artikel

PUBLICATIES

Wetgeving

Nog maar twintig jaar geleden kregen de meeste kantoorarbeiders bij aankomst op een nieuwe werkplek een vers schrijfblok uitgereikt en werden ze voorgesteld aan de assistent die – op de computer, dat wel – voor de afdeling het tikwerk verzorgde.

 

Vandaag de dag is het schrijfblok vervangen door een pc en de assistent verdwenen, en zijn muisarmen en andere rsi-klachten aan de orde van de dag. Want niet alleen is het loopje naar de typekamer minder belastend dan zelf doen, in de meeste bedrijven komt de computerende medewerker ook nog eens terecht op het procrustesbed van de automatiseringsafdeling.

 

Allemaal hetzelfde toetsenbord en dezelfde muis: one size fits all.

 

De Keuzegids Invoermiddelen voor Computerwerk maakt aan die eenheidsworst een einde, want hij bevat een vrijwel complete opsomming van alle invoerapparaten waaruit de computergebruiker kan kiezen. Van een eenvoudig cijfertoetsenbordje voor de rekenaars tot aan voet- en oogbolbesturing voor de zwaarst getroffenen. Bovendien is met al die invoerapparaten uitvoerig geexperimenteerd, zodat de schrijvers precies kunnen vertellen hoe het zit met belasting, arbeidsproductiviteit en de tijd die nodig is om het gebruik onder de knie te krijgen.

 

Zonder overdrijven kan dan ook gesteld worden dat de Keuzegids Invoermiddelen voor Computerwerk onmisbaar is voor iedereen die met de arbozorg voor kantoorwerkers is belast. Daarnaast maakt de gids ook korte metten met alle malle muisknopjes en trackballetjes die op draagbare computers worden aangetroffen, dus ook bij de keuze daarvan biedt deze gids een waardevolle handreiking.

 

Keuzegids Invoermiddelen voor Computerwerk, TNO Arbeid, P. van Lingen, E.M. de Korte, H. de Kraker, Uitgeverij Kerckebosch, Zeist, ISBN 90 6720 324 6

 

Je zou het bijna vergeten, maar al die doorgewinterde arboprofessionals hebben ooit hun eerste werkdag meegemaakt.

 

En wat zouden ze toen blij zijn geweest met het Praktijkboek Arbo in Kantoren. Want Arbo in Kantoren legt in slechts tweehonderd pagina’s ongeveer alles uit wat je moet weten om als arbocoordinator in een kantooromgeving aan de slag te kunnen.

 

Inrichting van verschillende typen werkplekken, verlichting en frisse lucht, maar ook het contact met de arbodienst en de organisatie van de BHV. Wie dit boek heeft doorgenomen, weet wat er zo ongeveer komt kijken bij de arbozorg op kantoor.

 

Gelukkig heeft Arbo in Kantoren niet alleen maar oog voor wetten en regelgeving, er is ook aandacht voor de praktische kant van het werk. Hoe ga je om met agressie en geweld? Wat doe je aan seksuele intimidatie op het werk?

 

Voor ervaren arboisten bekend terrein, maar voor nieuwkomers een hele kluif waarbij iedere hulp welkom is.

 

Is er dan helemaal niets aan te merken op Arbo in Kantoren?

 

Gelukkig wel. Want ondanks dat we hier met de editie 2004 te maken hebben, is er maar weinig aandacht voor de veranderde rookregels die op 1 januari jongstleden zijn ingegaan. Kennelijk had de auteur onvoldoende tijd om deze flink in het dagelijks kantoorleven ingrijpende maatregelen de plaats in zijn nieuwe editie te geven die ze – wat ons betreft – verdienen. Maar voor de rest: lees dit eerst, en begin een stuk geruster aan uw eerste werkdag als arbocoordinator.

 

Praktijkboek Arbo in Kantoren, R.H. Hagen, Kluwer, Alphen aan den Rijn, ISBN 90-13-00457-1

 

Soms zijn er dingen die een mens dolgraag wil bezitten en aanziet voor onmisbaar, maar die na aanschaf al snel wegglijden in het grauwe decor van het dagelijks leven. Een open sportwagen bijvoorbeeld, of dat leuke bankje voor de gang. En wat ons betreft kan het Handboek Arbowet aan dat rijtje worden toegevoegd.

 

Het Handboek Arbowet is opgezet volgens een helder en onwrikbaar stramien. Per artikel wordt de letterlijke tekst van de Arbowet gegeven, aangevuld met zeer uitgebreide toelichtingen. Soms zijn die toelichtingen zinvol, bijvoorbeeld wanneer wordt uitgelegd welke taken de wetgever (artikel 14) nu precies door een gecertificeerde arbodienst uitgevoerd wil zien. Maar vaak zijn ze volstrekt overbodig. Wat dacht u bijvoorbeeld van de taak van de BHV’er een brand te beperken (artikel 15)? Volgens de toelichting kan dit onder andere gebeuren door de omgeving van de brand- haard nat te houden. Het hele verhaal had – kortom – ook op een kwart van de nu gebruikte 384 pagina’s gekund, en misschien nog wel op minder.

 

Bovendien ontbreekt op veel plaatsen nuttige jurisprudentie, die niet alleen duidelijk zou kunnen maken wat de wetgever bedoelt, maar ook in hoeverre men geacht wordt die bedoelingen in daden om te zetten.

 

Erger dan al die overbodige pagina’s is de onbruikbaarheid van het Handboek Arbowet in de praktijk van alledag. Want als arbodeskundige heeft u niet alleen te maken met de Arbowet, maar ook met de onlosmakelijk daarmee verbonden arbobeleidsregels, arboregels en het Arbobesluit.

 

En die vindt u niet bij het wetsartikel waarop ze betrekking hebben, maar in aparte uitgaven die ieder voor zich moeten worden aangeschaft. Zonder die andere delen heeft de aankoop van het Handboek Arbowet weinig zin. Besluit u voor een kleine 150 euro de hele set aan te schaffen, dan haalt u daarmee een complete set wet- en regelgeving in huis, aangevuld met erg veel toelichting en zonder interessante jurisprudentie. Zo’n goedgevuld boekenplankje kan een veilig gevoel geven, en dat weegt soms op tegen de wetenschap dat de noodzakelijke informatie ook goedkoper en grotendeels zelfs op internet te krijgen is.

 

Handboek Arbowet, Samenstelling en redactie: mr. P.E. van der Poest Clement en mr. A.H.M.Boere, SDU, ’s Gravenhage, ISBN 90-789012099462

 

Reageer op dit artikel