artikel

Pas op: gevaarlijke stoff en!

Wetgeving

Bij een bedrijf wordt afval gesorteerd dat daarna naar recyclingbedrijven gaat. De Arbeidsinspectie stelt in 2005 een eis tot naleving (art. 17 Arbowet ’89) met betrekking tot de blootstelling aan gevaarlijke stoff en, geluidsoverlast en fysieke belasting. Zo’n eis moet binnen een bepaalde termijn worden nageleefd anders volgt er een boete. Bezwaar bij de staatssecretaris van SZW (thans: de minister) wordt voor een deel ongegrond verklaard en de werkgever gaat in beroep bij de rechtbank.

 

De werkgever vraagt de rechtbank een jaar uitstel, omdat de hal inmiddels is afgebrand. Maar de rechtbank gaat daar niet op in, omdat na de herbouw de onderneming wordt voortgezet:

 

dan kunnen dezelfde feiten weer een rol spelen.

 

De werknemers werden in de sorteerhal blootgesteld aan dieselmotorenemissie (DME) afkomstig van shovels, een kraan en vrachtwagens. Op grond van art. 4.3a Arbobesluit is geeist de blootstelling met 70 procent te verminderen. Een meting van de DME-uitstoot door een inspecteur acht de rechtbank niet nodig. Het is immers de wettelijke plicht van de werkgever om zelf onderzoek naar de blootstelling van gevaarlijke stoff en te doen.

 

DME is kankerverwekkend en elke blootstelling is gevaarlijk voor de gezondheid. Dat is volgens de rechtbank voldoende om de blootstelling zo laag mogelijk te houden.

 

Niet aannemelijk is gemaakt dat roetfi lters niet zouden helpen.

 

Dat deze in Europees verband pas in 2009 verplicht worden, is op grond van de milieubescherming.

 

Maar het gaat hier om bescherming van de gezondheid van werknemers. Ook de eis om het geluidsniveau bij de storttrechters van meer dan 85 dB(A) terug te brengen door dempend materiaal aan te brengen, acht de rechtbank terecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard.

 

(Rechtbank Maastricht, 29 mei 2007, LJN BB4225)

 

Een monteur van een onderhoudsbedrijf werkt aan een fi lterinstallatie. Als uit de fi lter vloeistof op zijn spijkerbroek lekt, maakt hij de plek droog met een doek. De monteur voelt wel wat prikkelingen, maar merkt pas later dat hij ernstige brandwonden aan zijn knieen heeft.

 

De werkgever krijgt een boete van 2700 euro wegens overtreding van artikel 4.4, derde lid Arbobesluit (oud). Dit artikel verplicht de werkgever maatregelen te nemen om te voorkomen dat werknemers gevaar lopen tijdens het werken aan een installatie waarin zich schadelijke stoff en bevinden.

 

De werkgever maakt bezwaar, omdat hij niet wist dat de concentratie van de gevaarlijke stof in de fi lterinstallatie te hoog was.

 

Daarom waren geen maatregelen genomen tegen het risico van brandwonden. De getroff en voorzorgsmaatregelen waren normaal gesproken voldoende geweest.

 

De minister van SZW verklaart het bezwaar gegrond, omdat de werkgever de overtreding niet kan worden verweten. Uit onderzoek door de Arbeidsinspectie is gebleken dat ongeveer een week voor dit ongeval, een werknemer van de opdrachtgever al problemen had gehad door aanraking van de vloeistof.

 

Toen was vastgesteld dat de concentratie van de stof hoger was dan normaal en daardoor meer gevaar opleverde. De opdrachtgever had noch de werkgever noch de monteur daarvan op de hoogte gebracht. De werkgever had zijn werknemer dus ook niet kunnen waarschuwen voor het gevaar en extra voorzorgmaatregelen kunnen nemen.

 

(Minister van SZW, 19 maart 2007, niet gepubliceerd)

 

Reageer op dit artikel