artikel

En nu voorwaarts!

Wetgeving

De sociale partners in de sectoren doen er wellicht ook goed aan de NTA 8050 Leidraad voor de totstandkoming van arbocatalogi van het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN) erbij te pakken. Baat het niet, dan schaadt het niet. ‘De NTA 8050 heeft geen dwingend karakter’, zegt Josien Paap, manager arbeid bij NEN. De leidraad beschrijft een uitgewerkt stappenplan om te komen tot een arbocatalogus die voldoet aan de eisen van de Arbeidsinspectie.

 

NTA 8050 onderscheidt vijf processtappen: intentie, risico’s, arbocatalogus, communicatie en registratie en rapportage. ‘In het begin leg je de kiem voor de latere catalogus’, aldus Paap. ‘In die fase beslis je met wie je een arbocatalogus gaat maken, voor wie de catalogus straks geldt – het toepassingsgebied dus – en wat je wilt bereiken. Ook communicatie, een besluitvormings- en beheersstructuur en secretariaat worden op dit moment neergezet.’

 

WAT IS EEN ARBOCATALOGUS?

 

De publicatie Wat is een arbocatalogus van de Stichting van de Arbeid wil organisaties van werkgevers en werknemers helderheid geven over het begrip arbocatalogus en een handreiking bieden om arbocatalogi op te stellen. De uitgave beschrijft kenmerken van een arbocatalogus en noemt bestaande informatiebronnen voor een arbocatalogus. Ook gaat de Stichting van de Arbeid in op de samenhang van de arbocatalogus met de risico-inventarisatie en -evaluatie en het plan van aanpak en de relatie met de cao. Het tweede deel van de publicatie beschrijft het proces voor het maken van een arbocatalogus. Welke stappen moeten worden gezet en welke partijen spelen een rol? Hoe ziet de toetsing van de arbocatalogus door de Arbeidsinspectie er uit? Download de catalogus op www.stdva.nl.

 

 

De NEN-leidraad is opgezet vanuit het idee dat niet alleen sectoren aan de slag gaan met een catalogus. Volgens de Memorie van Toelichting bij de Arbowet kunnen ook individuele bedrijven een arbocatalogus opstellen, stelt Paap. ‘Daarom laten wij die ruimte ook. Het gaat erom in het begin een bewuste keuze te maken over belanghebbenden en toepassingsgebied. Dat kan een sector of branche zijn, maar ook een groep bedrijven of bedrijf. De NTA 8050 is in alle gevallen bruikbaar.’

 

CBA-voorzitter Linschoten vindt een arbocatalogus op bedrijfsniveau geen enkele toegevoegde waarde hebben. Een bedrijf heeft immers al een verplichte risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) en een Plan van Aanpak. Die zijn veel specifieker en op detail toegespitst op een bedrijf dan een arbocatalogus, aldus Linschoten. CBA-projectleider Jaap Hooiveld geeft een voorbeeld: ‘De bouw maakt een arbocatalogus over sectorspecifieke risico’s, zoals fysieke belasting en valgevaar. Ik verwacht in die branchecatalogus geen aandacht voor beeldschermwerk. Maar een aannemer die veel mensen op kantoor heeft werken, moet in zijn RI&E en Plan van Aanpak wel aandacht hebben voor risico’s van beeldschermwerk. De RI&E is veel meer toegespitst op zijn bedrijf.’

 

De samenstellers beslissen zelf welke risico’s zij in de arbocatalogus behandelen. Josien Paap: ‘Partijen moeten zich als tweede stap afvragen welke risico’s er aan het werk kleven, wie daarvoor verantwoordelijkheid draagt en voor welke risico’s er in de arbocatalogus oplossingen genoemd moeten worden.’

 

De CBA adviseert sectoren een aantal risico’s prioriteit te geven en zich daarop te concentreren. Hooiveld: ‘Kies de risico’s die direct zijn gerelateerd aan de kernactiviteit van de branche. En daarnaast de risico’s die grote gevaren met zich meebrengen. Maak daarover een arbocatalogus die goedkeuring krijgt van de Arbeidsinspectie. Als er toch sprake is van veel risico’s, zoals in de bouw, dan kun je er ook voor kiezen gaandeweg steeds meer onderwerpen aan de arbocatalogus toe te voegen.’ Een goed voorbeeld van deze werkwijze noemt de CBA de arbocatalogus van de sector Podiumkunsten. Daar is een catalogus gemaakt over versterkt geluid en gaat men nu verder met andere onderwerpen.

 

Na de selectie van risico’s komt het erop aan middelen en maatregelen te vinden waarmee de doelstellingen bereikt kunnen worden. De CBA adviseert gebruik te maken van beschikbare informatie, bijvoorbeeld vanuit de huidige arbobeleidsregels, AI-bladen, arboconvenanten en NEN-normen of beschikbare branchebrochures van de Arbeidsinspectie. Ook een (branche) RI&E bevat veel informatie en is handig om bij de hand te hebben. Linschoten: ‘Werkgevers- en werknemersorganisaties hebben veel kennis over onderwerpen. Een branche-RI&E kan waarschijnlijk goed gebruikt worden voor een arbocatalogus.’

 

Uit de verzamelde oplossingen kiezen opstellers samen maatregelen die voor de hele sector technisch, organisatorisch en financieel haalbaar zijn. Eerst moeten maatregelen aan de bron genomen worden, dan organisatorische maatregelen en ten slotte kunnen persoonlijke beschermingsmiddelen uitkomst bieden. De arbocatalogus beschrijft uiteindelijk de gekozen oplossingen.

 

De Arbeidsinspectie toetst de arbocatalogus. Er moet duidelijk in staan voor wie de arbocatalogus bedoeld is, het moet een product zijn van de werkgevers en werknemers samen, de arbocatalogus moet bekend en beschikbaar zijn voor werkgevers en werknemers en zorgen voor voldoende bescherming. Pas na goedkeuring van de Arbeidsinspectie vervallen de beleidsregels voor de onderwerpen die in de arbocatalogus behandeld worden. Voor andere onderwerpen blijven de beleidsregels vooralsnog van kracht. Na 2010 komen alle beleidsregels te vervallen.

 

Hoe arbocatalogi er straks uitzien, kan per sector verschillen. De vorm is vrij. Het kan een boekwerk zijn, maar evengoed een digitale databank. Bij de vormkeuze is het goed om rekening te houden met de communicatie richting de achterban. Linschoten: ‘Als onderdeel van de marginale toetsing door de AI moet de catalogus beschikbaar komen voor de sector. Het mooiste is als er een centrale databank komt, toegankelijk voor iedereen, waarin getoetste arbocatalogi opgenomen worden.’ Op die manier zijn catalogi makkelijk te actualiseren. Hooiveld: ‘Wij vinden een periode van drie tot vijf jaar voor de hand liggend om een catalogus te updaten.’

 

De Commissie Begeleiding Arbocatalogi start na de zomer een actieplan om de komende drie jaar de decentrale partijen te ondersteunen bij de totstandkoming van catalogi. Er komt op de website van de Stichting van de Arbeid een speciaal deel over arbocatalogi. De CBA startte ook al een ‘Tour D’Horizon’, een rondgang langs verschillende sectoren. Andere activiteiten binnen het actieplan zijn nog in ontwikkeling.

 

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid stelt 10 miljoen euro beschikbaar voor de invoering van arbocatalogi. Elke sector kan in aanmerking komen voor 50.000 euro na afronding van een arbocatalogus die getoetst is door de Arbeidsinspectie. De Stichting van de Arbeid adviseerde over deze subsidiering achteraf. Linschoten: ‘We hebben gekozen voor een simpele eenduidige regeling: een vast bedrag voor een arbocatalogus met een stempel van de Arbeidsinspectie. Je kunt het beschouwen als tegemoetkoming in gemaakte kosten of je mag een congres organiseren om de sector te laten zien wat je gemaakt hebt. Dat mogen de partijen helemaal zelf weten.’

 

En wat als de ondernemer niets hoort vanuit zijn sector? Kan de werkgever dan eenvoudig de huidige beleidsregels overschrijven, zoals minister Donner van Sociale Zaken in een eerder interview met dit blad suggereerde? Linschoten: ‘Laten we die balans eind volgend jaar opmaken. Ik zie bij partijen veel enthousiasme om catalogi te maken. Werkgeversen werknemersorganisaties zien het belang. Ik verwacht dat de bulk van de sectoren binnen een jaar een catalogus heeft of bezig is met een catalogus. In sectoren waar het moeizaam verloopt, kan onze commissie een rol spelen.’

 

DE NTA 8050

 

De Nederlandse Technische Afspraak (NTA) beschrijft het proces voor de totstandkoming van een arbocatalogus en geeft een leidraad voor de inrichting en uitvoering daarvan. De NTA is bedoeld voor iedere branche/sector, groep bedrijven of bedrijf waarbinnen werkgevers en werknemers afspraken willen maken over veilig en gezond werken en over maatregelen en middelen om aan de vanaf 1 januari 2007 geldende Arbowet te voldoen.

 

De NTA 8050 bevat een stroomschema dat in hoofdlijnen de stappen weergeeft om tot een arbocatalogus te komen, deze te communiceren en deze als ‘levend document’ te onderhouden. Alle processtappen en randvoorwaarden worden in het document uitvoerig behandeld.

 

 

Reageer op dit artikel