artikel

Recente publicaties

Wetgeving

Een heel boek over oplosmiddelen? Heeft dat zin? Zijn die middelen niet al jaren verboden? Nee, dit is een misverstand. Inderdaad geldt voor sommige organische stoffen een vervangingsverplichting, en inderdaad roept het Arbobesluit een banvloek uit over enkele bijzonder gemene verbindingen. Maar vaak stelt de wetgever slechts een grens aan de concentratie. Zo mogen woningstoffeerders alleen werken met lijm waarin hoogstens 5 gram oplosmiddel per liter is verwerkt. Maar voor schilders die buitenmuren verven, zijn de normen aanzienlijk minder streng: 60 gram per liter. In weer andere branches – de meubelindustrie, de metaalindustrie en de scheeps- en jachtbouw – zijn er nog geen maximale concentraties vastgesteld. Het uitbannen van oplosmiddelen is maar een van de mogelijkheden om de werknemers te beschermen. In andere gevallen is het effectiever om eens kritisch te kijken naar het werkproces. Neem het verfspuiten in de autoschadeherstelbranche. De mannen hier werken niet met kwast en penseel maar maken gebruik van pneumatische spuiten. Die produceren liters verf per minuut, maar een groot gedeelte hiervan spuit helaas net naast de auto en het deel dat wel doel treft, ketst vaak net zo hard weer terug. Het gevolg: de werknemer krijgt veel meer oplosmiddelen binnen dan nodig is. De oplossing: maak gebruik van hoogrendement spuittechnieken, zoals airless, air-mix en high volume low pressure. Let op: ook als een bedrijf de concentratie oplosmiddelen drastisch naar beneden brengt, blijven andere maatregelen noodzakelijk. Goede ventilatie bijvoorbeeld, om de concentratie oplosmiddelen verder te verlagen. Of spuitcabines, om minder medewerkers aan risico’s bloot te stellen. En natuurlijk zijn er persoonlijke beschermingsmiddelen – maskers, handschoenen, gelaatsschermen – voor risico’s die niet op een andere manier zijn af te dekken.

 

J.C. van Broekhuizen en J. Terwoert, ‘Praktijkgids Arbeidshygiene; oplosmiddelen’, Kluwer, Alphen aan den Rijn 2005, Bestellen: 0570-673 357, ISBN: 901301296-5. Prijs: € 106,– (abonnement: € 88,50)

 

Het boek telt 460 pagina’s en een blik op de inhoudsopgave laat zien waarom het niet korter kon. Deel 1 behandelt de regelgeving, normering en facilitering; deel 2 het arbomanagementsysteem; deel 3 het implementeren, integreren en certificeren en deel 4 een rij van dertig arbo-onderwerpen, lopend van agressie en geweld tot zwangere werknemers. Dit boek is een uitgebreide excursie door heel arboland, bestemd voor ‘allen die zich richten op het verbeteren van arbeidsomstandigheden’.

 

Veel lezers zullen hun twijfels hebben bij arbomanagementsystemen en de lectuur waarin ze staan beschreven. Want stappenplannen lopen altijd van inventarisatie en planning via implementatie naar evaluatie. En uitspraken dat meten weten is en dat er voldoende draagvlak moet zijn, worden door de nieuwe generatie oma’s in hun borduurwerken gevlochten. Open deuren allemaal, met een hoog abstractieniveau.

 

Maar een goed arbomanagementsysteem formuleert juist concrete doelen. Het boek geeft een paar voorbeelden:

 

– terugbrengen van het ziekteverzuim met 0,5 procent binnen twee jaar;

 

– de score van het tevredenheidsonderzoek met tien procent binnen twee jaar;

 

– terugbrengen van het verloop met twintig procent binnen drie jaar.

 

Met dit werk in de hand moet de arbofunctionaris een arbomanagementsysteem kunnen opzetten dat voldoet aan OHSAS 18001, een in internationaal verband ontwikkelde norm. Als hij de stappen heeft doorlopen, ligt er een effectief werkend systeem dat – zo benadrukt het boek – een bijdrage levert aan het continu verbeteren van de arbeidsomstandigheden. Want juist dit is het nieuwe aan OHSAS 18001: een voortdurende verbetering van de prestaties. Het is echter al vaker gezegd: arbozaken moeten een geintegreerd onderdeel zijn en blijven van alle processen in een organisatie. Ook in dit boek vinden we deze uitspraak een paar keer terug. Niet verrassend dus dat het arbomanagementsysteem een illusie is.

 

Boer, P. Diehl en H. Koenders, ‘Handleiding Arbomanagement 2005’, Kluwer, Alphen aan den Rijn 2005, Bestellen: 0570-673 357, ISBN: 901301231-0. Prijs: € 167,50

 

Een BHV’er die zich altijd heeft beperkt tot verzwikte enkels en ontruimingen, zal door dit boek aan het denken worden gezet. Want er is zoveel meer. De auteurs behandelen de wetgeving, de organisatie rond BHV, opleidingen, oefeningen, planning, de uitvoering (met inderdaad de ontruiming), management, communicatie en tot slot de hulpmiddelen. Veel hiervan zal de doorsnee bedrijfshulpverlener niet dagelijks kunnen gebruiken. Maar het is goed om voorbereid te zijn op onalledaagse gebeurtenissen. Wat bijvoorbeeld als er een aanslag plaatsvindt met nucleair materiaal of met biologische wapens? De gevolgen hiervan zullen ook buiten de bedrijfspoorten merkbaar zijn, dus moet de BHV niet alleen de Arbowet kennen, maar ook de milieuwetgeving. En natuurlijk trekt zo’n incident een zware wissel op de communicatie. Zowel de interne, met bijvoorbeeld de directie en ondernemingsraad, als de externe met brandweer, politie en ambulancedienst. Bovendien is er in zo’n geval nazorg nodig voor het verwerken van traumatische ervaringen. Dit boek behandelt dat allemaal.

 

S.M. van der Minne, A. van Soest, A. Zanders (red.) ‘Gids Bedrijfshulpverlening’ Kluwer, Alphen aan den Rijn 2005, Bestellen: 0570-673 357, ISBN: 901301252-3. Prijs: €141,– (abonnement €116,50)

 

Reageer op dit artikel