artikel

Explosieve Atmosferen

Wetgeving

De Europese Commissie heeft regels opgesteld om veilig te kunnen werken op werkplekken waar een kans op explosies is. Deze regelgeving is terug te vinden in de ATEXrichtlijn.

 

De letters ATEX staan voor: ‘ATmospheres EXplosibles’, wat in het Nederlands letterlijk ‘explosieve atmosferen’ betekent. In de praktijk gaat het over een omgeving waarin de voorwaarden voor een explosie eenvoudig te creeren zijn. De defi nitie van een explosieve atmosfeer is volgens het Arbobesluit artikel 3.1 ‘een mengsel van lucht en brandbare stof in de vorm van gassen, dampen, nevels of stof, onder atmosferische omstandigheden waarin de verbranding zich na ontsteking uitbreidt tot het geheel niet verbrande mengsel’. Het doel van de ATEX-richtlijn is de werkgevers te verplichten op een gestructureerde manier met de gevaren van explosieve atmosferen om te gaan.

 

Er bestaan twee Europese richtlijnen ten aanzien van gas- en stofexplosiegevaar:

 

– 94/9/EG – ATEX 95: ‘Apparaten en beveiligingssystemen bedoeld voor gebruik op plaatsen waar explosiegevaar kan heersen’;

 

– 1999/92/EG – ATEX 137: ‘Minimumvoorschriften voor de verbetering van de gezondheidsbescherming en de veiligheid van de werknemers die door een explosieve atmosfeer gevaar kunnen lopen’.

 

De getallen 95 en 137 staan voor het artikelnummer van het Verdrag van de Europese Unie waarop de richtlijn is gebaseerd.

 

De ATEX 95 is in de Nederlandse wetgeving terug te vinden in het Warenwetbesluit en gaat over producten die bestemd zijn voor gebruik in ruimten waar mogelijk explosieve atmosferen voorkomen. Deze richtlijn is dus bedoeld voor de producenten van explosieveilig materieel.

 

De ATEX 137 is in Nederland opgenomen in de Arbowet (Arbobesluit artikel 3.2a tot en met 3.5f ) en gaat over de veiligheid voor de werknemers die werken in een mogelijk explosieve atmosfeer. De richtlijn verlangt in de eerste plaats dat het ontstaan van een explosieve atmosfeer wordt voorkomen. Kan dit niet, dan moeten de ontstekingsbronnen zoveel mogelijk worden geelimineerd.

 

Ontstekingsbronnen kunnen zijn vuur, hete oppervlakken, ontladingen van statische elektriciteit, broei en dergelijke.

 

Kan dit ook niet, dan moet men ervoor zorgen dat de gevolgen van een explosie dusdanig beperkt worden dat de gezondheid van werknemers zoveel mogelijk is gewaarborgd. De ATEX137 schrijft voor dat ruimtes waar een explosieve atmosfeer kan ontstaan, in zones moeten worden opgedeeld. Deze zonering geeft aan hoe groot de kans is dat er een explosieve atmosfeer ontstaat. Voor gassen zijn er de zones 0, 1 en 2 en voor stoff en de zones 20, 21 en 22.

 

Volgens de Arbowet artikel 5 is de werkgever verplicht een risico-inventarisatie en -evaluatie op te stellen en deze te laten toetsen door een gecertifi ceerde arbodeskundige. In deze RIE moeten alle risico’s beschreven en gewogen zijn die het werk met zich meebrengt.

 

Een vast onderdeel van de RIE is een plan van aanpak om de vastgelegde risico’s volgens de arbeidshygienische strategie aan te pakken.

 

Volgens het Arbobesluit paragraaf 2a ‘explosieve atmosferen’ artikel 3.5c moet voor ‘Risico’s in verband met explosiegevaar’ een diepgaandere RIE worden vastgelegd. Dat kan via het opstellen van een explosieveiligheidsdocument (EVD) – zie kader.

 

Om te voorkomen dat er in een explosieve atmosfeer vonken ontstaan, wordt alles onder de loep genomen. Zo is het verplicht om kleding en schoeisel te dragen waarvan de kans op een elektrostatische ontlading nihil is. Ook gereedschappen mogen geen vonken geven. De aarding van de installatie en de gereedschappen moet regelmatig in een vooraf opgesteld en af te tekenen schema gecontroleerd worden.

 

De volgende (niet-limitatieve) eisen staan onder andere in de normen EN 50177 en prEN 12981:

 

Brandherkenning in cabines met automatische poederpistolen (prEn 12981:5.4.2.5)

 

Vlammenblokkering bij gesloten terugwinsystemen, bijvoorbeeld bij een fi lter (prEN 12981:5.4.2.6 & EN 50177:5.2.10)

 

Uitschakeling van de technische ventilatie inclusief de fi lterreiniging, de hoogspanningsinstallatie en de sproeisystemen (EN 50177:5.2.2 & prEN 12981:5.4.2.5)

 

Aardingscontrole-installatie voor werkstukken, waarvan niet zeker is dat deze geaard zijn.

 

(Afl eidweerstand < 1 MOhm)

 

(EN 50177:5.5.2 & 5.5.3)

 

Bronnen:

 

Arbowetgeving, AI blad 34 Europese richtlijnen (ATEX) NEN +prEN Kluwer Praktijkgids arbeidsomstandigheden

 

 

Een EVD moet volgens artikel 3.5c van het Arbobesluit minstens de volgende informatie bevatten:

 

• een identifi catie en beoordeling van de explosierisico’s;

 

• de wijze waarop arbeidsplaatsen en arbeidsmiddelen, met inbegrip van alarminstallaties, met de vereiste aandacht voor veiligheid zijn ontworpen, worden gebruikt of bediend en onderhouden;

 

• de indeling in gevarenzones van en bij de explosieve atmosferen;

 

• de maatregelen die zijn genomen (voorkomen van explosieve atmosferen, voorkomen van ontstekingsbronnen en beperken van de gevolgen van een explosie) en • bij twee of meer werkgevers op een werkplek: de wijze waarop aan de samenwerkings- en coordinatieverplichtingen wordt voldaan.

 

Model indeling EVD conform AI-34 ‘Veilig werken in een explosieve atmosfeer’:

 

1. beschrijving van de arbeidsplaats en de werkplekken;

 

2. beschrijving van de werkprocessen en activiteiten;

 

3. beschrijving van de gebruikte stoff en en veiligheidstechnische parameters;

 

4. weergave van de resultaten van de risicobeoordeling;

 

5. getroff en maatregelen ter bescherming tegen explosiegevaar;

 

6. verwezenlijking van de maatregelen ter bescherming tegen explosiegevaar;

 

7. coordinatie van de maatregelen ter bescherming tegen explosiegevaar;

 

8. bijlagen.

 

Reageer op dit artikel