artikel

Ergocoach, arbo-contactpersoon of aandachtsfunctionaris?

Wetgeving

De invoering van het begrip ‘preventiemedewerker’ heeft binnen ziekenhuizen niet tot veel commotie geleid. Dit wordt goed geillustreerd met enkele citaten uit ons onderzoek. ‘Er verandert in wezen niet veel.’ ‘Wacht de ontwikkeling en resultaten af.’ ‘Het gaat niet over de preventiemedewerker, maar over de invulling van preventietaken. Al het gedoe over de term preventiemedewerker leidt af van hetgeen waar het werkelijk om gaat.’

 

De zorgsector is al sinds lange tijd vertrouwd met zogenoemde aandachtsfunctionarissen. Dit zijn medewerkers die binnen hun reguliere functie de taak krijgen om een specifiek gebied – veelal op de zorg gericht – bij te houden en collega’s daarover te informeren. Veel instellingen waren al bezig met organisatiebrede netwerken van aandachtsfunctionarissen. In ziekenhuizen is deze functionaris de laatste jaren in sterk in opkomst, en in de V&V-sector bijvoorbeeld is de term ‘ergocoach[1] ’ al jaren een begrip, evenals in de ziekenhuizen. Maar ook zie je functionarissen met een breder aandachtsgebied, zoals ‘arbo-contactpersonen’.

 

Veel instellingen zijn pragmatisch omgegaan met de nieuwe verplichting. Zo heeft een groot deel van de instellingen de arbocoordinator tot preventiemedewerker benoemd. Bij een kleiner aantal viel de keuze op ergocoaches of arbo-contactpersonen. De instellingen die dit niet hebben gedaan, worstelen met het feit dat de preventiemedewerker ontslagbescherming geniet. Dit recht wil men niet aan een te grote groep toebedelen. Andere instellingen stellen dat de ontslagbescherming alleen betrekking heeft op de taak van preventiemedewerker en niet op de functionaris in zijn geheel.

 

Opleiden van de preventiemedewerkers is voor instellingen geen probleem. Ten eerste kan men putten uit een groot potentieel van goed opgeleide medewerkers. Medewerkers die vaak al de basiskennis van gezondheid, belasting en belastbaarheid in huis hebben, denk aan fysiotherapeuten en laboranten. Ten tweede is er een redelijk goed inzicht in de risico’s.

 

Daarom maakt de zorg geen gebruik van een tweedaagse standaardcursus. De instellingen kiezen vaak voor een interne opleiding die dikwijls in eigen beheer is opgezet. Alleen externe opleiders met een specifieke vorm van deskundigheid worden ingeschakeld.

 

Uit de gegevens blijkt dat ziekenhuizen aanzienlijk minder preventiemedewerkers hebben aangesteld dan de 100+ bedrijven (zie tabel 1). Hoe komt dat? Wellicht is het de specifieke, wat formalistische en trage besluitvormingscultuur binnen ziekenhuizen. Men is gewoon nog niet zo ver.

 

Toch is de wil er wel. Want als we kijken naar het totaal van organisaties waar men reeds preventiemedewerkers heeft aangesteld en met de voorbereiding bezig is, dan lopen de ziekenhuizen aardig in de pas met de rest van Nederland (zie tabel 1).

 

TABEL 1: AANWEZIGHEID PREVENTIEMEDE WERKER

 

(1)

 

Ziekenhuizen

 

Nederland, 100+ bedrijven

 

Preventiemedewerker in dienst

 

43%

 

80%

 

Aanstelling preventiemedewerker wordt voorbereid

 

45%

 

15%

 

Geen preventiemedewerker

 

6%

 

5%

 

 

Toelichting: (1) De exacte vraagstelling verschilt tussen de onderzoeken.

 

Ziekenhuizen hebben massaal de ‘maatwerkregeling’ omarmd. De instellingen zijn positief over de keuzemogelijkheden die ze nu hebben gekregen. Dit blijkt ook uit een aantal citaten uit ons onderzoek. ‘Met name het niet meer afhankelijk zijn van een arbodienst welke geen meerwaarde had werkt positief en kostenbesparend.’‘Biedt meer mogelijkheden om via raamwerk de zelfredzaamheid te vergroten.’‘Ik kan nog niet helemaal plaatsen wat er gaat gebeuren binnen onze instelling.’

 

Bijna zeventig procent van de instellingen organiseert de deskundigheid in eigen huis. Uit andere zorgsectoren, zoals de gehandicaptenzorg en de V&V-sector, klinken vergelijkbare geluiden. De nieuwe wetgeving zorgt hiermee voor een impuls in het arbobeleid.

 

Voor de ziekenhuizen past deze nieuwe vrijheid ook binnen de algemene ontwikkeling van de sector naar een meer kostengedreven bedrijfsvoering. Vorig jaar is een start gemaakt met de invoering van een nieuwe financieringsgrondslag bij ziekenhuizen, de zogenaamde diagnosebehandelcombinaties, zeg maar een kostprijs per verrichting. Daarnaast is sinds 1 januari de nieuwe zorgverzekering ingevoerd, wat leidt tot een meer marktgerichte omgang tussen ziekenhuis en verzekeraar. De instellingen krijgen dus meer behoefte aan sturing op kosten en kwaliteit en continuiteit van het primaire proces. Deze argumenten komen ook terug in de belangrijkste overwegingen van ziekenhuizen bij de inrichting van hun arbobeleid. In afnemende prioriteit werden genoemd:

 

» kwaliteit van de (arbo)dienstverlening;

 

» kostenbesparing;

 

» span of control, sturingsmogelijkheden.

 

De vergelijking tussen beide onderzoeken laat zien dat de zorgsector past in het gemiddelde beeld van de grote ondernemingen (zie tabel 2).

 

TABEL 2: VERDELING INTERNE EN EXTERNE ARBODIENST

 

(1)

 

Ziekenhuizen

 

Verpleging & Verzorging (2)

 

Nederland, 100+ bedrijven

 

Externe arbodienst

 

~ 85%

 

~ 75%

 

90%

 

Interne arbodienst

 

~ 14%

 

~ 25%

 

10%

 

 

Toelichting: (1) Indicatieve cijfers. De exacte vraagstelling verschilt tussen de onderzoeken (2) Verwachting in 2005 over de toekomst.

 

Het Regioplan-onderzoek doet verder een voorspelling over de vraag naar arbodienstverlening. Deze voorspelling voor grote organisaties komt goed overeen met onze bevindingen. Uit ons onderzoek blijkt, zoals al gezegd, dat ziekenhuizen en ook verpleeg- en verzorgingshuizen kiezen voor eigen regie (zie figuur 1). Verder geeft 81 procent van onze respondenten aan te kiezen voor deels intern en deels extern inkopen. De geluiden die wij horen, geven aan dat het om inkoop op verrichtingenbasis gaat. Dat is precies het pakket dat de Regioplan-onderzoekers als ‘zeer waarschijnlijk’ omschrijven.

 

FIGUUR 1: ORGANISATIEMODELLEN ARBOZORG

 

 

Ziekenhuizen doen het steeds meer zelf, dat is wat we zien en horen. Ook instellingen in andere zorgsectoren, zoals verpleeg- en verzorgingshuizen volgen die trend. De zorgsector lijkt daarin steeds meer op de grote ondernemingen in Nederland.

 

Dat is een positieve ontwikkeling; ze doet recht aan de autonomie van (grote) organisaties en de aanwezige capaciteiten. En, niet minder belangrijk: ze past binnen de trend naar toenemende aandacht voor sturing op kosten en kwaliteit. De mogelijkheden die met de wijzigingen van de Arbowet sinds vorig jaar zijn gecreeerd, sluiten naadloos aan bij deze ontwikkelingen.

 

Weten de instellingen dan allemaal hoe dat moet, goed arbobeleid? Nee, want in zorginstellingen is nog een wereld te winnen aan verbeteringen. Het arbobewustzijn bij medewerkers delft nogal eens het onderspit ten opzichte van aandacht voor de patient. En het arbobeleid is in veel gevallen nog niet goed verankerd in het managementsysteem. Dat wordt ook onderkend. De uitwisseling van ervaringen wordt dan ook genoemd als een belangrijke behoefte. En externe ondersteuning, mits de toegevoegde waarde helder is, wordt zeker ingeschakeld.

 

Bij een branche met grote organisaties met veel deskundigheid passen sociale partners en brancheorganisaties die hun plek weten. Voor de ziekenhuizen is dan ook niet snel een brancheloket te verwachten, iets wat in bedrijfstakken met meer MKB wel te zien is. De grote uitdaging voor de branche zit dan ook in de reactie op de nieuwste voorstellen voor wijziging van de Arbowet, zoals die onlangs aan de Tweede Kamer is voorgelegd. Daarin geeft de overheid een belangrijke rol weg aan sociale partners. Het zijn de sociale partners die de algemeen geformuleerde doelvoorschriften van de nieuwe Arbowet mogen vertalen naar concrete middelvoorschriften, de arbocatalogi. De grote vraag voor de zorgsector is hoe de verhouding tussen sociale partners en brancheorganisaties enerzijds en de instellingen anderzijds zich gaat ontwikkelen en hoe dit doorwerkt in de invulling van de arbonormen.

 

MEDEZEGGENSCHAP

 

Een belangrijk aandachtsgebied in de zorg is de samenhang tussen de preventiemedewerker en medezeggenschap. Veel ondernemingsraden hebben zich nog geen houding aangemeten naar de nieuwe functionaris, en vice versa.

 

 

Reageer op dit artikel