artikel

KWALITEIT KEURINGEN LIFTEN EN KRANEN

Wetgeving

Door grote concurrentie op de keuringsmarkt staat de kwaliteit van periodieke keuringen van liften en hijskranen onder druk. Certificatie- en keuringsinstellingen (cki’s) concurreren met elkaar op prijs, keuringsduur en klantvriendelijkheid en doen onvoldoende om de kwaliteit van de keuringen te waarborgen. Dat staat in de vorige maand verschenen IWI (Inspectie voor Werk en Inkomen)-rapporten ‘Hoog spel; een onderzoek naar effecten van liberalisering van de keuringsmarkt op de kwaliteit van keuringen van liften en hijskranen’ en ‘Onafhankelijkheid bij periodieke liftkeuringen’.

 

De druk is het grootst bij de keuring van hijskranen. Cki’s voor hijskranen zeggen de grootste marktdruk van hun concurrenten te ervaren. De liftkeurders staan vooral onder druk van liftenfirma’s. Omdat de liftkeurders voor een steeds groter deel van hun omzet afhankelijk worden van die grote firma’s, komt hun onafhankelijkheid in het geding, aldus de IWI. De cki’s in de werkvelden liften en kranen zijn zich bewust van de bedreigingen voor de kwaliteit van de keuringen, maar doen niet genoeg om de ongewenste ontwikkelingen tegen te gaan, zo stelt de inspectie. Ze werken onvoldoende samen. Dat komt vooral door een gebrek aan onderling vertrouwen. De inspectie vindt dat de cki’s onvoldoende duidelijke uitvoeringsnormen hebben vastgesteld. Sinds eind jaren negentig wordt, onder invloed van Europese regelgeving, de verlening van certificaten voor arbeids- en productveiligheid opengesteld voor verschillende aanbieders. In 1997 werd de keuringsmarkt voor hijskranen geliberaliseerd, in 2001 de markt voor liftkeuringen.

 

Drie jaar geleden was de strijd tegen RSI nog niet echt in volle gang, blijkt uit een analyse van TNO van de nationale Enquete Arbeidsomstandigheden. In 2003 vroeg TNO aan 10.000 werknemers welke maatregelen hun werkgever het voorgaande jaar had genomen om klachten aan arm, nek of schouder tegen te gaan of te voorkomen. Slechts acht procent van de werknemers meldde verbeteringen van de werk- en pauzetijden en drie procent aanpassingen van het takenpakket. Het aanpassen van de werkplek (35%) en het geven van voorlichting (24%) kwamen vaker voor. Het aantal werknemers met regelmatige of langdurige klachten aan arm, nek en schouder is, volgens vorige maand gepubliceerd, onderzoek van TNO tussen oktober 2000 en oktober 2002 gestegen van 26 naar 28 procent. Nederland is daarmee een Europese middenmoter. Scandinaviers rapporteren de meeste RSI-klachten, Ieren de minste. TNO presenteerde deze gegevens op de Internationale RSI Awareness Day, die op de enige niet-repetitieve dag van de kalender wordt gehouden: de laatste dag van februari.

 

 

De arbeidsinspectie heeft het rapport over het ongeval in de Amercentrale klaar. Binnen een half jaar gaat een rechtszaak tegen verdachten van start. Dat zegt directeur Jaap Uijlenbroek van de Arbeidsinspectie in een interview met dit blad. In de Amercentrale stortte op 28 september 2003 een steiger in, waardoor vijf onderhoudsmedewerkers omkwamen. Zolang het Openbaar Ministerie nog bezig is met de voorbereiding van de rechtszaak, blijft het rapport geheim en krijgen ook Kamerleden geen antwoord op hun vragen.

 

Volgens de Nederlandse Politiebond houden politiekorpsen er een schaduwboekhouding op na om zo te voldoen aan de Arbeidstijdenwet. Dat zei woordvoerder Jan Willem van de Pol vorige maand in het tv-programma NOVA en dagblad De Telegraaf. ‘Een tijd lang is er aandacht geweest voor de werkroosters, maar inmiddels is dit een stille dood gestorven’, vertelde Van de Pol de ochtendkrant. ‘In plaats daarvan is er nu geregeld een dubbele boekhouding.’ Volgens de NPB pleegt de politie valsheid in geschrifte en doet het ministerie van Binnenlandse Zaken, de werkgever van de politie, hier niets tegen. PvdA-kamerlid Peter van Heemst heeft minister Remkes van Binnenlandse Zaken ter verantwoording geroepen.

 

Werknemers in Sociale werkvoorzieningen moeten vooral zelf hun veiligheid in de gaten houden. Van hun leidinggevenden hoeven ze in elk geval weinig controle te verwachten, zo blijkt uit een onderzoek van de Arbeidsinspectie. De dienst constateerde dat in de helft van de bezochte SW-bedrijven leidinggevenden onvoldoende toezicht hielden op het werken met gevaarlijke machines. Verder overtrad maar liefst 86 procent van de ondernemingen de Arbowet. In bijna 20 procent van de gevallen zag de AI zich genoodzaakt om het werk stil te leggen. Ongeveer eenderde van de werknemers in de sector is verstandelijk gehandicapt. Juist voor hen is toezicht van groot belang.

 

Oplosmiddelen in verf vormen niet alleen een rechtstreekse bedreiging voor de gezondheid van schilders zelf, maar ook van hun nageslacht. Volgens onderzoekers van het Universitair Medisch Centrum St. Radboud in Nijmegen lopen schilders een vijfmaal zo grote kans om een kind te krijgen met aangeboren afwijkingen als andere beroepsgroepen.

 

De onderzoekers vergeleken schilders met timmermannen. Ongeveer 4 procent van de onderzochte schilders had kinderen met een aangeboren afwijking, tegen de 0,7 procent van de timmerlui. Ter vergelijking: voor de gehele bevolking ligt dat percentage op anderhalf tot twee procent. Bij vijf procent van de kinderen van schilders werd een geestelijke afwijking gediagnosteerd, zoals voor ADHD. Bij de kinderen van timmerlieden lag dat percentage op twee procent. De onderzoekers keken ook naar de kans op een miskraam en vroeggeboorte en de tijd die het kost om zwanger te raken. Ook op deze gebieden.

 

Een aantal nieuwe branches sluit zich aan bij het Convenant Stoffen. Onder andere tandtechnici, orthopedische schoentechnici, tandheelkundigen en kunstenaars gaan maatregelen nemen om veiliger en milieuvriendelijker met gevaarlijke stoffen om te gaan. Al eerder onderschreven brancheorganisaties van producenten van chemische stoffen, handelaren in chemicalien en textielproducenten het tot 2006 lopende convenant. Via het aan het convenant gekoppelde programma Versterking scoorden schilders slechter dan timmerlieden, maar de verschillen waren statistisch niet voldoende groot om er consequenties aan te verbinden.

 

Het onderzoek strekte zich uit over schilders die tussen 1970 en 2000 kinderen kregen. Sindsdien zijn schilders verplicht om binnenshuis oplosmiddelenarme verf te gebruiken. Daarom is het de vraag of het onderzoek nog relevant is voor de risico’s die schilders momenteel lopen.

 

Volgens onderzoeker M. Hooiveld geeft echter ook een lage blootstelling nog een verhoogd risico op kinderen met een aangeboren afwijking. De onderzoekers schatten van elke schilder de blootstelling aan oplosmiddelen met een model. Hoe groter de blootstelling was geweest, hoe groter de kans op afwijkingen in het algemeen bleek te zijn. Voor lichamelijke afwijkingen bleek echter zelfs een geringe blootstelling al voor een verhoogd risico te zorgen.

 

Arbeidsomstandighedenbeleid Stoffen (VASt) komen de nieuwe branches nu in aanmerking voor subsidies voor projecten voor veilig en gezond werken.

 

De tien branches die al eerder bij het convenant betrokken waren hebben inmiddels een plan van aanpak en brancherichtlijnen opgesteld en de in hun branche gebruikte stoffen geinventariseerd. Een onlangs opgericht platform gericht op kennisuitwisseling en afstemming moet branches van elkaar laten leren.

 

De laagstbetaalde Nederlanders zijn het meest ontevreden over hun werktijden. Dat blijkt uit het Tijdwijzer-onderzoek onder 29.000 werknemers dat de Stichting Loonwijzer en Regioplan vorig jaar hielden en vorige maand publiceerden. Over het algemeen blijken Nederlanders tevreden over hun werktijden. Slechts vijf procent van de ondervraagden zegt niet tevreden te zijn over de tijdstippen waarop hij of zij werkt. Wel is vijftien procent ontevreden over mogelijkheden zelf werktijden te bepalen. De laagstbetaalden komen er het slechtst af. Vooral werknemers in horeca en supermarkt zijn ontevreden. Meer dan tien procent van de ondervraagden in die sectoren klaagt over de tijdstippen waarop ze werken. Bijna een kwart van de werknemers in de horeca, supermarkt, beveiliging, installatie/afbouw en het wegvervoer klaagt over de mogelijkheden om zelf werktijden in te delen. Volgens de onderzoekers komt horecapersoneel vaak niet aan de lunch toe, maken vrachtwagenchauffeurs standaard dagen van meer dan elf uur en eisen supermarkten van medewerkers een flexibele inzet op straffe van ontslag. Volgens de onderzoekers staan de uitkomsten van dit onderzoek haaks op de voorgenomen wijziging van de Arbeidstijdenwet, die werkgevers juist meer speelruimte verschaft voor flexibele inzet van personeel. De FNV liet al weten die grotere speelruimte te willen beperken bij de CAO-onderhandelingen.

 

‘Arbodiensten hebben niets te vrezen’, kopten wij enkele nummers geleden op voorspraak van de marktonderzoekers van Heliview. De afschaffing van de verplichte aansluiting bij een arbodienst zou niet tot een exodus van klanten leiden. Marketconcern komt in zijn Arbodienstenmonitor 2005 tot dezelfde conclusie. Meer dan de helft van de ondervraagde werkgevers zou het contract te willen handhaven, zeven procent wil het beperken en negentien procent, van vooral kleinere ondernemingen, denkt zonder arbodienst verder te gaan.

 

Omdat allochtonen meer moeite hebben met het verwoorden van lastig vast te stellen medische klachten, benaderen bedrijfs- en verzekeringsartsen ze soms anders dan autochtone werknemers. Dat blijkt uit het onderzoek ‘Arbeidsongeschiktheid, reintegratie en etniciteit’ van de sectie Gezondheidsethiek en Wijsbegeerte van de Universiteit van Maastricht. Volgens de Limburgse wetenschappers is het niet duidelijk of de haperende communicatie gevolgen heeft voor de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid van de allochtone client.

 

Volgens de Mogroep (Maatschappelijk Ondernemengroep) is agressie een belangrijke ziekmaker in de branche Welzijn & Maatschappelijke Dienstverlening. Medewerkers krijgen gemiddeld vier keer per jaar met agressie te maken, terwijl naar schatting een op de tien ziekmeldingen met agressie te maken heeft in de branche, zo stelt de Mogroep. Bij de helft van de incidenten gaat het om fysiek geweld, schoppen, slaan of zelfs het gebruik van mes of pistool. De sociale partners in de sector willen de komende drie jaar het aantal agressie-incidenten met twintig procent verminderen.

 

De beveiligingsbranche wil de komende twee jaar het verzuim met twintig procent verminderen. Dat staat in het Arboplusconvenant Beveiliging dat vorige maand werd afgesloten. De branche wil grote arbeidsrisico’s als werkstress, lichamelijke belasting en agressie aanpakken. Het convenant loopt tot april 2007. Voor de uitvoering is 1,3 miljoen euro beschikbaar.

 

Overheid en sociale partners trekken 1,8 miljoen euro uit om binnen tweeenhalf jaar het ziekteverzuim in viswinkels, bloemenzaken en de detailhandel in aardappelen, groente en fruit met twintig procent te verlagen.

 

Dat staat in het arboplusconvenant van de branches ambulante handel en detailhandel in AFG, bloemen en vis. De branche wil het aantal mensen omlaag brengen dat geregeld zwaar werk doet of lang staat. Voorlichtingsmateriaal, trainingen en workshops over gezond werken en tegengaan van criminaliteit moeten hiervoor zorgen. Iedere branche krijgt verder een toolkit met praktische instrumenten op het gebied van verzuimbegeleiding en werkdrukvermindering. De convenantpartijen onderzoeken de mogelijkheden van een brancheloket voor de ondersteuning bij verzuimbegeleiding en -preventie, en als helpdesk voor vragen over personeelsmanagement, arbeidsomstandigheden en reintegratie.

 

Reageer op dit artikel