artikel

Koek en Snoep voor iedereen

Wetgeving

Het digitale oplossingenboek werkt als volgt. Stel: medewerkers in een chocoladefabriek kampen met RSI. Dat is geen gewaagde hypothese, want velen van hen zijn uren achter elkaar bezig om de kunststof vormen om te draaien waarin de chocoladeproducten worden gespoten. Anderen hebben er een dagtaak aan om het eindproduct in de verpakking te leggen.

 

Hoe is dat probleem aan te pakken? De werkgever kan kiezen uit drie soorten oplossingen: gedragsmatige, technische of organisatorische. Allereerst kan hij zijn mensen voorlichting geven, bijvoorbeeld over de ideale werkhouding. Zo staat op de site dat de werknemers hun handen tijdens alle veelvoorkomende werkzaamheden 10 centimeter onder schouderhoogte moeten houden. Bij klusjes die minder vaak voorkomen, blijven die handen onder ooghoogte. Verder moet de medewerker niet verder dan 30 centimeter reiken naar de chocolade, en niet verder dan 35 centimeter naar de verpakking waar die in moet. Houdt hij zich inderdaad aan deze richtlijnen, dan neemt de kans op RSI af.

 

Het probleem is alleen dat dit soort gedragsmatige oplossingen niet altijd mogelijk zijn. Wat bijvoorbeeld als de chocolade langs komt schieten in het midden van de lopende band en de medewerker wel verder moet reiken?

 

In dat geval kan de werkgever zijn toevlucht zoeken tot een technische oplossing. Soms is het mogelijk de lopende band te splitsen, soms ook kan hij een voorziening aanbrengen die de middelste producten naar de zijkant van de band schuift, zodat ze binnen het bereik van de medewerker komen. Wil het management het probleem rigoureus aanpakken, dan kan het bovendien een automaat aanschaffen waarmee de vorm wordt gedraaid en leeggeslagen.

 

De site toont ook een nadeel van deze technische oplossingen: ze zijn vaak duur. En hoewel ze hun geld op de lange termijn zeker terugverdienen, zullen veel werkgevers hun heil zoeken bij een derde categorie oplossingen: de organisatorische. Een van de meest effectieve is functieroulatie. Juist als werknemers lang achter elkaar dezelfde werkzaamheden uitvoeren, lopen ze immers een grotere kans op RSI. Dit is vooral een probleem voor bedrijven met machinebediening, waar de productie niet stopt tijdens de pauzes. Deze bedrijven werken daarom vaak met vier operators die drie machines bedienen. De vierde operator kan pauzeren maar ook andere taken uitvoeren, zoals administratie, schoonmaken, plannen, trainen en overleg. Helaas is dit middel niet altijd in te zetten. Mensen met rugklachten kunnen bijvoorbeeld gebonden zijn aan bepaalde – lichtere – werkzaamheden. Zo blijft er minder te rouleren over voor de rest van de groep. Ook kunnen er mensen met de hakken in het zand gaan. Sommige functies hebben in hun ogen een lagere status, en daar willen ze hun handen niet aan branden, ook niet tijdelijk.

 

Zoals gezegd, werkgevers en werknemers zijn het eens: dit boek bevat niet alleen nuttige informatie, het kan zelfs als voorbeeld dienen voor een arbocatalogus. Bob Koning raadt werkgevers en werknemers aan om zoveel mogelijk van deze initiatieven te verzamelen. ‘Daar kunnen ze lessen uit trekken en hun blikveld mee verruimen. Dat is uiteindelijk het doel van arbocatalogi.’

 

Van Steenbergen van de vakcentrale FNV wijst erop dat het Koek & Snoepboek voldoet aan de eisen die de FNV aan de catalogi stelt. Hij prijst vooral de pragmatische inslag. ‘De schrijvers schatten bij iedere oplossing in hoe effectief die is en hoe duur. Voor sommige sectoren kunnen bepaalde oplossingen immers financieel niet haalbaar zijn. Dan kies je dus voor een iets mindere, en is het handig als je de effectiviteit kunt vergelijken.’

 

Hangijzers lijken niet de kans te krijgen om heet te worden. Want ook als het om de status van de catalogus gaat, zijn de partijen het eens. Van Steenbergen: ‘Nee, dit wordt geen dwingend wettelijk corset. Je kunt die oplossingen niet dwingend gaan opleggen.’

 

De Koning heeft uiteraard geen bezwaren: ‘Een arbocatalogus moet de status krijgen die de partijen overeenkomen. Het kan een vrijblijvende handleiding zijn, of – het andere uiterste – via de CAO algemeen verbindend worden opgelegd. Of dat laatste geldt alleen maar voor een bepaald deel van het document.’

 

De werkgever kan volgens hem uitstekend zonder arbocatalogus. ‘Er is al heel veel gebeurd door arboconvenanten. En ook door branche-RI&E’s zijn de risico’s goed in beeld gebracht.’

 

Van Steenbergen sluit zich bij hem aan, hoewel hij een kritische kanttekening plaatst. ‘Als een bedrijf er geen gebruik van maakt en het komt in de problemen – er gebeurt bijvoorbeeld een ongeluk – dan heeft het wel wat uit te leggen. Aan de Arbeidsinspectie bijvoorbeeld.’

 

De eerste breuklijnen tekenen zich pas af als de vraag ter sprake komt of het Koek & Snoepoplossingenboek de mal is waarin iedere arbocatalogus kan worden gegoten. Van Steenbergen zou het zich kunnen voorstellen. ‘Een vast format is in ieder geval wel handig. Met een en dezelfde opbouw is het gemakkelijker om verschillende onderdelen met elkaar te vergelijken.’

 

Koning is niet enthousiast. ‘Kijk, het is natuurlijk het goed recht van de bonden om met een format te komen. Maar als je naar dit oplossingenboek kijkt: sommige branches zullen het veel te ver vinden gaan, andere niet ver genoeg.’

 

Volledige eensgezindheid is er dus niet. En voor wie nog meer tweedracht wil zaaien, is er geen beter onderwerp dan de eerdergenoemde tilnorm. ‘Nee’, zegt Van Steenbergen, ‘die hoort absoluut niet thuis in een arbocatalogus. Daar hebben we de wet voor. Boven de 25 kilo krijgt het overgrote deel van de mensen gezondheidsklachten, dus dat moet de grens zijn.’

 

‘Onmogelijk’, zegt De Koning. ‘Wat bijvoorbeeld als er een zieke dame driehoog achter ligt en die moet via een gammele trap naar een ambulance worden gedragen? Dan kom je al snel op meer dan 25 kilo per persoon, ook als je haar met z’n tweeen draagt. En tilapparatuur kun je dan nauwelijks gebruiken.’ De Koning vindt het aan de branches om deze grens vast te stellen.

 

Van Steenbergen is niet overtuigd. ‘Zo’n dame wordt natuurlijk naar beneden gedragen, wat er ook in de Arbowet staat. In de wet zitten allerlei rederlijkerwijsclausules of tijdelijke vrijstellingsregelingen. Tijdelijke ja: de techniek schrijdt voort, en het valt niet uit te sluiten dat die tilapparatuur verder verbetert. Maar nogmaals: dat is niet het terrein van de arbocatalogus. Die biedt alleen maar de middelen om een doel te bereiken. Als er geen doel is, kun je die middelen ook niet inzetten.’

 

TON VERHEIJEN

 

JOURNALIST Abeidsinspectie alert

 

Reageer op dit artikel