artikel

Slangen en tandriemen

Wetgeving

Tijdens werkzaamheden van een gevelbedrijf op een afgezet bouwterrein wordt er uit een kelder water weggepompt. De slang (met aan het uiteinde een metalen koppelingsring) ligt tot buiten de hekken van het bouwterrein en eindigt op de openbare weg. Als een passerende vrachtwagen per ongeluk over de koppeling rijdt, komt die tussen de wielen terecht. De slang wordt meegetrokken, evenals de bouwhekken. Een van die hekken ramt een stapel liftgeleiders die gaan schuiven. Met als gevolg dat een daar werkende liftmonteur zijn been breekt. De werkgever van het gevelbedrijf wordt vervolgd, omdat hij niet heeft voorkomen dat er gevaar voor derden ontstond. De slang had binnen de hekken moeten blijven of had duidelijk gemarkeerd moeten worden. De economische politierechter ziet de liftmonteur als een derde. Die valt daarmee onder de beschrijving van art. 10 Arbowet ‘98.

 

De werkgever vindt dat het ongeval hem niet kan worden toegerekend. Hij heeft immers de slang niet bewust buiten het hek laten liggen. Veiligheid stond bij het bouwwerk hoog in het vaandel. Zo waren er veiligheidsplannen, toolboxmeetingen, veiligheidsinspecties, audits en frequent bezoek van een veiligheidsman. Maar de rechter meent dat niet aan de orde is of er voldoende aan veiligheid is gedaan, maar of de kennelijk gevaarlijke situatie van de buiten het hek liggende slang op zijn beloop is gelaten. Er was geen instructie om bouwmaterialen of gereedschappen vanuit veiligheidsoogpunt (zoveel mogelijk) binnen de hekken op te slaan. De veiligheidscoordinator verklaart dat een bouwplaats een dynamisch geheel is, waarbij opstellingen nog wel eens veranderen. Dat er dan een slang buiten de hekken komt, is niet te voorkomen. Volgens de rechter betekent dit dat daarmee bewust de kans op een dergelijke situatie is aanvaard. Omdat daartegen geen maatregelen zijn genomen, staat daarmee vast dat de werkgever verantwoordelijk is voor het letsel van de liftmonteur. Er zijn al eerder boetes opgelegd voor soortgelijke feiten. De rechter veroordeelt de werkgever tot een geldboete van 3.500 euro.

 

(Rechtbank Dordrecht, 5 maart 2008, LJN BC6022)

 

Een onderhoudsmonteur treft in mei 2005 voorbereidingen voor het vervangen van een tandriem van een rollenbaan bij zijn werkgever. Tijdens deze voorbereidingen zijn de machines niet uitgeschakeld, maar volledig in bedrijf. De monteur raakt met zijn hoofd bekneld tussen een lift en het frame van de rollenbaan en overlijdt. Vermoedelijk boog hij voorover om de diameter van de later te vervangen tandriem op te meten. Het Openbaar Ministerie (OM) gaat over tot vervolging. Het OM verwijt de werkgever dat hij verboden handelingen heeft laten uitvoeren, terwijl hij wist of kon weten dat er levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van een werknemer was te verwachten (art. 32 Arbowet). De rechtbank overweegt dat uit onderzoeksrapporten blijkt dat de machine niet was voorzien van een optisch en/of akoestisch signaal om te waarschuwen dat de lift in beweging kwam. Ook waren er geen veiligheidsprocedures voor onderhoudswerk. Verder ontbrak er een noodstop en waren er geen afschermingen of beveiligingen, zoals bedoeld in de Richtlijn machines 98/37/EG. Daarmee staat voor de rechtbank vast dat niet was voldaan aan de bepalingen van het Arbobesluit (art. 7.5 en 7.7). De werkgever erkent dat de bewegende delen onvoldoende waren afgeschermd en hij daarmee in zijn zorgplicht tekort is geschoten. Maar de werkgever stelt dat het nooit de bedoeling was dat de monteur in een draaiende installatie aan de slag zou gaan en dat het ongeval is ontstaan door onoplettendheid van het slachtoffer. De rechtbank verwerpt dit verweer. De mogelijke eigen schuld van de werknemer maakt de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de werkgever voor de geconstateerde overtredingen niet minder. In het Plan van Aanpak stonden beveiligingsmaatregelen genoemd die, ondanks de hoge prioriteit, nog steeds niet waren geimplementeerd. Ook in januari 2004 was er in het bedrijf een dodelijk slachtoffer te betreuren. Daarom wist de werkgever dat er schade aan de gezondheid te verwachten was. Op grond van dit alles wordt de werkgever, geheel conform de eis van het OM, veroordeeld tot een geldboete van 35.000 euro.

 

(Rechtbank Zwolle, 26 februari 2008, LJN BC5822)

 

Reageer op dit artikel