artikel

Exit arbodienst!

Wetgeving

Het belangrijkste deel van het advies gaat over deelcertificering van arbodienstverleners. Rutte wil deze invoeren om de arbo- en verzuimmarkt toegankelijker te maken voor nieuwe, kleinere spelers.

 

Momenteel zijn arbodiensten verplicht gecertificeerd in vier kerndisciplines: arbeids- en bedrijfsgeneeskunde, arbeidshygiene, veiligheidskunde en arbeids- & organisatiekunde. Hun dienstverlening strekt zich dan ook uit over elk van deze vier terreinen.

 

De staatssecretaris wil nieuwe partijen de mogelijkheid geven om zich op slechts een of meerdere terreinen te concentreren. Deze spelers hoeven dan alleen in de voor hen relevante discipline(s) gecertificeerd te zijn. De SER adviseert echter ondubbelzinnig om de certificeringseisen in stand te houden.

 

Volgens de raad leidt deelcertificatie namelijk niet tot een versterking van de dialoog tussen werkgevers en werknemers over preventie, terwijl de raad die dialoog van groot belang acht.

 

In plaats van deelcertificatie suggereert de SER een alternatief model van arbodienstverlening. Werkgevers krijgen hierin de mogelijkheid om bij willekeurige aanbieders dienstverlening in te kopen, mits ze de steun van hun werknemers hebben. Ze hoeven zich dus niet langer meer verplicht bij een arbodienst aan te sluiten. Vandaar dat de SER van opting out spreekt. In grote lijnen komt het model op het volgende neer:

 

ondernemingen krijgen de mogelijkheid van opting out als daar op sector- of brancheniveau afspraken over worden gemaakt;

 

als er geen afspraken worden gemaakt, blijft inschakeling van arbodiensten verplicht, zij het in aangepaste vorm, namelijk conform de Europese regels;

 

het bestaan van afspraken wordt alleen procedureel getoetst;

 

de afspraken gelden voor maximaal vijf jaar; daarna kunnen nieuwe afspraken worden gemaakt;

 

de overeengekomen regeling van arbodienstverlening dient na vijf jaar te worden geevalueerd.

 

De afspraken kunnen zowel op ondernemings- als op brancheniveau worden gemaakt, in het laatste geval op CAO-niveau. Afspraken op ondernemingsniveau worden gerelateerd aan de omvang van de bedrijven:

 

ondernemingen met vijftig of meer werknemers kunnen met de OR afspraken maken over alternatieve

 

dienstverlening. Dit vergt een aanpassing van de Arbowet;

 

voor ondernemingen van tien tot vijftig werknemers geldt dat de afspraken met de personeelsvertegenwoordiging (PVT) of, als die ontbreekt, met de personeelsvergadering kunnen worden

 

gemaakt;

 

ondernemingen met minder dan tien werknemers kunnen afspraken maken na overleg met de belanghebbende medewerkers of de PVT. Daarna bestaat de mogelijkheid van opting out.

 

Momenteel moet een arbodienst over vier zogenaamde kerndeskundigen beschikken om te kunnen worden gecertificeerd. Als het aan de SER ligt, hoeven bedrijven die van de opting out-optie gebruikmaken voortaan nog maar een van deze externe deskundigen op het hoogste niveau in te schakelen, liefst bij het opstellen en toetsen van de RI&E.

 

De SER denkt bijvoorbeeld aan een soort van RI&Etoetsingsbureaus, die niet hoeven te voldoen aan de certificeringseisen van een arbodienst. De deskundige moet in staat worden geacht om vast te stellen of en welke andere deskundigheden eventueel nog extra moeten worden ingeschakeld.

 

Niet alle leden van de SER denken hetzelfde over de liberalisering van de arbodienstverlening. De vertegenwoordigers van MKB-Nederland zijn het in hoofdlijnen namelijk eens met het kabinetsvoorstel voor de invoering van deelcertificaten. Zij onderschrijven het hiervoor omschreven opting out-model dan ook niet. In plaats daarvan zijn zij voorstander van een model van arbodienstverlening waarin:

 

de werkgever een of meerdere werknemers aanwijst die in staat zijn om deskundige preventieve werkzaamheden uit te voeren conform de Europese Kaderrichtlijn;

 

werkgevers en werknemers voor verzuimtaken op ondernemingsniveau bezien of zij de daarvoor noodzakelijke deskundige ondersteuning kunnen organiseren. Als zij dat niet kunnen, moeten zij die extern inhuren;

 

werkgevers de vrijheid krijgen om zelf te bepalen waar ze externe deskundigheid inkopen en de

 

huidige verplichting om alle deskundigheid in te kopen bij een dienst dus komt te vervallen;

 

brancheorganisaties eventueel een cruciale rol spelen in het bewaken van de transparantie van

 

de markt, het verstrekken van informatie, als contractpartij voor mantelcontracten en als organisator

 

van verzuimloketten.

 

Zie voor meer informatie over het afwijkende standpunt van de MKB-leden het artikel op bladzijde 18.

 

De SER adviseert de regering om haar plan voor het schrappen van de zogenaamde ‘in hoofdzaak’-bepaling uit te voeren. Volgens die regel moeten arbodiensten zich hoofdzakelijk met arbeidsomstandigheden bezighouden. Door de regel te schrappen wordt het voor verzekeraars en andere partijen mogelijk om de voor hen branchevreemde markt voor arbodienstverlening te betreden. Daarbij moet de onafhankelijkheid van de diensten wel gewaarborgd blijven, aldus de raad.

 

Van de raad mag de verplichte toetsing van de RI&E door een gecertificeerde arbodienst komen te vervallen voor kleine bedrijven met minder dan tien werknemers. Voorwaarde hiervoor is wel dat deze bedrijven op brancheniveau een standaardregeling opstellen. Daar tekent de SER bij aan dat de RI&E voldoende moet zijn afgestemd op de bedrijfsvoering.

 

Het kan dus nodig zijn om op brancheniveau afspraken te maken over meerdere instrumenten.

 

Om de huidige regelgeving in overeenstemming te krijgen met de Europese Kaderrichtlijn adviseert de SER om de definitie van ‘interne dienst’ te verruimen.

 

Het kabinet wil in artikel 14 van de Arbowet werkgevers voorschrijven om deskundige bijstand op het gebied van preventie te laten verlenen door de eigen werknemers, tenzij de mogelijkheden in het bedrijf onvoldoende zijn. In de praktijk betekent dit dat bedrijven een interne arbodienst moeten oprichten. De SER stelt voor dat hierin slechts een kerndeskundigheid vertegenwoordigd hoeft te zijn in plaats van alle vier.

 

Deze deskundige zou dan samen met drie externe deskundigen een gecertificeerde arbodienst kunnen vormen.

 

SAMENVATTING

 

De Sociaal Economische Raad (SER) is verdeeld over de liberalisering van de arbodienstverlening. De meeste leden willen werkgevers een alternatief voor de verplichte aansluiting bij een arbodienst bieden. Mits de werkgever overeenstemming bereikt met zijn werknemers mag hij diensten inkopen van wie hij maar wil. Zo niet, dan rest verplichte aansluiting bij een arbodienst. De vertegenwoordigers van MKB-Nederland zijn voorstander van een systeem waarin werkgevers vrij zijn om arbodiensten in te kopen zonder dat daar voorwaarden aan

 

verbonden zijn.

 

 

Reageer op dit artikel