artikel

Minder regels, meer verantwoordelijkheid

Wetgeving

In de nieuwe Arbowet staan voornamelijk doelvoorschriften. Het is vervolgens aan de sociale partners om daar nadere invulling aan te geven door middelvoorschriften op te stellen in de zogenoemde ‘arbocatalogi’. Deze bieden daarmee algemene ‘oplossingen’ voor het beheersen van risico’s in een branche en het realiseren van de in wettelijke doelvoorschriften vastgelegde veiligheidsniveaus. Om van de te bereiken doelstellingen naar de geschikte middelen te komen, ligt het voor de hand om de werkprocessen te beschrijven en de risico’s te analyseren. Dat betekent het volgende:

 

– Sociale partners leggen de algemene uitgangspunten vast in een Arbocatalogus op brancheniveau;

 

– De werkgever en werknemers (vertegenwoordiging) stellen de concrete uitwerking op locatieniveau vast.

 

Naar verwachting zal bhv een lastig onderwerp in de Arbocatalogi worden. De risico’s zijn deels wel op brancheniveau te identificeren, maar de invulling van de bhv is vooral gerelateerd aan de specifieke situatie op een Iocatie. De risico’s waar de bhv mee te maken heeft, zijn niet alleen afkomstig van de bevindingen in de branche. Er zijn algemene risico’s en risico’s die specifiek samenhangen met de locatie. Daar moet de bhv op voorbereid zijn. NEN 4000 helpt met de vertaalslag naar de bhv op de Iocatie. Onderdeel van een arbocatalogus wordt dus een algemene’oplossing’voor het inrichten van de bhv. Daarvoor kan de branche goed verwijzen naar NEN 4000, omdat deze norm een algemene aanpak geeft voor een bhv die aansluit bij de bedrijfsspecifieke RIE. NEN 4000 krijgt daarmee een plaats waar een bedrijf de algemene oplossingen uit de arbocatalogus op maat zal gaan invullen.

 

Volgens NEN 4000 moet de bhv worden gerelateerd aan de locatiespecifieke risico-inventarisatie en -evaluatie (RIE). Daarbij geeft NEN 4000 criteria voor de juiste voorbereiding op een noodsituatie en gaat uit van een planmatige aanpak. Deze norm stelt eisen aan onderwerpen die rechtstreeks vallen onder de directieverantwoordelijkheid (beleid, taken, verantwoordelijkheden & bevoegdheden en communicatie) als start van de kwaliteitscyclus voor de bhv. Hierbij wordt uitgegaan van de wettelijke en andere eisen op het gebied van bhv, alsmede de RIE en het daarop gebaseerde Plan van Aanpak. Dat leidt tot een bhv-plan waarin de risico’s worden beoordeeld. De stappen die leiden tot het bhv-plan zijn:

 

Inventarisatie van de bestaande gegevens. Vrijwel ieder bedrijf heeft al een bhv-organisatie. Kijk wat goed loopt en wat er beter kan.

 

Nulmeting. Je legt vast wat de uitgangssituatie is om naderhand de verbeteringen te kunnen toetsen.

 

– Het vaststellen van de maatgevende factoren (zie kader). Je kijkt heel praktisch wat er nodig is om uitgaande van de RIE en het Plan van Aanpak de bhv te laten functioneren Vooral van belang zijn de verwachte hoeveelheid aanwezigen, de benodigde voorzieningen voor niet-zelfredzame personen en de werktijden van de bhv’ers ter plaatse. Houd ook rekening met parttimers, werkzaamheden buiten de deur, ziekte en verlof, en daarnaast eventuele onregelmatige openingen (avond, nacht, weekend).

 

– Zorg op maat. leder bedrijf of instelling is verschillend, en je moet altijd in kunnen spelen op veranderde situaties, dus de bhv blijft maatwerk.

 

In het bhv-plan worden vervolgens onder meer de volgende zaken vastgelegd:

 

– de risicoscenario’s en daarop getroffen maatregelen;

 

– capaciteit en competentie bhv;

 

– opleidingsplan en oefenschema;

 

– alarm- en noodprocedures.

 

Op basis van het bhv-plan kan de bhv-organisatie worden opgezet, in overleg met de betrokkenen (or, personeelsvertegenwoordiging, betrokken medewerkers, bhv’ers).

 

Ais de bhv-organisatie is vastgesteld, wordt per bhv’er de benodigde opleiding bepaald. In het verleden waren deze opleidingen redelijk standaard, maar lang niet altijd afgestemd op de risico’s verbonden aan de werkzaamheden en de locatie. Met NEN 4000 wordt dat steeds meer maatwerk De meeste bhv-opleiders stemden hun training zelden met de klant op de RIE af. Dat was begrijpelijk omdat de oude regelgeving voorzag in het standaardprofiel van de bhv’er. Met de nieuwe arbeidsomstandighedenwet is er sprake van maatwerk, als gevolg van meer overleg tussen de sociale partners. Dat betekent dat de opleiding afhankelijk is van het bhv-plan, en niet omgekeerd. Ook moeten de uitgangspunten en de frequentie van oefenen goed op elkaar worden afgestemd. Dat verschilt van bedrijf tot bedrijf, en in de ene branche liggen de risico’s anders dan in de andere. Pas dan is de bhv operationeel.

 

Bhv is geen eenmalige oefening. Nieuwe risico’s, andere bedrijfsactiviteiten of indelingen maken het noodzakelijk om een goed opgezette organisatie in stand te houden. Daar komen het personeelsverloop in de bhv en het langzaam wegzakken van de kennis van de bhv’ers nog bij. Incidenten zijn immers schaars (gelukkig), maar dat betekent ook dat de bhv’ers na verloop van tijd minder scherp worden.

 

Daarom is het belangrijk om het bhv-plan regelmatig tegen het licht te houden en zo nodig bij te stellen, en ook de opleiding en de oefeningen daarop af te stemmen. Het is daarom raadzaam om het opleidingsinstituut een actuele RIE en Plan van Aanpak toe te sturen. Nog beter is het om de inhoud van de trainingsprogramma’s en de competentiepunten op de RIE en het Plan van Aanpak af te stemmen, om zo de kennis en vaardigheden van de bhv’ers optimaal te actualiseren. Het is verstandig om van alle oefeningen en incidenten een logboek bij te houden. Dat kan men dan bij de evaluatie gebruiken om te kijken in hoeverre het bhv-plan en eventueel de bhv-organisatie bijstelling behoeven. De directie beoordeelt uiteindelijk deze evaluatie, en daarmee is de cyclus rondo Op deze manier blijft het bedrijf of de instelling optimaal voorbereid op een noodsituatie.

 

Maatgevende factoren bij opstellen BHV-plan

 

Het uitgangspunt bij het opstellen van het bhv-plan is ‘zorg-op-maat’. Dit bereik je door de kritische interne en externe factoren uitgebreid te beschrijven. Deze factoren worden ‘maatgevend’ genoemd. In NEN 4000 staat een aantal stappen, als volgt verkort weergegeven:

 

1. Wat zijn de aanwezige gevaren (in het bedrijf en in de directe omgeving), de getroffen preventieve maatregelen, aanwezige middelen en voorzieningen?

 

2. Wat is de aard, de grootte en de ligging van het bedrijf of de inrichting?

 

3. Hoeveel mensen (werknemers, bezoekers) kun je verwachten en op welke tijden?

 

4. Bij hoeveel mensen is een mobiliteitsprobleem te verwachten?

 

5. Wat is de verwachte opkomsttijd en -mogelijkheden van brandweer en andere hulpverleningsorganisaties?

 

6. Is er een infrastructuur op het gebied van arbeidsomstandigheden?

 

7. Wat zijn de maatgevende brandscenario’s waarmee rekening is gehouden bij het verlenen van een gebruiksvergunning?

 

8. Welke mogelijkheid is er om met andere arbeidsorganisaties samen te werken bij meerdere werkgevers in een gebouw of bij aangrenzende gebouwen?

 

9. Wat is de aantoonbare aanwezige deskundigheid?

 

 

Reageer op dit artikel