artikel

LANDELIJKE ARBOCATALOGUS VOOR BHV?

Wetgeving

Natuurlijk maakt een subsidie het interessant voor partijen om zich over de opzet van een arbocatalogus voor bhv te buigen. Heeft een dergelijk onderwerp landelijke impact, dan kun je betaald scoren met een behoorlijke invloed. Maar in de discussie over de voorwaarden voor een subsidie wordt wel eens vergeten om goed naar het nut van een landelijke arbocatalogus te kijken. Het is raadzaam om de suggestie van een landelijke arbocatalogus bedrijfshulpverlening op haar merites te beoordelen. Bij die afweging gaat het om de wenselijkheid en de haalbaarheid. Een landelijke arbocatalogus voor bhv heeft zeker voordelen. Een dergelijk document zal veel impact hebben en daarmee bij iedereen bekend zijn. En het leidt tot een zekere eenduidigheid in de verwachting van de bedrijfshulpverlening.

 

Vraagtekens kun je stellen bij de wenselijkheid. De bhv dient voor de opvang bij incidenten, dus als alle preventieve middelen gefaald hebben. De preventie volgt uit de RI&E en het plan van aanpak, en dat doen de branches afzonderlijk. En terecht. Maar wat blijft er dan over? De inhoudelijke omschrijving zoals die in het verleden was opgenomen in het brandveiligheidsbesluit bhv, een product van de ministeries van BZK en SZW? Dan zijn we terug bij af. Tot vorig jaar werd de Arbowet uitgewerkt in het Arbobesluit; de trainingsparagraaf daarin verwees naar de beleidsregel 2.21, die weer verwees naar het brandveiligheidsconcept bhv. Als we het zo doen, zou de arbocatalogus meteen klaar zijn. Wel zo gemakkelijk. En omdat bijna iedere bhv’er een opleiding gevolgd heeft op basis van dat concept, ligt een conservatieve consensus meer voor de hand dan de drang naar vernieuwing. Het gaat dan om een uitwerking zoals diverse opleidingsinstituten in hun materialen hebben, met checklists over opleidingen, middelen en technieken. Ook de oude hierarchische structuur, afgeleid van de traditionele brandweerorganisatie, kan daarin terugkomen.

 

Dat zou niet wenselijk zijn. Het is niet onwaarschijnlijk dat de partijen proberen om de bhv zo minimaal mogelijk te regelen, met lastenverlichting als argument. De bhv wordt daarmee een opgeleide trukendoos zonder inzicht om zelfstandig te handelen. Dat geeft risico’s als de leidinggevenden in de bhv niet aanwezig zijn of bij een incident uitvallen.

 

Om het positief te benaderen, zou een bhv-arbocatalogus voor het proces moeten verwijzen naar NEN 4000, die de bedrijfshulpverlening omschrijft als een kwaliteitsproces. Daarmee leren bhv’ers geen trucjes, maar leren zij zelfstandig nadenken en communiceren over de risico’s en de maatregelen. De variaties in risico’s hebben deels betrekking op de werkzaamheden, maar vooral op het gebouw. De meeste werknemers zijn werkzaam in een kantooromgeving, een publieksgebouw (ook winkels) of een school. Voor werknemers op plekken met grotere risico’s, zoals de industrie en de vervoersector, zijn de risico’s zo specifiek dat ze op brancheniveau kunnen worden benaderd. Voor deze doelgroep zal een landelijke arbocatalogus voor bhv zijn doel voorbijschieten.

 

Bij de algemene en gebouwgebonden risico’s gaat het om:

 

– Algemene bhv-vaardigheden. Iemand in een kantoor kan net zo goed onwel worden als iemand in een metaalverwerkingsbedrijf.

 

– Mogelijke gevolgen in relaties tot de risico’s van de werkzaamheden. Dit geldt met name voor de zware industrie, waar de risico’s groot zijn. Maar ook voor de transportsector, waar het arbeidsmiddel tevens de werkomgeving is. Het verband tussen risico’s en bhvtaken is daar veel directer dan in een kantoor.

 

– De operationaliteit van de bhv. Denk aan de aard, de grootte en de inrichting van het gebouw, en wat over het algemeen wordt verwoord als ‘maatgevende factoren’. In de praktijk is dit maatwerk De maatgevende factoren zijn voor ieder gebouw anders. Dit stond in het verleden in het Arbobesluit (2.17) en staat nu in NEN 4000. Deze factoren zijn mede bepalend voor de organisatie van de bhv.

 

– Een borging dat de bhv’ers werkelijk bekwaam zijn hun taken uit te voeren. Daarbij kan certificering behulpzaam zijn, maar het is geen must. De werkgever kan ook kiezen voor intern borgen van de bhv-kwaliteit.

 

Het gaat om het beheersen van de risico’s, en dat levert uiteindelijk kostenbesparing op. Blijft de vraag of een arbocatalogus hiervoor de aangewezen weg is.

 

Een landelijke arbocatalogus is zeker haalbaar als er voldoende subsidie voor beschikbaar is. Met goede afspraken over de projectaanpak, de planning en de promotie kan de spin-off nog gunstiger uitpakken voor degene die de klus krijgt. Bij een contractwaarde onder € 137.000 is openbare aanbesteding niet nodig. Tegenover het nadeel van de marktwerking staat dan het voordeel van ontbrekende aanbestedingsrompslomp.

 

Dat roept meteen de nodige vraagtekens op over de kwaliteit van het bereikte resultaat. Om te beginnen: wie zijn er betrokken bij een dergelijke afspraak? Zijn dat de sociale partners van alle branches? Of gaan we uit van de koepels VNO-NCW en MKB-Nederland voor de werkgevers en FNV/CNV en de Unie voor de werknemers? Het risico bestaat dat deze partijen, hoe bedreven ook in het politieke spel, te ver van de werkvloer verwijderd zijn als het op de inhoud aankomt. Dat valt op te lossen door het instellen van werkgroepen met experts. Die hopelijk niet worden teruggefloten door de sociale partners of buitenspel gezet door de politiek, zoals gebeurde met het unanieme SER-advies over de nieuwe arbeidsomstandighedenwet.

 

Een vraag die daarop volgt, is wat het niveau van een dergelijke regeling wordt. Dat bepaalt tenslotte de mate waarin we vinden dat we voorbereid zijn op een noodsituatie. Het niveau is sterk afhankelijk van de expertise van de betrokkenen. Tot nu toe is de toetsing van de arbocatalogi door de Arbeidsinspectie marginaal geweest, en dat is ook het beleid. Er wordt heel bewust niet getoetst op de deskundige inbreng van arbodeskundigen. Zolang je maar niet tegen de wet ingaat en de sociale partners overeenstemming hebben, zou de Arbeidsinspectie een regeling accepteren waarin staat dat alle meisjes een piemel hebben – bij wijze van spreken.

 

Uiteindelijk is een landelijke arbocatalogus haalbaar als deskundigen die een afspiegeling vormen van de belanghebbenden, hem ontwikkelen.

 

Een landelijke arbocatalogus voor de bhv is niet direct noodzakelijk. Als de politiek anders besluit, is het van belang om goed te kijken naar de knelpunten op het vlak van wenselijkheid en haalbaarheid. Alleen dan zal het resultaat bruikbaar zijn. Gebeurt dit niet, dan levert het window dressing op en kunnen we wachten op de volgende ramp.

 

Reageer op dit artikel