artikel

‘Overheid voert onvoldoende regie’

Wetgeving

Volgens de voorzitter van de Onderzoeksraad voor Veiligheid voert de overheid onvoldoende regie op veiligheid. Het is daardoor nog steeds niet duidelijk hoe organisaties eigen verantwoordelijkheid voor veiligheid moeten invullen, stelt hij. Van Vollenhoven: ‘Veiligheid was lang, via regelgeving en toezicht, een taak van de overheid. Midden jaren tachtig veranderde de veiligheidsfilosofie en werd veiligheid meer een taak van de samenleving als geheel. Als organisaties eigen verantwoordelijkheid krijgen, moet de overheid minstens aangeven wat zij daaronder verstaat. Wat houdt dat in? Dat heeft de overheid niet gedaan.’

 

Ook de Arbowet legt meer verantwoordelijkheid bij werkgevers en werknemers voor veilig werken. Van Vollenhoven is ervan overtuigd dat beide partijen die verantwoordelijkheid kunnen dragen. ‘Maar je moet duidelijk maken welke verantwoordelijkheid zij als organisatie hebben.’

 

De vraag over de verantwoordelijkheden van overheid en organisaties, ondernemers en burgers ligt al een hele tijd in het midden, constateert Van Vollenhoven. ‘Oosting vond het in zijn rapport over de vuurwerkramp in Enschede onjuist om bij een ramp naar de overheid te wijzen. Een maatschappelijk debat moest volgens hem de balans opmaken tussen de omvang van de verantwoordelijkheid van de overheid en, in dit geval, de ondernemer.’ Dat maatschappelijke debat is zes jaar later nog nooit gevoerd, stelt Van Vollenhoven vast. ‘Ook voormalig minister Donner van Justitie vroeg na de Schipholbrand om een serieus debat tussen regering en parlement omdat ‘de rapporten van de Onderzoeksraad bij de overheid een zodanige verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid lijken te veronderstellen voor het voorkomen van rampen en gevaren, dat de vraag aan de orde moet komen in hoeverre zo’n verantwoordelijkheid nog te dragen is.’

 

De onduidelijkheid duurt voort door de enorme verkokering binnen de overheid, meent Van Vollenhoven. Veiligheid is verdeeld over departementen en binnen ministeries en voor verschillende onderwerpen zijn verschillende toezichthouders. ‘Het coalitieakkoord omschrijft veiligheid nog steeds als een kerntaak. Dan verwacht ik regie. Die wordt niet, onvoldoende of versnipperd uitgevoerd, omdat de verkokering zo heilig is. Aan het verbreken van de verkokering wil niemand zijn vingers wil branden.’ De verkokering belemmert nu ook goed toezicht door de overheid, aldus Van Vollenhoven. ‘Inspecties nemen nu maar een bepaalde sector voor hun rekening. Maar eigen verantwoordelijkheid is veel breder dan het werkterrein van de inspecties.’

 

Zelf pleitte hij tijdens de coalitiebesprekingen voor een minister van veiligheid. Die zou belast moeten worden met sociale veiligheid en fysieke veiligheid. Ondanks zijn pleidooi kwam het niet zover. Van Vollenhoven: ‘Voor security, sociale veiligheid, moet je de ministeries van Binnenlandse Zaken en Justitie hervormen. De fysieke veiligheid is helemaal over ministeries verspreid. Dat zien ze gewoon niet zitten. Dat is te veel rompslomp en dan schuif je het als kabinetsprobleem gewoon voor je uit.’

 

Van Vollenhoven raakt er aan gewend, zegt hij. ‘Als je de veiligheid wilt verbeteren, moet je een mentaliteit hebben van frappe touj ours en, helaas, rampen. Want zonder rampen gebeurt er weinig op het gebied van veiligheid.’ Volgens hem leren we maar schoksgewijs: ‘De Raad voor de Transportveiligheid was er nooit gekomen zonder Bijlmerramp en het treinongeval bij Hoofddorp. De Onderzoeksraad was er nooit gekomen zonder Enschede en Volendam. Nooit. Dat is gewoon de werkelijkheid. De logica ontbreekt dat het, bij een kerntaak van de overheid, zo langzaam met rampen moet gaan. Het is altijd een strijd.’

 

Volgens hem delft veiligheid nog altijd het onderspit tegen economische belangen. Van Vollenhoven: ‘Zelfs bij de NASA, waar je het niet zou verwachten. In de onderzoeksrapporten over de ondergang van de spaceshuttles stond dat veiligheidseisen het aflegden tegen budgeteisen en lanceerschema. Veiligheid kost een hoop geld. En je moet investeren in iets wat je hoopt nooit nodig te hebben. Dat is het probleem.’

 

Bij ongevallen toetst de Onderzoeksraad eigen verantwoordelijkheid op drie punten: een organisatie moet voldoen aan wet- en regelgeving, normen en richtlijnen vanuit de branche zelf hanteren, en een veiligheidsmanagement hebben gefocust op risicobeheersing. Van Vollenhoven: ‘Bij veel ongevallen die ik onderzocht, was de risico-inventarisatie onvolledig. Ik vind ook dat als een branche richtlijnen opstelt, een bedrijf zich daaraan moet houden. Anders moet je de richtlijnen niet opschrijven of veranderen. En een organisatie moet aangeven hoe zij de risico’s die zij kent of verkend heeft, wil beheersen. Een organisatie moet met dat proces bezig zijn.’

 

Volgens Van Vollenhoven onderschrijft de overheid sinds kort voor het eerst volledig dit referentiekader van de Onderzoeksraad. In een brief aan de Tweede Kamer over de brand in het cellencomplex Schiphol-Oost (18 oktober 2006) schrijft Hirsch Ballin: ‘De essentie van veiligheidsmanagement is dat het organiseren en organisatorisch verankeren van een wijze van werken waarbij risico’s worden geinventariseerd, aantoonbaar en realistisch worden aangepakt, de aanpak wordt uitgevoerd en gemonitord en er naar aanleiding van evaluaties permanent aandacht is voor mogelijkheden voor verbeteringen’. Van Vollenhoven: ‘Minister Donner legde verantwoordelijkheid nog beperkt uit. Volgens hem hoefde een organisatie niet verder te gaan dan de geldende wetten, normen en richtlijnen. Hirsch Ballin gaat verder. Opzienbarend is dat de overheid hier voor het eerst onderschrijft hoe zij vindt dat de eigen verantwoordelijkheid inhoud moet krijgen.’

 

Het wordt tijd om het maatschappelijke debat eindelijk eens te voeren, vindt de hoogleraar risicomanagement. ‘De Onderzoeksraad neemt daartoe dit j aar het initiatief’, verzekert Van Vollenhoven. Hij nodigt de NVVK uit actief mee te doen. De veiligheidskundigen pakken deze handschoen graag op. En: ‘Er zal bereidheid moeten bestaan om de consequenties van de uitkomsten van het debat voor de aard en omvang van de overheidstaak te aanvaarden’, citeerde Van Vollenhoven uit het onderzoeksrapport van Oosting.

 

Na de Schipholbrand bleek dat bij justitiele inrichtingen, ministeries en overheidsgebouwen voor ruim 800 miljoen euro aan veiligheidsmaatregelen getroffen moest worden. Van Vollenhoven: ‘Alleen om aan de regels te voldoen. Dat is natuurlijk heel merkwaardig. Wie heeft er dan toch al die tijd zitten slapen? Ik begrijp het eigenlijk niet. Natuurlijk moet je gebouwen soms aanpassen aan de tijd en bestemming. Maar ik vind het een fors bedrag.’

 

Desondanks geeft de overheid in het coalitieakkoord geen absolute garanties voor veiligheid. Dat is ook terecht, vindt Van Vollenhoven. ‘Het is nooit risicoloos. Nul ongevallen kan niet. Maar dat vind ik geen reden om er niet mee bezig te zijn. Als je een heel groot ziekenhuis bouwt, moet je wel weten hoe je patienten bij een brand eruit haalt. En misschien kun je best met achthonderd personen in een toestel vliegen, maar niemand praat nu over de consequenties als er iets gebeurt. Als iedereen het accepteert dat het een keer misgaat, vind ik het goed. Maar ik wil wel dat erover nagedacht wordt. Je moet niet pas achteraf jammeren als het misgaat. Ik wil daar samen met de NVVK op vooruitlopen. We gaan niet afwachten, dat mag je ook de slachtoffers niet aandoen.’

 

Reageer op dit artikel