artikel

Kwaliteit, Arbo & Milieu-zorg

Wetgeving

Volgens Zwetsloot koppelen werkgevers de zorg voor milieu, arbo en kwaliteit dan ook meer dan voorheen aan een doel. Het moet het bedrijfsbelang dienen, innovatie niet tegengaan en als het even kan de corebusiness versterken. ‘De opkomst van het KAM-zorgsysteem als doel op zich en zelfstandig begrip is over zijn hoogtepunt heen. Dit betekent echter niet dat je arbo, milieu en kwaliteit niet meer aan elkaar kunt koppelen .’

 

Zwetsloot vindt dat het naleven van een integraal zorgsysteem geen doel op zich moet zijn. Hij signaleert dat sommige bedrijven niet goed omgaan met het zorgsysteem. ‘Veel systemen werken maar gedeeltelijk. Je moet niet de oplossing voor alle mogelijke problemen erin op willen nemen. Als je een zorgsysteem te omvangrijk en te systematisch uitvoert, schiet je je doel voorbij.’ En dat doel is uiteindelijk een veiligere en schonere werkomgeving en een kwalitatief goed product. Daarvoor dien je ‘vanzelfsprekende aandacht’ en consensus te krijgen. En die bereik je volgens Zwetsloot als het zorgsysteem ook tussen de oren zit. ‘Organisaties worstelen met de vraag hoe ze een zorgsysteem goed kunnen inpassen in hun bedrijfsproces. Want arbo en milieu, en in iets mindere mate kwaliteit, zijn daaraan toch ondergeschikt. Als je doorslaat in het naleven van regels uit zorgsystemen in pakweg een ziekenhuis, dan zijn de verzorgenden meer tijd bezig met administratie dan met verzorging. Dat kan dus niet.

 

Organisaties zoeken dus naar de balans tussen formeel moeten, vanzelfsprekende aandacht en draagvlak. Als je dat laatste niet hebt, kun je ieder systeem vergeten. Bedrijven die het goed doen, gaan slimmer om met zorgsystemen. Zonder te veel interne regelgeving en met aandacht voor de cultuur.’ KAM-zorg is dus idealiter in een verbeterde vorm opgenomen in het bedrijfsproces.

 

Hoofd Kwaliteit, Veiligheid en Milieu KVM Jos Schrover van ECN in Petten ziet arbo en milieu louter als broeders vanwege de structuur van het zorgsysteem erachter. ‘Inhoudelijk verschillen arbo en milieu van elkaar, hoewel er ook gebieden zijn die elkaar overlappen. De structuur van het zorgsysteem is nagenoeg hetzelfde. Vandaar dat ze aan elkaar gekoppeld worden. Arbo is trouwens een raar begrip. Ik spreek liever over veiligheid en gezondheid, net als in de procesindustrie.’ Schrover ziet de koppeling tussen arbo en milieu als een verstandshuwelijk waarbij de overheid een van de twee partners discrimineert. ‘In Nederland wordt verschillend over de handhaving van arbo- en milieuzaken gedacht. Een grote groep bedrijven doet uit overtuiging veel aan veiligheid en gezondheid. Die hebben geen stok achter de deur nodig. We kennen ook bedrijven die vrijwel niets aan veiligheid doen. Daar moet de overheid strenger tegen optreden. Ofschoon er een kentering zichtbaar is – de bouw wordt eindelijk streng aangepakt – zijn de boetes voor overtreding van de Arbowet veel milder dan boetes bij milieu-overtredingen. De Milieuinspectie is veel strenger dan de Arbeidsinspectie. Om maar eens een duur woord te gebruiken, is de milieuhandhaving veel punitiever. Daardoor wordt milieu veel serieuzer genomen. De milieuzorg in Nederland is homogeen, de zorg voor veiligheid en gezondheid is zeer heterogeen. Van tot in de puntjes geregeld tot vrijwel afwezig.’

 

Schrover vindt het dan ook een goede zaak dat de vakbond aankondigt flink te gaan claimen bij slecht arbobeleid. ‘De overheid legt steeds meer verantwoordelijkheid bij de bedrijven. Dat is een goede zaak. Kijk naar de VCA-certificering. De veiligheid is sterk verbeterd sinds de procesindustrie die zelf invoerde. Maar eigen verantwoordelijkheid moet wel gepaard gaan met de bereidheid verantwoording af te leggen en met strengere handhaving. De Arbeidsinspectie dient punitiever te worden. Ook de boetes moeten veel en veel hoger. Je kunt in Nederland op je bedrijf beter een bedrijfsongeval met een dodelijk slachtoffer hebben, dan milieuverontreiniging veroorzaken. Dat laatste weegt economisch gezien veel zwaarder. Waarom? Men is gewend dat ongelukken gebeuren. En dus zijn ze geaccepteerd. Veiligheid en gezondheid zouden net zo belangrijk moeten zijn als milieu. En dat zijn ze nu niet.’ Bedrijfsmedewerker Veiligheid van de Vereniging van de Nederlandse Chemische Industrie Joop Verhoef is het volkomen oneens met Schrover. ‘Natuurlijk horen arbo en milieu ook inhoudelijk bij elkaar. Zeker in de chemie. We neigen ook steeds meer naar een integraal zorgsysteem voor het beheer van stoffen. Arbo en milieu vormen een logische combinatie. Kwaliteitsmanagement kom ik minder tegen, maar je ziet in onze sector steeds meer veiligheidsmanagementsystemen opduiken. KAM-zorg is dus absoluut niet passe. Zaken uit veiligheidsmanagementsystemen komen zelfs in wettelijke bepalingen voor, zoals de aanvullende risicoinventarisatie en -evaluatie en het Besluit risico zware ongevallen.’

 

In tegenstelling tot Schrover ziet Verhoef de milieuhandhaving ook niet als voorbeeld voor de Arbeidsinspectie. ‘Nee, ik kan me er absoluut niet in vinden dat milieu serieuzer genomen wordt omdat de handhaving strenger zou zijn. Ik vind de handhaving juist een groot probleem. Inspecteurs buitelen over elkaar heen in allerlei handhavingscontroles. Ze kijken vanuit wel tachtig invalshoeken naar een stofje. Ze weten niet waar ze mee bezig zijn. Soms is het twee keer goed en een keer fout. Dat kan toch niet? Van de Milieuinspectie moet een pompje omkast worden vanwege het geluid, de Arbeidsinspectie wil dat juist weer niet omdat een werknemer dan in een afgesloten ruimte gevaar loopt. Handhavers hebben te weinig kennis. Zo wil de Milieuinspectie dat we zakken cement in een brandvrije kluis opslaan, omdat er een Andreaskruis op staat. Maar dat staat er niet op vanwege brandgevaar, maar omdat het cement irriterende eigenschappen heeft. Nog een voorbeeld. Brandweerorganisaties zijn niet in staat om te leren. Dat stond in een rapport van de Rijksinspectie brandweer zelf. Er worden de meest waanzinnige eisen gesteld. Dat komt door een gebrek aan expertise. Nederland kennisland? Laat me niet lachen. We gooien alle mensen van 57 jaar en ouder en ook alle ervaring en kennis er uit.’

 

Ook Gerard Zwetsloot zou de Milieuinspectie niet als voorbeeld willen stellen voor de Arbeids inspectie. En net als Verhoef is hij het oneens met Schrover dat de milieuhandhaving op een hoger plan zou staan. ‘Nee, daarover hoor ik geregeld klachten. Het vergunningenstelsel is weliswaar een krachtig instrument, maar daar staat weer tegenover dat het gecontroleerd wordt door lagere overheden. Die ontberen vaak deskundigheid. Ik constateer juist dat arbo en milieu en in iets mindere mate kwaliteit imagoschade lijden. Over arbo is men buitengewoon negatief en ook milieu is ‘uit’. Vroeger schreven zich ontzettend veel studenten milieukunde in. Die tijd is echt voorbij. Duurzaamheid oke, maar milieu? Nee .’

 

Verhoef is het met Zwetsloot eens dat KAM-zorg geintegreerd is in duurzaam ondernemen en reageert verontwaardigd als we opperen dat dit in de chemie geen issue is. ‘Onbekend maakt onbemind, zullen we maar zeggen. Wij lopen in de chemie juist voorop. Oke, vlak na de Tweede Wereldoorlog wisten we het ook niet allemaal en heeft de chemie voor veel lucht- en waterverontreiniging gezorgd. Sinds 25 jaar zijn we echter koplopers. Onder meer door bovenwettelijke maatregelen te nemen. KAM-zorg speelt daarin een cruciale rol. Het is de basis waarop we controleren. Het is in ons belang duurzaam te ondernemen. Juist vanwege dat slechte imago uit het verleden. We zijn in Europees verband inmiddels uitblinkers als het gaat om het voorkomen van bedrijfsongevallen en de vermindering van de emissie. Dat blijkt uit ons Responsible Care jaarverslag. Dat baseren we op door de provincies aangeleverde en geverifieerde gegevens.’

 

Arbo-, milieu- en kwaliteitszorg zijn dus gemeengoed geworden en opgenomen in de bedrijfsprocessen van ondernemingen die duurzaam willen ondernemen. Tijd voor een arbo- en milieuinspectie en een norm zou je dus zeggen. Maar volgens Zwetsloot is dit een utopie. ‘Dat samenvoegen van inspecties zie ik niet gebeuren. Ik ben er wel voorstander van, maar de verkokering bij de overheid staat zoiets in de weg. Overheden riepen bij het ontstaan van het begrip KAM-zorg al dat ze meer gingen samenwerken en incidenteel gebeurt het wel, maar structureel komt het niet van de grond. Een norm is ook een utopie. Sinds 1992 wordt hierover al gesproken. We weten nu ook dat het niet nodig is. Als ze dat willen, kunnen bedrijven de normen makkelijk integreren. Je moet organisaties niet verplichten met een norm aan alle facetten uit de KAM-zorg te voldoen.’

 

Ook VNCI-woordvoerder Verhoef ziet de inspecties op dit moment niet samen optrekken. ‘We hebben wel een proefproject gedraaid in Delfzijl, waar diensten bevoegdheden aan elkaar overdroegen en gegevens uitwisselden. Dat werkte prima, maar ik zie het nog niet landelijk ingevoerd. Een norm behoort wel tot de mogelijkheden. Je ziet nu al dat ze in elkaar worden geschoven.’ Mededeskundige Schrover ziet, in tegenstelling tot Verhoef en Zwetsloot, op zich wel mogelijkheden voor een inspectie. ‘In de naleving van het Besluit risico’s van zware ongevallen werken Arbeidsinspectie, de milieuvergunningverlener en de brandweer al samen. Probleem is alleen dat men vervolgens een verslag schrijft en als je ziet wat voor voeten dat in de aarde heeft… De praktijk is weerbarstig. De overheid zegt wel vanuit een loket te willen werken, maar de verzuiling staat het nog in de weg.’ Schrover verwacht dat die ene norm voor managementsystemen er uiteindelijk wel zal komen. Omdat de structuren van de arbo- en milieuzorgsystemen op elkaar aansluiten, voorziet hij op de lange termijn een norm waarin dan ook kwaliteit is opgenomen.

 

Verhoef ziet, in tegenstelling tot Schrover, niets in het verschuiven van verantwoordelijkheden voor certificatie van de overheid naar het bedrijfsleven. ‘De overheid heeft de behoefte om certificatie over te laten aan het particulier initiatief. Dan hoeft zij het niet meer te doen. Dat leidt tot niets. Het is een papieren gebeuren en een enorme geldmachine. De certificerende instantie komt ieder jaar langs en levert om de drie jaar een fabuleuze rekening in. Met dit systeem worden arbo en milieu totaal niet geholpen. Goede arbo en goede milieuzorg kunnen samen optrekken, maar dan moet de behoefte wel van binnenuit worden gevoeld. Anders niet.’

 

Reageer op dit artikel