus. Slechts 12 van de 24 ingediende rapportages voldeden in een keer aan de wettelijke eisen.

 

De CKI’s blijken in het verslagjaar goede zaken te hebben gedaan. Tien procent van de jaaromzet van de sector kwam uit de uitvoering van wettelijke taken. Er werden ruim 60.000 keuringen uitgevoerd, een stijging van meer dan 11 procent ten opzichte van 2001. De afgifte van certificaten liet eenzelfde beeld zien. Ook hier steeg het aantal afgegeven certificaten van 54.000 naar 60.000, eveneens een toename van meer dan 11 procent. Opvallend is dat de wettelijke taken een omzetstijging van meer dan 50 procent ten opzichte van 2001 lieten zien.

 

De uurtarieven lagen consequent onder het wettelijk gestelde maximum.

 

Het rapport geeft aan dat de omvang van de omzet van de gezamenlijke CKI’s steeg van 13 miljoen euro in 2001 naar 19,5 miljoen euro in 2002. Een niet-onaanzienlijke groeimarkt dus, ofschoon er 24 CKI’s zijn. In kwantitatieve zin signaleert de IWI dat de totaalomzet van de CKI’s gelijk is gebleven, bij een stijging van de omzet uit wettelijke taken van 50 procent. De uitvoering van wettelijke taken vormt dus een groeimarkt, terwijl de private certificatie in omzetomvang lijkt af te nemen.

 

CKI’s lijken dus een rooskleurige toekomst te hebben.

 

Ze zien dan ook weinig bedreigingen voor hun taakuitoefening. In hun jaarrapportages, waarin zij dergelijke bedreigingen verplicht moeten signaleren, noemen zij er slechts twee. Allereerst achten zij de marktwerking niet optimaal. Sommige CKI’s zouden te lage tarieven berekenen; daarnaast zouden niet alle CKI’s dezelfde certificerings- en keuringsmethode hanteren. Hierdoor zou er sprake zijn van oneerlijke concurrentie. De CKI’s noemen de specifieke accreditaties die SZW verlangt, een tweede bedreiging.

 

Per door de wet aangegeven certificatie of keuring is namelijk een parate accreditatie vereist. Zij vinden dat de toegevoegde waarde hiervan niet opweegt tegen de kosten. Dat de RvA verhoudingsgewijs veel uren begroot voor relatief eenvoudige onderzoeken – met dure (her)accreditaties als gevolg – stuit op enorm veel weerstand.

 

Overigens heeft de IWI de genoemde oneerlijke concurrentie niet kunnen aantonen. Zij heeft een klacht onderzocht, maar hier bleek geen sprake te zijn van onrechtmatig handelen. De IWI heeft verder geen onderzoek gedaan naar dergelijk handelen, bij gebrek aan indicaties vanuit de Arbeidsinspectie, de RvA of de CKI’s.

 

Over de stand van zaken op het gebied van de productcertificatie stelt het IWI-rapport het volgende.

 

De CKI’s geven aan dat het grote aantal notified bodies in Europa tot problemen leidt. Het ontbreekt met name aan eenduidige technische maatstaven, waardoor een gelijkwaardige beoordeling onmogelijk zou zijn. Ook beschikken fabrikanten, (regionale) overheden en gebruikers over onvoldoende kennis van de nieuwe Richtlijn Drukapparatuur. Volgens het rapport is er zelfs sprake van onwil om conform de richtlijn te werken. Liftfabrikanten blijken tegen de verplichte keuring te zijn en wensen deze afgeschaft te zien. Saillant detail: de helft van de opgeleverde liften wordt in eerste instantie afgekeurd wegens technische tekortkomingen, zo blijkt uit het rapport. Ook weten veel fabrikanten niet dat zij verplicht zijn om een technisch constructiedossier bij de CKI in bewaring te geven.

 

Voor een groot aantal beroepen is persoonscertificatie een nuttig middel om veiligheid en gezondheid te waarborgen (bijvoorbeeld torenkraanmachinisten, asbestverwijderaars). Daarom schrijft de Arbowet in een groot aantal specifieke gevallen persoonscertificatie voor. Ten aanzien hiervan signaleert het rapport een aantal specifieke problemen. Zo wees onderzoek op het gebied van certificatie van asbestdeskundigen uit dat er onrechtmatig was gehandeld en moest de betreffende CKI maatregelen nemen.

 

In het rapport wordt opgemerkt dat het ontbreekt aan sancties bij onjuist handelen door gecertificeerden.

 

Ten aanzien van ‘gasdeskundigen tankschepen’ en ‘springmeesters’ is aangegeven dat de geringe omvang van de beroepsgroepen de instandhouding van het schema in gevaar brengt. Het invoeren van een certificatieverplichting voor professioneel vuurwerk heeft, na een afwachtende houding van de doelgroep, geleid tot een inhaalslag die de CKI’s veel extra werk heeft opgeleverd.

 

De IWI is ook verantwoordelijk voor het toezicht op de certificatie van arbodiensten. CKI’s certificeren arbodiensten. Ze moeten geaccrediteerd zijn voor de afgifte van deze certificaten conform EN 45012 en staan daarvoor onder toezicht van de RvA. De CKI’s worden voor de certificatie van arbodiensten aangewezen door de minister van SZW. Ook op dit terrein heeft de IWI geen signalen gekregen dat CKI’s onrechtmatig zouden hebben gehandeld.

 

Het ministerie van SZW ziet accreditatie als een van de meest effectieve manieren om de competentie van een CKI aan te tonen. Het heeft daarbij een voorkeur voor specifiek op de diverse wettelijke taken toegesneden accreditaties, en maakt steeds meer gebruik van de in Nederland privaat georganiseerde accreditatie.

 

Omdat de EN 45000-serie niet afdoende invulling biedt voor de accreditatie van wettelijke taken, zijn er aanvullingen op de serie geproduceerd die de gaten moeten opvullen. Door deze accreditaties te verwerven, ontstaat er bij de CKI een basis voor een behoorlijk functioneren van het certificatie- en keuringssysteem.

 

Blijkens het IWI-rapport heeft de RvA geen onrechtmatigheden geconstateerd, maar wel afwijkingen.

 

Zo blijken bij persoons certificatie examens niet divers genoeg te zijn en blijkt fraude mogelijk.

 

Daarnaast blijkt een aantal zaken niet traceerbaar en verifieerbaar te zijn vastgelegd. Bij productcertificatie constateerde de IWI diverse afwijkingen varierend van niet-geijkte inspectieapparatuur tot gebrek aan onafhankelijkheid van de betrokken inspecteurs.

 

Verder verzuimen de CKI’s volgens de IWI om ingetrokken certificaten en beoordelingen van arbodiensten vast te leggen in de registers van de Stichting Beheer Certificatieregeling Arbodiensten.

 

Daarnaast ontbreekt een bewakingssysteem voor de behandeling van geconstateerde afwijkingen door arbodiensten.

 

Reageer op dit artikel