artikel

‘Metaalelektro verdwijnt bij huidig beleid’

Wetgeving

De sector die Kraaijeveld vertegenwoordigt, heeft ruim 300.000 mensen in 2800 bedrijven werken. Deze bedrijven produceren metaal-, kunststofen elektronicaproducten. Op het hoofdkantoor van FME-CWM in Zoetermeer werken tweehonderd mensen in een organisatie die

 

‘zo plat is als een pannenkoek’.

 

Volgens de voorzitter en tevens directeur van de vereniging gaat de ene na de andere onderneming weg uit Nederland. Onder andere vanwege de volgens hem te rigide arboregels. ‘Ik had gisteren een bestuursvergadering met mensen van het ministerie van Economische Zaken erbij. Een van mijn bestuursleden vertelde zijn productie naar elders in Europa te brengen. Hij wil uitbreiden en moet hier minstens anderhalf jaar wachten voor hij duidelijkheid krijgt. In Italie duurt dat een maand. Nog geen twee meter van hem vandaan zat een ondernemer uit Weert. Die kon niet uitbreiden omdat de bodem eerst afgezocht moest worden naar archeologische vondsten.

 

Weert! Of all places! Hoogmoed komt voor de val in Nederland.

 

Ik voorspel dat heel veel productie verdwijnt als niet als de donder de regelgeving schoongemaakt wordt. Zo‘n arboconvenant is een extra aanslag op het toch al slechte ondernemersklimaat hier. Ze kunnen straks fluiten naar de vennootschapsbelasting.

 

Europa gaat down de drain. En Nederland gaat als eerste door het putje.’

 

Kraaijeveld begon zijn beroepscarriere in het chemisch laboratorium van de Vrije Universiteit van Amsterdam, daarna was hij elf jaar conrector en leraar op een middelbare school. Geen echte bedrijfsmatige achtergrond.

 

Toch stroomt het ondernemersbloed door zijn aderen. Zijn vader had een weg- en waterbouwbedrijf en de kleine Kraaijeveld rekende op zijn achtste al bestekken uit. ‘Ik kon rekenen als een spetter. Ik had al snel in de gaten dat omzet minus de kosten alles is waar het om draait.’

 

De laatste 25 jaar van zijn beroepsmatig leven bracht hij door bij de FME-CWM. De laatste zes jaar als voorzitter. ‘De arbeidsomstandigheden in Nederland zijn heel erg verbeterd. Toen ik begon, wisten we wat een zuurkast was en we hadden afzuiging, maar over de kankerverwekkende eigenschappen van sommige oplosmiddelen wisten we niets. Daarin hebben we heel wat bereikt, maar helemaal leven zonder risico kan niet. Wij veinzen dat wel. De terroristische aanslagen van de laatste tijd bewijzen dat maar weer eens. Een heel bataljon arbeidsinspecteurs kan daar nog niets tegen uitrichten.

 

Ik kom hele rare mensen tegen bij de Arbeidsinspectie. Ik ben dus erg geinteresseerd in de effecten van die extra inspectie.’

 

Volgens Kraaijeveld kan en mag er geen twijfel over bestaan wie het arboconvenant in de sector heeft opgezegd. Hijzelf namelijk.

 

Toch heeft de FME-voorman er geen moment spijt van. En hij erkent ook geen schuld. ‘Ik weiger met figuren aan tafel te gaan zitten die menen dat ik schuldig ben aan het mislukken van het convenant. Daar ben ik echt razend over. Ik wil best een arboconvenant sluiten. Maar dan wel over het beschikbaar stellen van voorlichtingsmateriaal aan de bedrijven over bijvoorbeeld lasrook. Ik weiger principieel om me te verplichten aan extra eisen. Bedrijven moeten zelf weten wat ze met het voorlichtingsmateriaal doen. We hebben een Arbowet. Daar moet iedereen netjes aan voldoen. Waarom zou je daar een soort subjuridische regelgeving bovenop leggen?

 

Ik durf best te stellen dat al die miljoenen die geinvesteerd zijn in arboconvenanten rechtstreeks in de zakken van allerlei adviseurs terechtkomen. Waarom zou een metaalbedrijf elk jaar een plan moeten inleveren bij mij en bij de vakbeweging in het kader van een arboconvenant? Kom nou!

 

Rutte en zijn ambtenaren keken erg dreigend toen ik zei dat ze die 2,5 miljoen die ze beschikbaar stelden voor het convenant beter aan Zalm konden geven. Die schijnt nog wat geld te kort te komen. Maar bang ben ik niet, kom maar op.’

 

Toch is het ministerie erg trots op het arboconvenantenbeleid.

 

Het zou voor een forse daling in het ziekteverzuim zorgen. ‘Daar geloof ik niets van. Er zijn twee oorzaken die voor een daling zorgen: de slechte economie waardoor mensen bang zijn hun baan te verliezen en de Wet verbetering poortwachter. Dat is echt een goede stap geweest.

 

Zo’n twintig jaar geleden keek de directeur zijn 55-jarige werknemer aan en vroeg hem of hij het nog wel leuk vond. De man zei ‘nee eigenlijk niet’, om vervolgens bevestigend te antwoorden op de suggestie van de baas dat hij zich niet zo lekker meer voelde. Een persvers systeem dat tot zeven- tot achthonderdduizend WAO’ers leidde. Poortwachter maakt daar een einde aan. Verzuim is nu een gedeelde verantwoordelijkheid.’

 

Voor die andere ‘perversiteit’ in de arbeidsongeschiktheidwetgeving Risque social dan wel risque professionel heeft zelfs Kraaijeveld geen oplossing.

 

‘Daar worstelen wij niet alleen mee, ook in landen als Australie levert dat hoofdbrekens op. Ik heb wel een leuke anekdote uit Belgie. Daar viel een man thuis van de trap, de volgende morgen sleepten zijn maten hem naar het bedrijf om ervoor te zorgen dat het onder het risque professionel viel. Elk systeem kent zijn scherpe randjes. Dus ook risque professionel.’

 

Anekdotes, het is het toverwoord in het betoog van de ‘metaalbaas’.

 

Wie Kraaijeveld aanhoort, krijgt de ene na de andere anekdote om de oren. De voorzitter is een man van de praktijk. Elk jaar maakt hij een rondje langs de velden en bezoekt hij in een landelijke toer tal van bedrijven.

 

Met als resultaat dat hij naar eigen zeggen inmiddels 2000 van de 2800 aangesloten bedrijven bezocht. Om zijn antibureaucratische kruisvaart kracht bij te zetten vertelt hij verhalen van controleurs die door de werkvloer weggepest worden. Van een werknemer die in verwarde toestand het bedrijf in de brand steekt, vervolgens in de WAO belandt en het bedrijf met een hoge pembaboete opscheept.

 

Van een oud-staatssecretaris die

 

‘bijna opgevreten’ werd door de metaalondernemers. En slinkse manieren van werknemers met een tijdelijk contract om toch in aanmerking te komen voor een WAO-uitkering. ‘Dan hebben we het dus wel over een extra kostenpost voor een onderneming waar iedereen voor opdraait.

 

Dus ook de ex-collega’s.’

 

Het mag geen verrassing heten dat Kraaijeveld de huidige Arbowet meer dan voldoende vindt om de arbeidsomstandigheden netjes te regelen. En dan gaat de regelgeving uit Europa daar nog boven. Want waarom zou je in Nederland vinden dat er pakweg 23 kilo getild mag worden, terwijl Europa 25 kilo ook goed vindt? ‘We zijn te ver doorgeschoten.

 

Ik weet dat FME-CWM een slecht imago heeft. Als je bij Kraaijeveld gaat werken, loop je

 

‘s middags al naar het ziekenhuis, dat idee. Nou, ons kantoor hier in Zoetermeer, en onze hele bedrijfstak trouwens, heeft een verzuimpercentage en een WAO-instroom waar bijvoorbeeld de vakbeweging niet aan kan tippen. Ik doe de Risico Inventarisatie en Evaluatie wel, maar vindt het onzin. FNV Bondgenoten heeft een verzuim dat vele malen hoger is dan bij ons en een pembapremie van hier tot aan de achterdeur. Waarmee ik maar wil zeggen dat werksfeer belangrijker is.’

 

Inspectiediensten moeten zich houden aan het handhaven van de wet. Niets meer en niets minder, zo meent Kraaijeveld.

 

Het bedrijfsleven heeft een voortrekkersrol in die wetgeving, waarna de politiek volgt, maar de laatste jaren zijn we te ver doorgeschoten. ‘Wetgeving ontstaat vaak op de werkvloer en wordt dan later overgenomen door de politiek. Zo ontstond bij Gist Brocades de pensioenwetgeving, later nam de politiek deze over. We hebben inspectiediensten in het leven geroepen om deze wetgeving te handhaven.

 

Die moeten dus niet zoals de Arbeidsinspectie de sociale partners controleren. We hebben nu al te maken met de NMA, de Arbeidsinspectie, milieu-inspectie en weet ik niet wat allemaal nog meer. Veel arbomensen hebben een tunnelblik. Het gezond verstand is vaak zoek. Ze zien niet dat we al aan zoveel regeltjes moeten voldoen, buiten arboconvenanten om. Dat is echt quatsch.‘

 

Bedrijven naar het buitenland, te veel regels, het zijn de bekende woorden van de ‘vrije jongens’ die lak hebben aan milieu of buitenland. Kraaijveld kent de redenatie, maar hij voelt zich niet aangesproken. ‘Bedrijven die over de grens gaan, krijgen vaak het verwijt dat ze dat doen omdat ze daar zonder probleem in de sloot kunnen lozen en omdat landen daar niet zo aan arbo hechten. Maar ik ben laatst met Lodewijk de Waal in China geweest en heb daar bedrijven van Akzo en Shell bezocht. Nou, het is daar top of the bill hoor!

 

Dezelfde normen als hier in Nederland. Denk je nou dat ze daar de tent onder de lasrook laten om ‘s middags de werknemers naar het ziekenhuis te sturen?’

 

Met diezelfde stereotypering kampen zijn aangesloten bedrijven.

 

De metaal zou een branche van niet lullen maar poetsen zijn. Tot op zekere hoogte is dat misschien wel zo, maar niet op arbogebied, zo beweert Kraaijeveld.

 

‘Bedrijven met een hoog verzuim krijgen van collega’s echt wel te horen dat ze iets aan hun arbo moeten doen. We zitten onder het landelijk gemiddelde met het ziekteverzuim. Al hebben en hadden wij natuurlijk ook onze negatieve uitschieters. Zo had Nedcar in Born een heel hoog verzuim. Arbo Unie heeft daar een project opgestart dat voor een forse daling zorgde.

 

Mijn vriend Dick van der Laan van de Arbo Unie is daar mede verantwoordelijk voor. Het loont, want hij heeft nu ook het contract bij de NS binnengesleept. Als je ondernemers voorrekent dat ze geld kunnen besparen, heb je helemaal geen verplichte aansluiting bij een arbodienst meer nodig.’

 

Het SER-compromis van een opting out-stelsel voor arbodiensten kan dan ook op de instemming rekenen van Kraaijeveld, die tevens SER-lid is. Hij snapt niet waarom het MKB de in zijn ogen eerste stap op weg naar liberalisering dwarsboomde door niet achter het SER-advies te gaan staan. ‘MKB kijkt niet verder dan Delft. Het is een soort broedertwist met VNO-NCW.

 

Als zij voor zijn, zijn wij tegen.

 

Dat idee.’

 

De boodschap van Kraaijeveld is duidelijk. Minder zeuren, meer werken. Want we worden als Noordwest-Europa links en rechts ingehaald. En Kraaijeveld zou Kraaijeveld niet zijn als hij dit niet met een praktijkgeval bewijst.

 

‘Siemens wil haar productie van handgemaakte mobieltjes verplaatsen als de arbeidsduur niet verlengd wordt in Duitsland.

 

We hoeven niet terug naar werkweken van tachtig uur, maar wel naar 45 uur. Ik sprak laatst een groep ambtenaren van Economische Zaken. Zij waren in China en India geweest en ineens overtuigd dat we echt harder moeten werken. Maar geef zelf maar eens toe dat je terug moet van 51 naar 25 vrije dagen.’

 

Reageer op dit artikel