artikel

Directeur Arbeidsinspectie in wittebroodsweken

Wetgeving

Uijlenbroek ontdekte dat er achter elk onderwerp binnen arbeidsomstandigheden weer een wereld zit. Dat boeit hem. ‘We controleren vooral op de grootste arbeidsrisico’s: fysieke belasting, werkdruk, valgevaar, psychische belasting en gevaarlijke stoffen. Vervolgens kijk je waar die risico’s zich het meest voordoen en hoe de sector daarmee omgaat. Dan zit je weer midden in de problematiek van zo’n sector en in onze inspectiemethoden. Ik lees alles en wil weten wat we doen als arbeidsinspectie. Daarom ga ik ook mee op inspectie. Dat is het aardige aan de uitgebreidheid van arbo. Maar soms vind ik het veld te veel uitgedijd en ongrijpbaar. Dat doet arbo geen goed. Je moet er geen zaken als reintegratie en sociale zekerheid bijhalen. Dat is te veel.’

 

Uijlenbroek leest naar eigen zeggen alle inspectieplannen. En schuwt ook de kritische vragen niet. ‘Ik wil altijd weten waarom. Waarom beschouwen we bijvoorbeeld bestrijdingsmiddelen in de land- en tuinbouw als gevaarlijke stoffen? En waarom willen we strenge regels voor het herbetreden van gewassen? Dat leek op muggenzifterij en daar zit niemand op te wachten. Je wilt arbo goed over het voetlicht brengen en muggenzifterij werkt niet. In dit geval konden mijn inspecteurs me trouwens overtuigen van het nut hiervan. Vervolgens raakten we in gesprek met de Land en Tuinbouw Organisatie (LTO). In een gesprek leek het de LTO vervolgens ook redelijk om niet te snel na besproeiing de gewassen te betreden. De specialisten van LTO en die van ons zijn nu in gesprek over de manier van inspecteren.’

 

Maar het werkt ook de andere kant op. Inspectie van de banken verzekeringswereld vindt de directeur geen prioriteit hebben, zoals dat in ambtelijk en politiek jargon heet. ‘Nee. In een overleg werd de vraag gesteld of het niet eens tijd werd deze sector te controleren. Nou werken we met hoge en lage risico’s en de banken verzekeringswereld kent vooral lage risico’s. Ik vind het argument dat we er lang niet zijn geweest, niet steekhoudend. Die inspectietijd kun je beter elders inzetten. In de banksector volstaat reactieve inspectie.’

 

Uijlenbroek wil efficient en doeltreffend inspecteren. Bovendien ziet hij het als zijn missie om ondernemers niet te veel lastig te vallen als het niet hoeft. ‘Ondernemers vinden alles wat verplicht is vervelend. Zij hebben een ander perspectief en dat is maar goed ook. Ik zie het als onze taak te laten zien dat het arbobelang goed te combineren is met goede bedrijfsvoering. De regelgeving en toezichtsdruk kan daarbij omlaag. Wij dienen maatwerk te leveren in sectoren. Daar controleren waar het toe doet. En af te stemmen met collega-inspecties. Zo controleren we dit jaar de kinderopvang. De Voedsel en Warenautoriteit doet dat ook. Wij stemmen die controles op elkaar af zodat de bedrijven niet de ene na de andere inspecteur op bezoek krijgen.’ Het departement van Uijlenbroek, althans het ministerie waar hij onder valt, kreeg onlangs forse kritiek van onder meer de Branche Organisatie Arbodiensten (BOA). Een voorlichtingscampagne over arbeidsomstandigheden viel in verkeerde aarde. Vragen als: ‘ook zo genoeg van al die arbo_regels?’ konden de BOA niet bekoren. Hetzelfde ministerie stelt immers de regels op, aldus BOA-directeur Ton Schoenmaeckers. Uijlenbroek snapt de verontwaardiging. ‘Het is hun brood en beleg, dus ik kan me er wel iets bij voorstellen. Maar de intentie was om de boodschap goed over te brengen dat je goed met arbo moet omgaan. Je kunt je afvragen of dit dan een handige campagne was, maar je moet er ook enigszins onthecht naar kunnen kijken. Net als de overheid dat moet doen.’

 

Nu zitten de arbodiensten in de hoek waar de klappen vallen. Op 1 juli kan een onderneming elders haar arbodienstverlening inkopen, mits toestemming van de werknemersvertegenwoordiging wordt verkregen. Arbodiensten als ArboNed en Arbo Unie reageerden door fiks te reorganiseren. Voor de inspectie heeft dit weinig gevolgen. Uijlenbroek: ‘Het maakt ons niet uit wie zorgt voor goede arbeidsomstandigheden. Als het maar gebeurt. Wij handhaven, de arbodienst adviseert. Ze hebben veel deskundigheid aan boord, dus ik denk dat bedrijven ze zullen blijven inhuren. Maar voor ons verandert weinig. Of bedrijven zelf voor goede arbeidsomstandigheden zorgen of kennis en deskundigheid inhuren, is niet van belang.’

 

De doe-het-zelvers hoeven echter niet op compassie van de inspectie te rekenen, als ze zaken niet op orde hebben. Uijlenbroek kondigt aan het principte te hanteren van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’. ‘Wat goed is, is goed. Wat slecht is, is slecht. In onze inspectiemethoden zitten sowieso differentiaties, dus we leggen de boel niet bij de eerste de beste overtreding plat, maar met bedrijven die gevaarlijke situaties creeren heb ik geen compassie.’

 

De veelgehoorde kritiek dat de inspectie alleen maar op de vingers tikt en nooit zegt hoe het wel moet, vindt geen genade bij de directeur. ‘We hebben een omslag gemaakt naar handhaving. Ik zou zeggen: schoenmaker, blijf bij je leest. Wij zijn van de handhaving. Onze inspecteurs zijn geen robots die vertellen dat iets niet mag en vervolgens weglopen. Maar we adviseren niet. Daar zijn anderen voor. En er is voldoende kennis in Nederland. De arbokennisinfrastructuur gaat niet verloren. Ook niet als arbodiensten reorganiseren.’

 

De storm van regelkritiek die over Nederland waaide, volgde Uijlenbroek vanaf de zijlijn. Inhoudelijk gaat hij niet in op het nieuwe Arbowetsvoorstel dat ter advisering bij de Sociaal Economische Raad (SER) ligt en waar hoge en lage risico’s en de eigen verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven voor lage en middenrisico’s kernbegrippen zijn. SZW wil alleen nog hoge risico’s streng controleren en lage risico’s overlaten aan de bedrijven. Ook dienen bedrijven een eigen preventiemedewerker aan te stellen die handelt op basis van een risicoinventarisatie en -evaluatie. De SER buigt zich over de plannen en komt nog voor de zomer met een advies.

 

Zoals gezegd: Uijlenbroek wil niet publiekelijk zijn oordeel geven. ‘We handhaven al niet op regeltjes die lage risico’s uitsluiten. Wij turven geen toiletten. Dat zou toch van de gekke zijn! We zijn daar waar de grote risico’s zijn en die lijn zetten we door. Het afschaffen van die regels heeft dan ook weinig invloed op onze werkwijze. We inspecteren bewust projectmatig .’

 

Verder kondigt hij aan dat de Arbeidsinspectie steeds meer gaat kijken naar het ‘arbosysteem’ bij bedrijven. ‘Als we op vijf bouwlocaties van een onderneming geen valbeschermhekje vinden, kijken we verder in dat bedrijf hoe het zit met de aandacht voor arbeidsomstandigheden. Die beweging zetten we op volle kracht door. We zijn scherp in de risico-analyse en in het lokaliseren van de sectoren waar risico’s het meest voorkomen. Een uur inspecteren moet wel tot een ongeluk minder leiden. Je moet kijken naar de regeldruk. De inspecties dienen beter samen te werken.’

 

Het afschaffen van regels mag dan weinig zoden aan de dijk zetten, het reshuffelen van verantwoordelijkheden en verhoudingen op het gebied van arbeidsomstandigheden (van overheid naar bedrijven) des te meer, zo erkent het

 

hoofd van de Arbeidsinspectie. ‘Zeker, maar wij maken geen beleid, wij inspecteren. Natuurlijk denken we wel na en leveren we onze input voor beleidsontwikkeling. Over de consequenties van het SER-advies voor onze dienst kan ik alleen nog niets zeggen.’

 

Uijlenbroek houdt helemaal de mond dicht als het gaat om de verwikkelingen rond het ongeluk in de Amercentrale, bijna twee jaar geleden. Bij een onderhoudsstop vielen vijf doden. Reden om in het jaarplan van de inspectie aan te kondigen grote industriele bedrijven strenger te controleren op veilige uitvoering van controle en onderhoud. Het inspectierapport over het ongeluk is klaar en Uijlenbroek werkt aan een rapportage aan de Kamer. Hij verwacht binnen een half jaar de start van de rechtszaak. Tot die tijd is het AI-rapport niet openbaar. ‘De interne presentatie van het rapport leerde me hoe complex de zaak ligt. Het Openbaar Ministerie heeft de leiding en tot de rechtszaak kunnen we er niets over zeggen. In de media werd gesuggereerd dat we de zaak in de doofpot stoppen. Dat is de verkeerde toonzetting. De zaak moet zorgvuldig langs de rechter en dat kost tijd.’

 

Ook een ander gerucht verwijst hij naar het rijk der fabelen: een rapport in een andere la van het ministerie zou aantonen dat het er in Nederland niet veiliger op is geworden en dat het aantal dodelijke ongevallen en ongevallen met zwaar letsel is toegenomen. ‘Nee, daar weet ik niets van. Het aantal ongevallen is al jaren stabiel, ondanks de stijging in arbeidsjaren en de groei van de economie. Natuurlijk zullen er altijd domme dingen gebeuren. Werken is immers mensenwerk, maar je zou eerder kunnen zeggen dat de ondergrens in ongevallen is bereikt.’

 

Europese ambities zoals zijn voorganger heeft, kent Uijlenbroek vooralsnog niet. Hij kijkt met Nederlandse ogen naar Europa. ‘Ik pleit voor prioriteit van harmonisering van regels met een internationale component. Zoals arboregels op luchthavens. Dat is voor ons land belangrijker dan pakweg harmonisering van arboregels voor kinderopvang. Strengere Europese regels op vliegvelden voorkomen ontwijkgedrag en daarmee oneerlijke concurrentie .’ En daarmee lijkt ‘buitenstaander’ Uijlenbroek toch meer insider dan hij zelf wil doen voorkomen.

 

Walter Baardemans,

 

journalist

 

Reageer op dit artikel