artikel

Van wetskenner naar sparringspartner

Wetgeving

Vroeger werd een veiligheidskundige veelvuldig ingeschakeld om een toetsing aan de wet te plegen. Waarschijnlijk blijft dat nodig, ondanks dat er veel regels zijn verdwenen.

 

De Arbowet streeft ernaar om zo weinig mogelijk extra regels boven op de Europese regelgeving te laten bestaan. Van die regelgeving moet de veiligheidskundige dan ieder geval op de hoogte zijn. Verder wil de wetgever dat alle bedrijven en branches voor hun werkgebied een arbocatalogus maken waarin technieken, methoden en goede praktijken op het gebied van veilig en gezond werken worden vastgelegd. Dit moet in samenspraak tussen werkgevers en werknemers gebeuren. Hier ligt dus een taak voor de veiligheidskundige, maar ook voor de preventiemedewerker, de arbeidshygienist, de bedrijfsarts en de ondernemingsraad. ln plaats van een landelijke wetgeving wordt er dus een ‘persoonlijk pakket’ met toetsingscriteria gemaakt.

 

Om uiteindelijk tot een arbocatalogus te komen, wordt de RIE nog belangrijker. De arbocatalogus kan worden beschouwd als een soort van engineering standard, maar dan specifiek gericht op arbo. Op dit ogenblik werken al verschillende brancheorganisaties aan een arbocatalogus ‘op maat: De rol van de veiligheidskundige zal zich dus meer toespitsen op de vertaling van de catalogus naar de praktijk binnen ‘zijn’ bedrijf

 

Per 1 januari is de nationale MAC-lijst nagenoeg afgeschaft. Bedrijven kunnen de blootstelling van medewerkers aan gevaarlijke stoffen voortaan niet meer toetsen aan een in de wet genoemd getal. In plaats daarvan dient elk bedrijf van de aanwezige gevaarlijke stoffen de zogeheten ‘gezondheidswaarden’ op te stellen. Dat betekent dat er niet alleen expertise nodig is op het gebied van deze stoffen, maar ook omtrent de manier van werken.

 

Er moet dus een samenwerking ontstaan tussen een stoffendeskundige en deskundigen op het gebied van veilig en gezond werken.

 

Het resultaat kan dan wel zijn dat er binnen een bedrijf op verschillende vestigingen voor dezelfde stof andere gezondheidswaarden worden vastgesteld. De vraag is of dat organisatorisch handig is. Ook is dit moeilijk te verkopen aan de medewerkers. Het gaat tenslotte om het gezondheidsrisico van de stof zelf en de maatregelen op de werkplek zullen uiteindelijk moeten leiden tot een aanvaarde blootstelling!

 

Daarom gaan er nu zelfs stemmen op om voor bijvoorbeeld ‘de industrie’ weer een standaardlijst te maken, waarbij we terug zijn bij af, met dat verschil dat de lijst geen eigendom meer is van de overheid.

 

Hier zal nog veel water door de rivier stromen. Lang niet iedereen is even scheutig met het vrijgeven van de noodzakelijke informatie over ‘zijn’ gevaarlijke stof. Daarbij kan het gemakkelijk voorkomen dat bedrijf A een gezondheidswaarde heeft van bijvoorbeeld 20 ppm en bedrijf B voor dezelfde stof een waarde heeft vastgesteld van 100 ppm. De Arbeidsinspectie kan hier dan gerichte vragen over stellen, die waarschijnlijk niet altijd even gemakkelijk te beantwoorden zijn. Tot het zover is, zal er dus een beroep worden gedaan op de integriteit en deskundigheid van de veiligheidskundige.

 

Omdat de toetsingscriteria voortaan zelf moeten worden opgesteld, vraagt dat meer van het inzicht van de veiligheidskundige in de praktijksituatie op de werkvloer. Ook komt hij meer sparring partners tegen, zoals de al eerder genoemde arbeidshygienist, de bedrijfsarts en de preventiemedewerker. Kortom, de veiligheidskundige zal meer deel uit maken van een team. Ook zal het niet voldoende zijn als hij of zij alleen maar aangeeft wat er niet goed is. De veiligheidskundige zal mee moeten den ken over wat dan wel goed of acceptabel is. []

 

In de rubriekVraag&Antwoord (pag. 11) staan een aantal vragen (en antwoorden) die bij dit artikel aansluiten.

 

PRAKTISCHE TIPS AAN DE VEILIGHEIDSDESKUNDIGE

 

Hier volgt een aantal tips bij de rolverandering van wetskenner naar arbo-sparringpartner.

 

• Zorg ervoor datje op de hoogte bent van de Europese wetgeving.

 

• Zorg ervoor datje op de hoogte blijft van de nationale wetgeving, want lang niet alles is ‘regelloos’ geworden.

 

• Een handig hulpmiddel datje voortdurend in de gaten moet houden, is de zogenoemde ‘boetelijst’ van de Arbeidsinspectie. Deze Iijst geeft een aardig beeld van waarop de wetgever toetst.

 

• Zorg ervoor dat er binnen het bedrijf een arbocatalogus komt. Het kan een zelfontworpen catalogus zijn. Maar het is handig om zoveel mogelijk gebruik te maken van de door de branche aangeleverde catalogi.

 

• De kwaliteit van de RIE is heel belangrijk voor de kwaliteit van de bedrijfsarbocatalogus. Zorg dat er een meetmethode komt om vast te stellen wat wel en niet een acceptabel risico is. Bijvoorbeeld de zogeheten ‘Fine Kinney methode; die een berekening laat zien van kans x effect x blootstellingsduur.

 

• Bezoek regelmatig de diverse werkplekken binnen het bedrijf en zorg ervoor dat medewerkers je makkelijk kunnen bereiken. alleen dan kun je je een goed beeld vormen van de praktijksituaties.

 

• Laat een veiligheidsronde minder controlerend zijn en meer het karakter krijgen van een beschouwend werkplekonderzoek.

 

• Bij het beschrijven of gebruiken van de arbocatalogus moet je je vooral richten op het resultaat en anderen de ruimte bieden om de gewenste maatregelen vast te leggen. Stel je op als sparring partner en als het (arbo)geweten van het bedrijf.

 

• Organiseer regelmatig interne arbo-audits om te zorgen dat de praktijk op de werkvloer overeenkomt met het door het bedrijf beoogde doel.

 

 

Reageer op dit artikel