artikel

Een richtsnoer, geen regel

Wetgeving

Het ontbreken van richtlijnen voor de benodigde deskundigheid vormt niet alleen een probleem voor werkgevers. Arbodiensten hebben er ook mee te maken. Het is immers hun taak, net als die van gecertificeerde arbodeskundigen, om te toetsen of het aangegeven deskundigheidsniveau adequaat is vastgesteld.

 

Daarom hebben de arbodiensten Achmea Arbo, ArboDuo, ArboNed, Arbo Unie en Commit het initiatief genomen om een Leidraad Preventiemedewerker op te stellen. Daartoe hebben zij een Werkgroep deskundigheidsniveau Preventiekwaliteit in het leven geroepen. Deze werkgroep heeft een conceptleidraad opgesteld, die in augustus in een openbaar debat is besproken. Het is de bedoeling dat de definitieve versie nog deze herfst zal verschijnen. Stecr, het reintegratieplatform van arbodiensten, zal van de leidraad een Stecr leidraad maken, die kan worden gebruikt – samen met de informatie uit de RI&E – voor het vaststellen van het niveau van de preventiemedewerker.

 

De Leidraad bevat richtlijnen voor een minimaal deskundigheidsniveau voor preventiemedewerkers in het algemeen. Hij is toepasbaar voor alle soorten organisaties, dus ook voor kleine ondernemingen met minder dan vijftien werknemers, waar de werkgever zelf de rol van preventiemedewerker mag vervullen. De Leidraad is niet meer dan een hulpmiddel of een richtsnoer; hij is zeker geen bindend voorschrift.

 

Uitgangspunt van de Leidraad is dat de preventiemedewerker een centrale coordinerende rol vervult bij de deskundige bijstand, zonder dat hij zelf daarvan alle elementen of taken moet uitvoeren. Wel moet zijn algemene scholingsniveau aansluiten bij het gewenste niveau van deskundige bijstand. Als er preventieve bijstand op hbo-niveau nodig is, moet de preventiemedewerker ook ten minste op hbo-niveau kunnen denken en werken.

 

De conceptleidraad kent de preventiemedewerker vijf groepen competenties toe (zie kader 1). Drie van de vijf heeft de preventiemedewerker nodig om aan zijn wettelijke taken te voldoen – het verlenen van bijstand bij het verrichten en opstellen van de RI&E; het adviseren van belanghebbenden en betrokkenen en meewerken aan de uitvoering van de maatregelen die voortvloeien uit de RI&E. De overige groepen competenties liggen op het vlak van algemene vaardigheden, zoals kunnen organiseren en informatie kunnen verzamelen. De competenties zijn van toepassing op alle preventiemedewerkers, ongeacht hun niveau, type organisatie, achter grond, positie, aantal in de onderneming, enzovoort.

 

De conceptleidraad onderscheidt drie niveaus van deskundigheid van preventieve bijstand. Het gaat om het:

 

basisniveau: zonder nadere niveauaanduiding;

 

middelbaar niveau: minimaal mbo, vergelijkbaar met het niveau van functioneren van een middelbaar veiligheidskundige (MVK);

 

hoger niveau: minimaal hbo, vergelijkbaar met de huidige kerndeskundigen van een arbodienst (hoger veiligheidskundige, arbeidshygienist, arbeids- en organisatiedeskundige of bedrijfsarts).

 

Deze indeling is afgeleid van het in Belgie toegepaste onderscheid in deskundigheidsniveaus van de preventieadviseur, waaraan de Europese Unie haar fiat heeft gegeven.

 

Let wel, we hebben het hier over drie deskundigheidsniveaus van preventieve bijstand en niet van preventiemedewerkers. Toch zal deze indeling uiteindelijk ook in drie scholingscategorieen van preventiemedewerkers resulteren. Het algemene scholingsniveau van de preventiemedewerker moet volgens de Leidraad immers aansluiten bij het gewenste niveau van deskundige bijstand.

 

Aan de hand van de risico-omvang en de grootte van de organisatie wordt in de Leidraad de hoogte van het benodigde deskundigheidsniveau van de organisatiegrootte destilleert de Leidraad de volgende benodigde deskundigheidsniveaus:

 

• organisaties die Brzo- of ARIE-plichtig zijn in het kader van Major Hazard Control: niveau 3;

 

• organisaties met meer dan duizend werknemers: niveau 3;

 

• organisaties met vijftig of minder werknemers: niveau 1;

 

• organisaties met tussen 51 en 1000 werknemers: hier bepaalt het aantal in de RI&E gesignaleerde gevarengebieden het deskundigheidsniveau. Bij maximaal twee gebieden zal meestal het algemeen niveau afdoende zijn; bij drie of vier gebieden is middelbaar niveau gewenst. Pas bij vijf of meer gevarengebieden is deskundigheidsniveau 3 nodig.

 

Zie verder het beslisschema (tabel 1).

 

TABEL 1: BESLISSCHEMA DESKUNDIGHEIDSNIVEAU PREVENTIEVE BIJSTAND

 

 

Uiteraard dient de specifieke deskundigheid (inclusief het niveau) van de preventieve bijstand aan te sluiten op de specifieke risico’s in elke onderneming. Het is een taak van de preventiemedewerker om er op toe te zien dat deze afstemming gewaarborgd is via eigen expertise of door het inschakelen van expertise van anderen, intern of extern.

 

KADER 1. COMPETENTIES VOOR DE PREVENTIEMEDEWERKER

 

1. Het organiseren van de preventie binnen de organisatie

 

Kennis hebben van het belang en de plaats van preventie in het kader van veranderende sociale zekerheid.

 

Draagvlak kunnen creeren voor preventie via motivatie en met oog voor kosten en baten.

 

Kennis hebben van verschillende modellen en ontwerpen van preventiezorg met betrekking tot arbeidsomstandigheden.

 

De kenmerken van de eigen organisatie in voldoende mate kennen om aangrijpingspunten in techniek, organisatie en gedrag te kunnen benoemen.

 

Kennis hebben van regievoeren, evalueren en bijsturen, maar ook van de grenzen van de eigen rol.

 

2. Het leveren van bijstand bij de RI&E

 

Zorg dragen dat er een deugdelijke RI&E aanwezig is en zo nodig en zo mogelijk deelnemen aan de uitvoering van de RI&E.

 

De plaats kennen van de RI&E als onderdeel van de beleidscyclus.

 

In staat zijn om een RI&E te beoordelen op wettelijke eisen zoals genoemd in artikel 5 van de Arbowet zoals de actualiteitseis.

 

Beoordelen of de RI&E past bij de organisatie (juiste checklist, taalgebruik enzovoort).

 

3. Adviseren van en samenwerken met belanghebbenden en betrokkenen

 

Kennen van de principes van rechten en plichten van OR/PVT, werknemers, werkgevers en preventiemedewerkers.

 

Kennis hebben van de principes van zorgvuldigheid vanwege privacy en effectiviteit van communiceren, adviseren en samenwerken.

 

Samen kunnen werken met interne en externe deskundigen en specialisten.

 

4. 4.Meewerken aan uitvoering van maatregelen

 

In staat zijn om een voorstel Plan van Aanpak op te stellen en bij te houden.

 

Kennis van projectmatig en resultaatgericht werken inclusief prioriteitsstellingen.

 

De voortgang van de uitvoering van het Plan van Aanpak kunnen monitoren en hierover kunnen rapporteren.

 

Kennis hebben van voorlichten, instrueren en toezicht houden

 

De arbeidshygienische strategie kennen.

 

5. De weg weten naar relevante informatiebronnen

 

De preventiemedewerker kent de weg naar de belangrijkste informatiebronnen voor de uitvoering: internetsites, boeken, tijdschriften, instituten, branches, arboconvenanten, deskundige personen en organisaties, opleidingen.

 

Actief ontwikkelingen blijven volgen.

 

Een vraagbaakfunctie kunnen vervullen op het gebied van preventie binnen de eigen organisatie.

 

Bron: Conceptleidraad Preventiemedewerker

 

KADER 2. GEVAREN GEBIEDEN CONCEPTLEIDRAAD PREVENTIEMEDEWERKER

 

De Leidraad Preventiemedewerker onderscheidt de volgende gevarengebieden:

 

algemene voorzieningen zoals gebouwen en systemen;

 

fysische factoren;

 

gevaarlijke stoffen;

 

biologische agentia;

 

fysieke belasting;

 

werkplekinrichting;

 

arbeidsmiddelen;

 

functie-inhoud en werkdruk;

 

werk- en rusttijden;

 

welzijn; en

 

ongewenst gedrag.

 

 

Reageer op dit artikel