artikel

Noodverlichting vergt ook onderhoud

Wetgeving

Bij de aanleg van noodverlichting gaat er altijd veel aandacht uit naar het ontwerp en de installatie. Gezien het veiligheidsbelang van noodverlichting is dit niet meer dan logisch. Omwille van deze veiligheid investeert men immers in een noodverlichtingsinstallatie.

 

Maar het onderhoud mag niet worden vergeten. Een noodverlichtingsinstallatie draagt immers alleen bij aan de veiligheid wanneer zij perfect functioneert. Juist bij noodverlichting moet elke schakel, en dus elke noodverlichtingsarmatuur, functioneren. In een noodsituatie moet de noodverlichting branden. Dit valt alleen te garanderen wanneer we de gehele noodverlichtingsinstallatie regelmatig volledig controleren en eventuele defecten herstellen. Het is een misverstand om te denken dat noodverlichting niet ‘slijt’ omdat ze toch bijna nooit aan is. Elke noodverlichtingsinstallatie bevat een aantal componenten met een beperkte levensduur, zoals lampen en batterijen. Bovendien werken invloeden uit de omgeving in op de onderdelen van de installatie. Vocht en extreme temperaturen vergen hun tol. Alleen daarom al dienen we onderdelen als lampen, batterijen, accu’s en andere elektronica regelmatig te testen. Ze zijn immers van essentieel belang voor een goede werking van een noodverlichtingsinstallatie.

 

In grote lijnen bestaan er twee soorten noodverlichting: centrale en decentrale. Het verschil zit hem in de voeding. Bij centrale noodverlichting is die centraal. Alle armaturen zijn aangesloten op een en dezelfde bron. Daarentegen heeft bij decentrale noodverlichting elke armatuur juist eigen voeding. Voor het onderhoud heeft dit onderscheid zeker gevolgen.

 

De meest voor de hand liggende eenvoudige testmethode bij decentrale noodverlichtingsarmaturen is een regelmatige visuele controle op de uiterlijke staat. Vervolgens kunnen we manueel controleren of de meest vitale functies naar behoren functioneren. Regelmatige volledige brandduurtests van elke armatuur zijn echter bijna niet meer manueel uit te voeren, omdat ze tijdrovend en dus duur zijn. Voor deze tests bestaat dan ook al lange tijd een eenvoudig, betrouwbaar en kostenbesparend alternatief: de elektronische automatische test. Veel toonaangevende noodverlichtingsfabrikanten hebben een dergelijke test in hun productenpakket zitten, die optioneel wordt meegeleverd.

 

Ook bij automatisch testende armaturen moeten we bij standaard decentrale armaturen de informatie over de toestand van de armatuur op de armatuur zelf aflezen. Daarvoor moeten we dus toch nog regelmatig alle armaturen nalopen. Dit is een tijdrovende en dus kostbare bezigheid, zeker wanneer we de bevindingen van deze controle ook nog moeten rapporteren. Daarnaast is in sommige omstandigheden synchronisatie van de testcycli van noodverlichtingsarmaturen gewenst. Bijvoorbeeld omdat we niet alle toestellen tegelijk willen testen of alleen willen testen wanneer er geen mensen in het gebouw aanwezig zijn. Vanwege het decentrale karakter van standaardnoodverlichtingsarmaturen is een synchronisatie van eenvoudige subtests niet eenvoudig.

 

Voor dit probleem bestaat er echter een oplossing. Centrale test- en controlesystemen voor decentrale noodverlichtingsarmaturen maken het mogelijk om gecontroleerd te testen, op het moment dat het de gebruiker uitkomt en met volledige centrale registratie van de resultaten. Sommige systemen bieden zelfs de mogelijkheid om armaturen in sectoren te verdelen en per sector te testen. Zodoende kunnen de geautomatiseerde testcycli zo worden geprogrammeerd dat ze voldoen aan de eisen van de NEN EN 50172. Verder is het ook mogelijk om vanaf een centraal punt een test te initieren. Met een centraal test- en controlesysteem vervangen we kostbare en tijdrovende controles en rapportages door een druk op de knop.

 

Om de noodverlichting goed te laten functioneren, moeten we defecten verhelpen. Voor kleinere locaties met goed bereikbare plafonds en ruimten levert het vervangen van een lamp of een accu in een decentrale armatuur meestal geen problemen op. Wanneer we in een locatie enkele honderden noodverlichtingsarmaturen hebben hangen, wordt het vervangen van de accu’s echter een tijdrovend en kostbaar verhaal. Als het dan ook nog om een industriele locatie gaat en de montagehoogten aanzienlijk zijn, wordt het nog duurder.

 

Voor dit soort locaties vormen centrale noodverlichtingssystemen de oplossing. Hierbij voedt een centraal opgestelde batterij de armaturen in geval van nood. Dikwijls zijn bij deze systemen centrale tests met statusuitlezing van de separate armaturen mogelijk. Deze geadresseerde centrale noodverlichtingssystemen bieden vaak ook de mogelijkheid om de testgegevens digitaal op te slaan of via een dataverbinding naar een beheersysteem te zenden. Afhankelijk van het formaat van het object vragen dergelijke systemen geen grote investering. Wel helpen zij het onderhoud en de reparatie aan noodverlichtingsarmaturen te beperken tot het vervangen van de lampen.

 

Ook bij het onderhoud van noodverlichting komt dus het nodige om de hoek kijken. Daarom is het van belang om bij de keuze van een bepaald systeem, centraal of decentraal, van tevoren over de onderhoudsaspecten na te denken. Een ding moet duidelijk zijn: de aanwezigheid van een noodverlichtingsinstallatie alleen is niet voldoende. De noodverlichting moet het in noodgevallen ook doen!

 

MEER INFO

 

De Arbowet schrijft het gebruik van noodverlichting en vluchtwegsignalering voor, zij het in vrij algemene bewoordingen. Aanvullende informatie is te vinden in de NEN EN 1838. Deze norm garandeert een minimaal veiligheidsniveau. Voor het testen van de onderdelen van noodverlichtingsinstallaties bestaat een aparte norm, de NEN EN 50172.

 

 

Reageer op dit artikel